Konijn zingt belcanto

Jean-Pierre Plooij: Het landgoed. Uitg. Meulenhoff, 221 blz. Prijs ƒ 36,90.

Toen Jean-Pierre Plooij in mei 1994 stierf was hij nog aan het werk aan Het landgoed, misschien wel het meest ambitieuze project waaraan hij was begonnen. Plooij wilde van de roman een grootse fabel maken over de kunst, het leven en de dood, maar toen hij nog maar ruim over de helft was werd de schrijver ziek en bleef Het landgoed in de steigers achter. Vier hoofdstukken - die ieder één dag van het verblijf van een schrijver op een Alice in Wonderland-achtig landgoed beschrijven - waren min of meer af en zijn nu uitgegeven, samen met 'navertellingen' van de laatste drie hoofdstukken door Tineke Buisman, die dat deed op basis van enkele afgeronde passages en gesprekken met de schrijver.

Het probleem met Het landgoed is dat je als lezer al te nadrukkelijk beseft dat je een onvoltooid boek aan het lezen bent - ik maak me tenminste sterk dat een schrijver zijn eerste vier hoofdstukken als volledig afgerond beschouwt als de laatste nog maar nauwelijks zijn geschreven. En dat wreekt zich.

De eerste twee hoofdstukken van Het landgoed zijn onderhoudend en grappig. De hoofdpersoon komt aan op een afgelegen eiland waar 'schrijvers, schilders en componisten uit de vier windstreken voor enige tijd onbekommerd mogen werken'. De 'ik' verheugt zich daarop, want hij zit in een artistieke impasse; maar al spoedig merkt hij dat op het eiland alleen maar dieren wonen die zich voornamelijk met het 'artistieke bedrijf' bezighouden. Zo is daar Konijn, een belcanto-zanger en artistieke outcast die wanhopig op zoek is naar een sponsor, de criticus Aardeekhoorn, de componist Wasbeer, de schilder Bidsprinkhaan en nog allerlei andere beesten die gezamenlijk de kunstwereld vertegenwoordigen. Met hen voert de ik-figuur, die door Konijn al spoedig tot 'Landloper' is uitgeroepen, lange gesprekken over leven en kunst - levendige en humoristische gesprekken aanvankelijk, die, naarmate de dagen en hoofdstukken vorderen steeds meer inzakken. Het verhaal wordt dan langdradig, het tempo verdwijnt en langzaam komt het gevoel komt op dat Plooij ook deze als 'afgerond' gepresenteerde hoofdstukken nog lang niet onder controle had.

Na het lezen van Het landgoed rijst dan ook vooral de vraag waarom de uitgever uiteindelijk heeft besloten het boek te publiceren. Als gedenkteken voor Jean-Pierre Plooij is Het landgoed schrijnend - een monument zonder hoofd en voeten dat voor de ogen van de toeschouwer verbrokkelt, daar gedenk je een schrijver niet mee.