Herfstachtig

Vandaag sta ik onder een boom en omdat die boom in de polder staat, sta ik zelf ook in de polder. Mijn boom, mijn polder, geen mens te zien.

Spreeuwen wel.

Koeien ook.

Op een koppel staan ze in een hoekje aan de sloot, de koppen in de luwte van hun lijf. Vermoedelijk hebben ze geen flauw idee dat ze op het ogenblik een rage zijn in snuisterijenwinkeltjes. Of misschien kan het ze gewoon niet schelen om een rage te zijn in snuisterijenwinkeltjes.

Het regent.

Het regent en het waait.

Als de wind door de takken stuift, regent het onder mijn boom net zo hard als niet onder mijn boom. Maar dat deert me niet. Ik zal er in elk geval geen werk van maken, ik ga me niet beklagen over koude druppels in mijn nek. Ik was trouwens al nat toen ik onder deze boom tot stilstand kwam. Nee, ik verwacht geen wonderen van een boom. Ik verwacht alleen maar een plekje waar je kunt blijven staan, ook al ben je al nat.

Er hangt iets geurigs onder mijn boom.

Er hangt iets vrolijks onder mijn boom.

Er hangt iets van een totaal ontbreken van gebeurtenissen onder mijn boom.

Als er niets verandert, sta ik hier morgen nog.