Opkomst en verval

Het cruiseschip lag afgemeerd aan een Amsterdamse kade, waar al geruime tijd een groepje wachtenden bijeen stond. Gaandeweg werden zij ongedurig, de in het vooruitzicht gestelde Hollywood-actrice liet het blijkbaar afweten. Net toen enkelen aanstalten maakten te vertrekken, verscheen met grote snelheid een limousine. Naar buiten wankelde een onbestemde vrouw in een broekpak die, ondersteund door begeleiders, naar de loopplank werd geloodst. Even waren de omstanders in verwarring, maar een vertegenwoordiger van de rederij maakte daaraan een eind. Dit toonbeeld van ontreddering was Rita Hayworth: de glamour-ster uit Gilda en The Lady from Shanghai, de ex-echtgenote van (onder anderen) Orson Welles en Aly Khan, de 'pin-up girl' wier beeltenis de atoombom sierde die op Bikini viel.

Het dek betredend, keerde zij zich nog even om in een mislukte poging de kijkers toe te wuiven; daarna werd ze weggeleid. Later werd bekend dat Rita Hayworth leed aan de ziekte van Alzheimer, maar die dag hield iedereen het erop dat haar optreden, zoals wel vaker, was bepaald door overmatig drankgebruik. Vandaar dat ik niets over haar bezoek schreef, aan deze fase in het leven van een love goddess gingen nette kranten voorbij.

Eerder in de jaren zeventig was Nederland de tijdelijke verblijfplaats van Carroll Baker. Hoewel haar status het niet haalde bij die van Hayworth, genoot ze na haar rol als het duimzuigende kindvrouwtje in Baby Doll (1956) grote faam. Pogingen haar te lanceren als de nieuwe Marilyn Monroe liepen echter schipbreuk. Toch maakte ze daarna in Italië nog films als Orgasmo en Cosi Dolce ... cosi Perversa, titels die op zijn minst nieuwsgierig stemden.

Een afspraak was snel gemaakt. Met iets van verwachting nam ik de trein naar Zandvoort, maar lopend langs de vis- en souvenirwinkels van de badplaats zakte de spanning weg. Confrontatie met de actrice bracht daarin geen verandering. Bestudeerd haar felblonde kapsel fatsoenerend, wekte Carroll Baker de indruk dat ik een paar jaar te laat was. “Ach, Hollywood... die stad heb ik achter me gelaten”, zei ze met een dapper lachje. “Een meisje dat er leuk uitziet en ook nog intelligent is verafschuwen ze. Hier heb ik het beter naar mijn zin.” Ter illustratie vertelde zij dat dezelfde avond nog de opnamen begonnen voor Bloody Mary, een naar haar idee interessante thriller waarvan echter nooit meer iets werd vernomen.

Ook andere sterren die Nederland aandeden, hadden gewoonlijk hun mooiste jaren achter zich. Mogelijke twijfel hierover werd weggenomen door de onwaarschijnlijke films waaraan ze op dat ogenblik werkten. Curd Jürgens, in Amsterdam vergezeld van zijn vrouw en een scherpgetande ocelot, trad op in Dalle Ardenne all'inferno, Senta Berger ging de rol spelen van een feministische pionier die vorige eeuw haar corset uitbande en Rex Harrison en Rod Taylor dienden zich in hun nadagen aan voor Seven Graves for Rogan, een produktie die de Speelfilmencyclopedie later omschreef als 'anderhalf uur stompzinnigheid'.

Tussendoor was ook Michael York nog langs gekomen. Zes jaar na zijn aandeel in Cabaret deed hij mee in The Riddle of the Sands, een bescheiden avonturenfilm die deels in Noord-Holland werd gedraaid. Als 36-jarige moest hij ook ditmaal weer een leuke jonge Engelsman zijn, klaagde hij tijdens een sneeuwstorm in Twisk. Dat stuitte hem tegen de borst, maar hij had toch maar meegedaan omdat het zo'n aardige film leek. Helaas bleek het publiek een half jaar later een andere mening toegedaan. The Riddle of the Sands trok in eigen land zo weinig belangstelling, dat hij Nederland niet eens bereikte.

De vooruitzichten waren beter voor Barocco, een film van André Téchiné waarvoor in 1976 Amsterdam het decor vormde. De hoofdrol speelde Isabelle Adjani, nu eens een ster die in opkomst was en - op grond van Truffauts l'Histoire d'Adèle H. - zelfs als een tweede Jeanne Moreau te boek stond. De gevolgen hiervan werden duidelijk op het Centraal Station, dat een nacht door de filmploeg was afgehuurd. Terwijl de laatste dronkaards nog door de hal wankelden, had Adjani zich al naast het gebouw verschanst in een privé-caravan. Daar wilde zij niemand zien en al helemaal geen journalisten: een soort mensen met wie ze, zoals de haar door de Franse pers verleende Citroenprijs aangaf, weinig op had. Toch waagde ik mijn kans toen de ster halverwege de nacht naar de proviandwagen liep, maar het resultaat was nihil; zelden heb ik iemand met een kippebout in de hand zo koel zien kijken. Pas om 4 uur in de ochtend stemde zij erin toe om, staande bij de loketten, tien minuten van gedachten te wisselen. Dat leverde maar twee alinea's op, dus het kwam goed uit dat ik nog wat figuranten had geïnterviewd. Zo werd het, al met al, toch een mooie pagina. Een heel wat makkelijker onderwerp was Sylvia Kristel, een actrice die na drie Emmanuelle-films naar de mode van de dag als 'een fenomeen' gold. In 1978 had ze naast Rutger Hauer een rol aanvaard in Mysteries, een Nederlandse film naar een boek van Knut Hamsun die werd opgenomen op het eiland Man. 'Sex-ster in aantocht', waarschuwde een plaatselijke krant, maar de concurrent wist de onrust te bezweren: ditmaal stelde ze een domineesdochter voor die 'volledig gekleed' bleef. Gelukkig was er nog genoeg om over te schrijven. Bij aankomst bleek Kristel vergezeld van de dubieuze acteur Ian McShane, met wie zij in het hotel prompt voor onrust zorgde. Het viel hen op, zo lieten ze weten, dat een welkomst-attentie in de vorm van bloemen, fruit of een Nederlandse vlag ontbrak; bovendien ademde hun kamer zo'n sterke 'laboratorium-sfeer' dat ze een nieuwe eisten.

Ook de volgende middag was nog niet alles in orde. Met om haar hals een dode vos en op het hoofd een hoed in tropenhelm-stijl, meldde de ster dat in haar kamer de wind door de kieren gierde zodat ze met bevroren handen wakker was geworden. Maar toen zij even later een bordeaux-rood gewaad aanpaste, leek het leed geleden. “Zulke mooie kostuums heb ik nog nooit gehad”, zei ze stralend. “Ik ben erg gemotiveerd voor deze film.” Nog onkundig van het feit dat maar weinigen hem zouden gaan zien, vormde Sylvia Kristel die avond het middelpunt van een feestelijke maaltijd. De schalen werden binnengebracht, de glazen gevuld en er werd veel gelachen: eens te meer had ieder het gevoel dat het succes voor het grijpen lag.

    • Paul Hellmann