Relatie met Frankrijk 'korzelig' na koop helikopter

DEN HAAG, 9 JUNI. Frankrijk heeft voorlopig geen zin om met Nederland over defensie en Europese samenwerking te praten. Na het Nederlandse besluit om de Amerikaanse Apache-helikopter en niet de Frans-Duitse Tigre aan te schaffen, heeft Frankrijk de bilaterale ambtelijke werkgroepen over die onderwerpen voor onbepaalde tijd op non-actief gesteld.

Een “klein moment van korzeligheid” noemde minister van buitenlandse zaken Van Mierlo de helikopterkwestie gisteren, bij de opening van een studiedag op zijn ministerie over hoe de betrekkingen met Frankrijk kunnen worden verbeterd. De Frans-Nederlandse ambtelijke werkgroepen waren vorig jaar door hem bedacht, samen met zijn Franse collega Juppé. Want Van Mierlo wil iets veranderen aan de “levensgrote stilte” die er al jaren heerst tussen Nederland en Frankrijk. Nederland moet zich “doen gelden in de noordwestelijke holte van Frankrijk en Duitsland”, zei hij gisteren. “Om de Frans-Duitse as moet wat heen. De landen die er het dichtste bij zitten, kunnen van grote betekenis worden.”

Op de bijeenkomst van ambtenaren, journalisten en wetenschappers waren - op één afgevaardigde van de Franse ambassade na, die gretig notities maakte - geen Fransen uitgenodigd. De aanwezigen wilden vrij kunnen spreken over de vraag waarom en waarin Fransen anders zijn dan Nederlanders en wat toch de reden is voor het wederzijdse onbegrip en de ergernis.

De reden voor de zelfreflectie op het ministerie van buitenlandse zaken is dat Nederland zoekt naar een manier om de Europese besluitvorming te beïnvloeden via de sleutelpositie die Frankrijk als groot land naast Duitsland in Europa inneemt. In een Europese Unie die zich gaat uitbreiden naar Oost-Europa is het verstandig om binnen een kleine kern van de EU hecht samen te werken, al helemaal nu Groot-Brittannië zich uitsluitend manifesteert als dwarsligger van Europese integratie.

Nederland heeft zich lange tijd veiliger gevoeld in de Angelsaksische wereld, maar het is nu tijd dat Nederland het probleem met de 'latijnse factor' overboord zet, zei Van Mierlo. Want alleen als Nederland soepel omgaat met Frankrijk kan het op de momenten dat Duitsland en Frankrijk het in Europa niet met elkaar eens zijn de aantrekkelijke rol vervullen van bemiddelaar.

“Waar zit toch het trauma? Wat hebben ze ons in Godsnaam aangedaan?”, riep oud-correspondent van de Volkskrant te Parijs, P. Freriks, uit na een paar uur discussie. Er zit veel ergernis. Fransen die nooit terugbellen, die bij het postkantoor over je schouder meekijken naar wie je wat overmaakt, die over de stoep lopen “alsof ze rijden”, zoals M. Chavannes, correspondent van deze krant te Parijs, opmerkte. Ook werd geklaagd over Fransen die tijdens onderhandelingen één redeneertrant kiezen en daar vervolgens niet meer vanaf zijn te brengen, Fransen die altijd denken in termen van hiërarchie en die bij de opsomming van de troepen die in Bosnië zijn gestationeerd de Nederlandse contingenten altijd overslaan. Maar ze zijn aan het veranderen, beweerde het voormalige hoofd van een grote Nederlandse onderneming in Frankrijk. Zo lunchen ze tegenwoordig heel kort, hoewel nog niet met broodjes, en spreken ze Engels tijdens vergaderingen.

Ook de onderlinge proporties zijn een bron van verwarring en conflict. Nederland is een klein land maar een grote natie, zei generaal De Gaulle ooit. Maar Frankrijk neemt die 'grote natie' toch weer niet serieus. Omgekeerd wordt in Nederland gespot met de grandeur waarmee Frankrijk zich als groot land in de wereld denkt te kunnen presenteren.

Het probleem wie klein is en wie groot, en of Nederland Frankrijk meer nodig heeft dan omgekeerd, werd gisteren niet opgelost. Wel werd geconcludeerd dat het initiatief voor een betere onderlinge verhouding niet alleen vanuit Nederland moet komen. Maar op het Franse ministerie van buitenlandse zaken wordt voor Nederland voorlopig nog geen studiedag uitgetrokken. En of de Nederlandse ambassadeur, H. Wijnaendts, ook aanwezig, van plan is veel te doen van verbetering van de betrekkingen werd niet duidelijk. “De betrekkingen met Frankrijk zijn een zaak van Van Mierlo”, zei hij.