Kosten van zorg stijgen iets minder

DEN HAAG, 9 JUNI. De gezondheidszorg kostte vorig jaar 53,7 miljard gulden. Dat komt neer op een stijging van 2,9 procent ten opzichte van 1993, zo blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De uitgaven nemen minder snel toe; in 1993 stegen ze met 4,4 procent. In het regeerakkoord heeft het kabinet zich voorgenomen de kosten van gezondheidszorg met maximaal 1,3 procent per jaar te laten stijgen. De stijging van 2,9 procent ligt onder de groei van het Bruto Binnenlands Produkt (BBP: 4,7 procent in 1994).

De kosten van de ziekenhuizen stegen met 2,3 procent; een betrekkelijk geringe stijging die vooral het gevolg is van een “gematigde toename” van de personeelskosten (1,7 procent). De kosten van instellingen voor verstandelijk gehandicapten stegen het meest, met 4,9 procent. De intramurale zorg kostte 28,5 miljard gulden, 2,7 procent meer dan in '93. Dat is ruim de helft van de totale kosten van de gezondheidszorg.

Aan specialistische hulp werd de afgelopen twee jaar met 2,7 miljard gulden ongeveer evenveel uitgegeven. De extramurale zorg (huisarts, specialist, apotheker, etc.) kostte 22,6 miljard, een stijging van 3,4 procent. De kosten van huisartshulp namen met 1,6 procent toe tot 2,2 miljard gulden, die van de tandarts met 2,3 procent tot 2,4 miljard. Aan medicijnen, verband- en hulpmiddelen werd vorig jaar met 7,2 miljard gulden 4,8 procent meer uitgegeven dan in 1993.