Redding piloot herinnert aan Vietnam

WASHINGTON, 9 JUNI. Bij één Republikeinse senator kwamen persoonlijke herinneringen boven na de spectaculaire redding van de neergeschoten Amerikaanse F-16-piloot, Scott O'Grady, gisteren in noord-Bosnië.

John McCain (58) was vroeger marine-vlieger, die na het neerstorten van zijn toestel in 1967 krijgsgevangene werd in Noord-Vietnam. “Het is knap werk van hem om zich vijf dagen schuil te houden en te ontsnappen zoals hij dat deed”, zei McCain gisterochtend trots tijdens een ontbijt met vier journalisten over het nog verse nieuws van de redding van kapitein Scott O'Grady. “Het laat zien dat we nog een heel goede militaire kracht hebben. Als we een duidelijke missie hebben, doen we het uitstekend. Nachtelijke extraction is een van de moeilijkste militaire operaties.”

Hij stoorde zich er hevig aan dat de chef-staf van de luchtmacht, generaal Ronald Fogleman, tijdens een cocktailparty had laten uitlekken dat van de vermiste piloot nog radiosignalen waren opgevangen. Zo werden de Serviërs nodeloos op het spoor gezet. Als de piloot gevangen en wel door de straten van een Bosnisch-Servische stad zou zijn gevoerd “zoals in Hanoi wel gebeurde”, zou er in Amerika grote publieke opwinding zijn geweest, voorafgaand aan de roep om vergelding.

McCains schietstoelavontuur in Noord-Vietnam, 28 jaar geleden, eindigde heel anders. “Ik werd niet opgepikt”, zei hij. Toen hij op 26 oktober 1967 boven Hanoi werd neergeschoten, kwam hij met zijn parachute in een meertje terecht in het centrum van Hanoi. Zijn beide armen waren gebroken en een knie was verbrijzeld. Met zijn tanden wist hij uiteindelijk zijn reddingsvest open te trekken. Eenmaal aan wal gebracht, werd hij door verontwaardigde Noordvietnamezen, die de bommen hadden zien vallen, geslagen en geschopt en met de bajonet in zijn lies en enkel gestoken. Pas vijfenhalf jaar later, op 14 maart 1973, werd hij na veel schoppen, slaan, het breken van ribben en botten en het nachtelijk afklemmen van zijn armen in touwen, vrijgelaten.

Vele weken was hij op sterven na dood geweest. De Noordvietnamezen dachten dat hij een waardevolle politieke gevangene was, omdat zijn vader, Jack McCain, als admiraal bevel voerde over de Amerikaanse vloot in Europa en later in de Stille Oceaan. Ook zijn grootvader had nog als admiraal in de Tweede Wereldoorlog gevochten tegen Japan. McCain weigerde van zijn speciale status als admiraalstelg gebruik te maken en zei niet eerder dan de andere gevangenen terug te willen.

McCains ervaringen in Vietnam hebben zijn reacties op de oorlog in Bosnië gekleurd, waar de vredeshandhavers volgens hem niets bereiken. “Waar geen vrede is, kun je die ook niet handhaven”, zegt hij.

Pag.5: Bosnië herinnert aan Vietnam

Tijdens debatten herinnert hij vaak aan de gevaarlijke geleidelijke escalatie in Vietnam en de misvatting die indertijd ook heerste dat bombardementen de oorlogvoerenden tot inkeer zouden brengen. “Ik ben een van de weinige Amerikanen die echt de Pentagon Papers (onthulde geheime rapporten over de Vietnam-oorlog, red.) hebben gelezen. Een van de wizz kids van toenmalig minister van defensie Robert McNamara suggereerde toen dat we geen last meer zouden hebben van de Vietcong, als we een torpedojager een radarstation in het zuidelijke gedeelte van Noord-Vietnam zouden laten bombarderen. Het hele scenario rond onze luchtbombardementen is doortrokken van deze mentaliteit. We denken dat ze ophouden als we hen met onze bommen zullen treffen. We lassen een bombardementspauze in en zien we hoe ze reageren. Ik placht te controleren, wanneer bombardementspauzes plaatshadden, maar dan waren de autowegen altijd vol vrachtauto's. Daarom doet Bosnië me denken aan Vietnam. Hoe kan in vredesnaam de vernietiging van een munitie-opslagplaats enig effect hebben op Servisch gedrag? Behalve dan dat ze gijzelaars namen, wat volgens mij verschrikkelijk is.”

Door zijn oorlogsverleden in Noord-Vietnam is McCain een gezaghebbende figuur op het gebied van defensiezaken. In de Senaat is hij de stem van de militairen, te land, ter zee en in de lucht. De klachten van de mensen die de door politieke leiders opgegeven missie moeten uitvoeren, vinden bij hem gehoor. De Amerikaanse luchtmacht is gefrustreerd over de 'speldeprik'-aanvallen op de Serviërs, waarbij de vliegers zich nauwelijks kunnen verdedigen tegen luchtdoelraketten en mortiervuur.

McCain bekent zelf geen oplossing te hebben voor het conflict in Bosnië. Hij heeft ook wel begrip voor het dilemma van het Witte Huis, heen en weer geslingerd door het Congres dat geen troepen wil zenden en de Europese bondgenoten die hulp willen hebben als hun troepen in nood verkeren. Maar president Clinton maakt het probleem veel erger door zijn besluiteloosheid, vindt hij. “Hij doet de ene dag een verklaring over de inzet van Amerikaanse troepen en binnen 48 uur trekt hij die weer terug. Dat is frustrerend”, zegt hij.

“De Verenigde Staten kunnen nog leiden. Als de president van de VS op de televisie zou komen en zou zeggen: kijk, hier is een groep van onze vrienden en bondgenoten. We vochten samen in verscheidene oorlogen in deze eeuw. En nu komen misschien weer Amerikaanse levens in gevaar. Ik denk dat het Amerikaanse volk daar wel voor zou zijn, als ook duidelijk was wat de troepen zouden moeten doen. Zonder duidelijk leiderschap wordt het vacuüm opgevuld door mensen als ik en anderen die praten over het nationaal belang en andere zaken.”

Dat 69 procent van Amerikanen gekant is tegen het sturen van troepen naar Bosnië, maakt geen indruk op McCain. Toen Saddam Koeweit had bezet, was slechts 30 procent van de Amerikanen voor het bevrijden van Koeweit door Amerikaanse troepen. Daags voor de luchtaanval was dat percentage gegroeid tot 70. “Het gaat erom of je je laat meevoeren door de stroom, of dat je die zelf stuurt”, zegt McCain.

Toch is McCain gekant tegen Amerikaanse hulp bij het hergroeperen van VN-troepen. “Dat is steun voor falend beleid”, zegt hij. Amerika kan alleen helpen als de troepen ook worden teruggetrokken. Ook het embargo moet worden opgeheven. De Bosnische regering moet zichzelf kunnen verdedigen, vindt McCain, zonder hulp van de VS. Pas als het conflict naar omliggende gebieden, Kosovo, Macedonië, Turkije, Griekenland overspringt, komt het Amerikaanse belang in het vizier. Dan moet Amerika zich er militair mee bemoeien, aldus McCain.

De meerderheidsleider in de Senaat, Robert Dole, werkt nu aan een resolutie om het zenden van Amerikaanse troepen te steunen, op voorwaarde dat de bondgenoten het eens worden over terugtrekking van de VN-troepen uit Bosnië. Toch gelooft McCain niet dat het Congres uiteindelijk verantwoordelijk wil zijn voor enig Bosnië-beleid. De senatoren verschillen onderling van mening over Dole's plan. Het Huis van Afgevaardigden heeft de opdracht tot eenzijdige opheffing van het wapenembargo gisteren gehecht aan de wet op de buitenlandse hulp. McCain denkt dat het Congres een eventueel veto op eenzijdige opheffing van het wapenembargo tegen Bosnië niet ongedaan zal durven te maken.

Al met al is er nog geen Amerikaans reddingsplan als de Nederlandse of Britse troepen verhongeren omdat ze door de Bosnische Serviërs worden afgesneden, terwijl de militaire voedselvoorraden op zijn. De minister van defensie, William Perry, gaf toe dat de NAVO er nog aan werkt.

McCain “denkt graag” dat Amerika de bondgenoten in geval van nood te hulp wil schieten, maar hij is er niet helemaal zeker meer van. Hij kan de Europese bondgenoten hun “bitterheid” niet kwalijk nemen. Anderzijds is hij verbaasd over de geringe opwinding in West-Europa over soldaten die door Bosnische Serviërs aan bruggen of bij munitiedepots vast werden geklonken. “De Amerikanen zouden woedend zijn als het Amerikaanse soldaten waren”, zegt McCain.

    • Maarten Huygen