Larmag en Babel

“Het is van Berlage maar ik kan het niet helpen, ik vind het ontzettend lelijk,” hoorde ik in de Amsterdamse lijn 16 het plusminus achttienjarige meisje tegen haar vriendin zeggen terwijl we door de Vijzelstraat langs het gebouw van de Nederlandse Handel-Maatschappij reden. Zou ik? Misschien zou ze me er later dankbaar voor zijn. Ik boog me voorover en zei: “Het is niet van Berlage maar van K.P.C. de Bazel.” Ze keek verrast om en zei: “O.” Ik overwoog een nadere uitleg: dat dit gebouw wel mooi was, of in ieder geval, dat ik het mooi vond, maar dat het op een verkeerde plaats stond hoewel de mensen in de jaren twintig dachten dat het juist op de beste plaats was gebouwd en hoe dat kwam; maar ik zag ervan af. Voor je het weet ben je verdacht, zeker in de tram en ik vond dat ik mijn frikkenplicht had gedaan. Berlage, dacht ik, wordt nog steeds mooi gevonden en het vraagstuk van de hoogbouw leeft.

Het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen geeft jaarboeken uit. Dat van 1980 heet Nooit gebouwd Nederland, een prachtig boek over dromen in drie dimensies. Het zou niet gek zijn als er eens een vermeerderde herdruk van verscheen. Menig architect heeft in de hoogte gedroomd. Vooral H.Th. Wijdeveld wilde de lucht in. Hij was in de jaren twintig van plan het Vondelpark te herscheppen in een soort boulevard waaraan op uitgekiende plaatsen de torens van het openbaar bestuur zouden staan, en aan het einde het 'Groote Volkstheater'. Op die manier zou orde worden geschapen in de groeiende chaos van de metropool. Het monster van de bureaucratie stond vergelijkenderwijs nog in zijn kinderschoenen en het volk werd gezien als begerig naar zoveel mogelijk volkstheater. Een jaar of vijf later heeft Berlage een ontwerp gemaakt voor een mausoleum waarin de gebalsemde V.I. Lenin tentoongesteld moest worden, ook met een hoge toren die bovendien licht zou uitstralen. Het was een tijd van naïef optimisme. De drang tot hoogbouw ging gepaard met de overtuiging dat de mens uiteindelijk een redelijk wezen is. In kringen van kunstenaars was Erich Wichmann een van de weinigen met een andere mening. Hij zag niets in het socialisme, heeft een kanon ontworpen om een 1 mei-optocht met luizen te beschieten en een brochure geschreven, Lenin stinkt.

In deze tijd is hoogbouw niet meer ideologisch of idealistisch belast. In het debat gaat het om de esthetische vraagstukken, de prijs van de grond, het prestige en de macht. Mij dunkt, daar zit op zichzelf niets immoreels in en nieuw is het evenmin. De Rembrandt Toren aan de Amstel is weliswaar 44 meter hoger dan destijds de Toren van Babel (91 meter op een basis van 1600 vierkante meter) maar naar de maatstaven van toen moet Babel iets buitengewoons zijn geweest, terecht tot de wereldwonderen gerekend. Zo'n toren zou in deze tijd een kilometer hoog moeten zijn om de prestaties van toen te evenaren. Is er in Babylon veel over de zichtlijnen gediscussieerd? Het enige objectieve nadeel van hoogbouw is dat daardoor de lust tot verwoesting wordt opgeroepen. Xerxes heeft de Toren van Babel met de grond gelijk gemaakt. Karadzic kan de aanblik van hoogbouw in Sarajevo niet verdragen en Jeltsin vond dat het regeringsgebouw in Grozny moest worden gesloopt.

Hoogbouw, hoe dan ook verdedigd en gerechtvaardigd, is van alle tijden, wat niet wil zeggen dat alle hoogbouw goed is. De betrekkelijk lage hoogbouw van De Bazel voor de NHM, goed op zichzelf, heeft de Vijzelstraat doodgemaakt. De Nederlandse Bank heeft hetzelfde voor het Frederiksplein gedaan. Maar de Rembrandt Toren heeft het Amstelstation en omgeving definitief gereanimeerd, zoals iedereen zal begrijpen die zich de godverlatenheid van station en omgeving van voor de oorlog herinnert.

Voor mij staat het als een paal boven water dat iedere hoogbouw in het oude centrum en de negentiende-eeuwse wijken de stad zal beschadigen. Maar in de grote nieuwe stadsgebieden die zich nu ontwikkelen lijkt me om post-ideologische en post-idealistische redenen hoogbouw zowel noodzakelijk als niet te vermijden, zodat de enige kant van het vraagstuk die ons rest de esthetische is.

Een onderdeel van het esthetische vraagstuk is dat van de 'zichtlijnen': hoe wordt voor degene die zich in de binnenstad bevindt, de aanblik van de binnenstad beïnvloed door torens die boven de oude daken en gevels oprijzen? Daarover is de laatste tijd allerlei interessants gepubliceerd. De Amsterdamse Raad voor de Stedebouw, ARS, heeft twee brochures uitgegeven: Toren in zicht, over de gevolgen van de Larmag Toren voor de binnenstad, en Zichtlijnen in Amsterdam, van algemener strekking. Zojuist is onder redactie van Maarten Kloos bij Architectura & Natura Press een verzameling opstellen verschenen, Amsterdam's High-Rise. Een uitgesproken standpunt tegen extreme hoogbouw wordt ingenomen door drs.R.J. de Wit, voorzitter van de Raad van advies voor de ruimtelijke ordening, in zijn talrijke verspreide geschriften. Velen zijn het op veel manieren niet met elkaar eens.

Ik kom er nog één keer op terug.