Grote vijand met rolstoel

Ap van der Meulen: De erfenis. Uitg. Kwadraat, 303 blz. Prijs ƒ 39,90.

Net als een moord of een verloren liefde is ook een erfenis een heldere, dramatische gebeurtenis waar al ontelbare schrijvers hun verhalen omheen hebben proberen te bouwen. In zijn debuut De erfenis maakt Ap van der Meulen van de clichématigheid van zijn uitgangspunt nauwelijks een probleem. Onbekommerd, alsof het de eerste erfenis uit de literaire geschiedenis is, beschrijft hij alle vreugde, twijfel en gekrakeel die het gescheiden echtpaar Abe en Hilde en hun drie dochters overvallen als Hilde een erfenis van een oud-tante krijgt toegewezen. Als er dan ook al snel een invalide dierenbeschermer en een gefrustreerde Roemeen als boze kapers op de kust verschijnen krijgt de roman iets knussigs - we zijn weer thuis, allemaal al gelezen, maar bij De erfenis blijkt dat nauwelijks vervelend.

Van der Meulen heeft van zijn roman duidelijk een 'eigentijdse vertelling' willen maken. Het verhaal bevat wat spanning, wat maatschappijkritiek en veel 'modern leven' - gescheiden ouders met verschillende carrières en ratelende faxen. Verder doet Van der Meulen nergens moeilijk over; hij schrijft zijn pagina's vrolijk vol in een soort Nieuwe Revu-proza dat louter gericht is op het vertellen van het verhaal. Het nadeel van die luchthartigheid is dat hij de compositie van zijn roman regelmatig uit zijn vingers laat glippen, bijvoorbeeld als Hilde, door de erfenis naar Roemenië gedicteerd, haar grote vijand met rolstoel en al een ravijn ziet intuimelen - een mogelijk spannende passage die zo terloops wordt afgehandeld dat het een anti-climax wordt. En dat is een beetje tekenend voor De erfenis als geheel: een pretentieloos allegaartje, dat toch tamelijk onderhoudend is.