Rouwen om Kip

Sophie Mileau: Haas & Kip. Ill. The Tjong Khing. Uitg. Van Holkema en Warendorf. Prijs ƒ 20,-. Vanaf 7 jaar. Hans Hagen: Stilte a.u.b. ik denk aan de kip. Ill. Harrie Geelen. Uitg. Van Goor. Prijs ƒ 24,90. Vanaf 5 jaar.

Als er in een kinderboek een kip voorkomt, is dat vaak zo'n leerzaam boek over wie er zoal rondstapt op de boerderij. De aaibaarheidsfactor van kippen is doorgaans niet zo hoog als die van bijvoorbeeld beren en katten. Maar The Tjong Khing tekende in Haas & Kip van Sophie Mileau een schat van een kip, een hele dikke met een zwart nekje.

Haar pootjes zijn twee stevige stompjes, in plaats van de enge tenen die kippen in werkelijkheid hebben. Ze slaapt in een bed en schildert graag landschappen. Toch is zij duidelijk een kip. Net als in Eend voor eend en Olle van Guus Kuijer lijken The Tjong Khings dieren goed en zijn ze vertederend, maar niet zoet.

Sophie Mileau is een pseudoniem van Carry Slee, die heel populair is met haar realistische verhalen zoals in Sneeuwman, pak me dan (1994). Als Mileau slaat zij een nieuwe weg in met sobere verhaaltjes over de vaak wat problematische liefde tussen een haas en een kip. De andere dieren vinden die liefde maar raar, 'het telt niet', zoals Pad zegt. Vaak gaat het dan ook uit tussen Haas en Kip. Ze peinzen wat af over hun verhouding.

Haas is bang voor later, later als Kip dood gaat. Eend en Pad worden meegesleept door zijn angst en verdriet, maar dan komt Uil langs: “Haas keek angstig naar Uil. 'Is het al later?' Uil dacht diep na. 'Het is niet vroeger. Het is ook niet later. Het is nooit later'.” Wat mij betreft klinkt dit, hoe mooi ook, wat al te sterk als de echo van de overpeinzingen van een heel ander dier, de eekhoorn van Toon Tellegen: 'Ik ben alleen maar nu, dacht hij opnieuw. Ik ben nooit later geweest en ik zal nooit vroeger worden.' Ook als Kip uit wandelen gaat en Haas mee wil op voorwaarde dat ze niet 'te ver' gaan en zij zich vervolgens afvragen hoe ver te ver is, doen ze wel heel erg denken aan de eekhoorn en de mier.

Maar Tellegen gaat verder waar Mileau stopt. Vragen Haas en Kip zich alleen af hoe het zou zijn om in elkaar te veranderen, bij Tellegen wordt het nijlpaard de sprinkhaan en andersom. Zo krijgen zijn verhalen hun unieke, absurde humor. Mileaus verhalen moeten hun humor hebben van soms wat al te melige woordspelingen. Kip verwijt Haas moe te zijn van een kippe-eindje, Haas noemt haar een kip zonder kop, Kip scheldt hem uit voor angsthaas.

Ook Hans Hagen en Harrie Geelen gaven een kip de hoofdrol in het prentenboek Stilte a.u.b. ik denk aan de kip. “ 'Kip, kip, lieve kip. Kom ik help je uit de doos.' Onno Ebbe pakt kip voorzichtig vast - het kopje zakt omlaag. 'Ze buigt voor ons,' fluistert haan. 'Kip blijft beleefd, ook na haar dood.' ” Voor deze kip is het, in tegenstelling tot die van Mileau, dus al zo ver: zij reist naar 'het land van later.'

De jongen, de haan en de kraai begraven haar als een oude Egyptenaar met proviand voor onderweg: een bakje graan, een schoteltje water. Samen met Kikker en het vogeltje van Max Velthuijs moet dit het mooiste prentenboek zijn over de dood dat er bestaat. Al rouwend vallen Kips nabestaanden in slaap en dan reizen ze haar achterna over de regenboog. Als ze wakker worden vinden ze haar een beetje terug, want op tafel tussen de gebarsten schalen van haar laatste ei staat een kuikentje, haar kind.

De illustraties van Harrie Geelen laten zien hoe terecht het is dat hij, zij het niet voor dit boek, dit jaar het Gouden Penseel gewonnen heeft. Zijn illustraties zijn eerder schilderijen dan plaatjes, dikke verf in felgekleurde vlakken die toch een subtiel verhaal vertellen. Vanuit een wisselend perspectief, het jongetje binnen voor het raam, dan de haan en de kraai die hem daar van buitenaf zien zitten, verhaalt Geelen over kip en over de wereld. Over de dood en het leven: kip in een kuil met haar poten omhoog, het jongetje op een bankje met opgetrokken schoudertjes, rouwend. En dan: de babykip op zijn dunne rode luciferpootjes.