Opera geeft mild beeld van kapitein Westerling

Voorstelling: Westerling, een kameropera door Graa Boomsma (libretto) en Jan Bus (muziek). Decor: Erik van der Palen; kostuums: Matthijs Boelee; regie: Jos Vijverberg; dirigent: Vincent de Kort; spelers: Bernard Loonen, Tom Sol e.a. Gezien 8/6 Theater Bellevue, Amsterdam. Te zien t/m 11/6 aldaar.

De weduwe van de omstreden kapitein Raymond Westerling (1919-1987), mevrouw Ada Westerling, applaudiseerde gisteravond niet na afloop van de première van de kameropera die naar wijlen haar man is genoemd. Gelaten tuurde ze naar het podium, waar tenor Bernard Loonen zojuist de laatste, poëtische teksten van Westerling had gezongen. Toch is er weinig reden tot ongerustheid. Westerling, geschreven door Graa Boomsma en gecomponeerd door Jan Bus, is een opvallend milde opera over een van de zwartste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. Al wekt de titel de suggestie dat er met de historische figuur Westerling afgerekend gaat worden, een hekeling van zijn daden blijft achterwege.

Raymond Westerling werd berucht omdat hij na de oorlog het gezag in het naar onafhankelijkheid strevende Nederlands-Indië wilde herstellen. Desnoods met geweld. Hij trad hardhandig op in Sumatra. En op Zuid-Celebes, het huidige Sulawesië, vielen onder zijn verantwoordelijkheid zo'n drieduizend doden. Hij executeerde zonder vorm van proces. Voor schrijver Graa Boomsma vormen deze handelingen de aanleiding tot het scheppen van een tragische held, van een man wiens innerlijk verscheurd is. Natuurlijk, er zijn de wandaden. Maar Boomsma oordeelt niet; hij toont Westerling als een gespletene. Enerzijds de modelsoldaat, anderzijds het slachtoffer van zijn verstikkende ambitie rust en orde in de voormalige kolonie te bewerkstelligen. Westerling was daarin trouwens niet de enige; wie leest over de laatste jaren van Nederlands-Indië moet tot zijn verbijstering vaststellen dat Nederland zich buitengemeenbevoogdend gedroeg.

Regisseur Jos Vijverberg beklemtoont de genade die Westerling ten deel valt. Het decor is een lege, abstracte ruimte waarin de personages aan tijd en plaats, dus aan de geschiedenis, ontheven zijn. Op de zwart geklede generaal Spoor (bariton Tom Sol) na zijn alle personen in het wit. Tenor Bernard Loonen in de rol van Westerling heeft niets van een militaire ijzervreter. Met zijn slanke gestalte en het lange blonde haar doet hij meer aan een romantische dichter denken. Hij is een eenzame, iemand die zich telkens uit de dramatische handeling terugtrekt. De echte, historische werkelijkheid schuilt in het optreden van generaal Spoor en de scènes die een reconstructie geven van de bijeenkomsten der Verenigde Naties in de tweede helft van de jaren veertig. Vol optimisme wordt door een koor, als in een Griekse tragedie, de idealen van de humaniteit bezongen. Tegelijkertijd kritiseert de VN Nederland voor zijn optreden in Indië. Dat levert sterk theater op, omdat de dialoog de actie voortstuwt.

De afwisseling van gesproken en gezongen tekst creëert dezelfde openheid als de tekst en regie bezitten. De muziek van Jan Bus is soepel, melodieus en licht. Afgezien van enkele Indische aspecten, als de grote gong en de xylofoon die heel in de verte aan gamelan herinnert, is de compositie van Bus ontdaan van elke herkenbaarheid. Binnen de grenzen van de tonaliteit komt hij tot een fraai, ingetogen samenspel tussen de zangers en de instrumentalisten. De keuze voor altviool, klarinet, harp en slagwerk is ongewoon maar doeltreffend. Nergens is de muziek filmisch, alsof ze de handeling simpelweg wil ondersteunen. De beide solisten weten met souplesse de tekst verstaanbaar te maken en zich te voegen naar de poëzie van Boomsma's taal en de atmosferische rijkdom van de muziek. Als enig bezwaar kan gelden dat de abstractie soms zo groot is, dat degene die onvoorbereid de uitvoering bezoekt nauwelijks greep zal krijgen op de verhaallijn.

Omstreden zal deze kameropera niet worden, in elk geval niet zo als het boek De laatste tyfoon waarin Boomsma het optreden van de strijders tijdens de politionele acties danig hekelt. Nu confronteert hij ons in Westerling met een vertwijfeld man, die standrechtelijk en overtuigd van zijn gelijk doodde om 'terreur' te breken en die na de oorlog slachtoffer werd van zijn wandaden. Aan het slot verdwijnt hij in het niets, zoals hij zingt, 'in het zwarte gat van de geschiedenis'. Zijn werk is zinloos geweest; dat maakt hem tot een tragisch personage en allesbehalve tot een gewetenloze die-hard.