Geweld schaadt, seks niet; De vertroebelde Amerikaanse discussie over het fatsoen in de film

Amerikanen vinden, als het om film gaat, seks veel erger dan geweld. Dat is een hypocriet standpunt, vindt Pieter Kottman. “Het is onbegrijpelijk dat grof geweld in de gemiddelde Amerikaanse film wel wordt getoond, terwijl een lichaamsdeel dat de helft van de mensheid bezit een onaantastbaar taboe blijft.”

Nu is er weer senator Bob Dole. Op een bijeenkomst in Los Angeles vorige week, waar hij fondsen probeerde te werven voor zijn campagne, deed ook de Republikeinse presidentskandidaat een duit in het zakje. In het hol van de leeuw keerde hij zich, zoals de paus en talloze andere hoogwaardigheidsbekleders vóór hem, fel tegen het vertoon van geweld en seks in de film. Hollywood moet zich volgens hem matigen, 'de grenzen van het fatsoen' worden voortdurend overschreden. Met name multimedia-producent Time Warner, die Natural Born Killers van Oliver Stone, True Romance naar een scenario van Quentin Tarantino en cd's van rap-groepen heeft uitgebracht, kreeg ervan langs. Dole noemde het concern 'een prediker van het Kwaad'.

Zijn woorden waren het startsein voor de voltrekking van een ritueel. Stone zei dat Dole's 'hypocrisie alleen geëvenaard (wordt) door zijn boosaardigheid', Tarantino noemde de aanval 'bespottelijk' en sprak het vermoeden uit dat de senator de gewraakte films niet eens gezien heeft - wat zonder aarzelen per ommegaande bevestigd werd door zijn woordvoerder - en Time Warner wees er fijntjes op dat Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone en Bruce Willis - drie in gewelddadige rollen gespecialiseerde acteurs, die echter uitgesproken Republikeinse sympathieën koesteren - onvermeld bleven in Doles toespraak.

Ook Steve Tisch, een van de producenten van de geweldloze 'familiefilm' Forest Gump, sprak smalend van 'een politicus die zich tegen het geweld in de cinema keert maar tegelijkertijd de goedkeuring tegenhoudt van het wettelijk verbod op de verkoop van wapens' en hij voegde eraan toe dat 'Hollywood' alleen maar 'de ziekten van de samenleving' weerspiegelt. Het laatste is een observatie die anderen ook niet nalieten onder woorden te brengen: tot en met Scott Reed, campagneleider van Dole. Deze verklaarde naar aanleiding van 'het stevige standpunt' van zijn baas dat Amerika 'niet zozeer een economische als wel een morele crisis' doormaakt. Daarover lijkt men het tenminste eens.

Maar de overeenstemming is natuurlijk slechts schijn. De ene partij - ja zelfs het bange Hollywood dat het af en toe waagt om heel voorzichtig sociale problematiek aan te snijden - verwijst naar de morele crisis in de werkelijkheid, de andere ziet de crisis juist in dat verwijzen naar de werkelijkheid. Traditiegetrouw snijdt men de boodschapper van het slechte nieuws graag de keel af. Van deze kant van de oceaan bezien is het niet eens een vraag wie er in dit conflict gelijk heeft. Maar in het land met de grootste culturele invloed ter wereld veroorzaakt de kwestie voortdurend spanning.

Controversieel

Het getouwtrek heeft iets ongehoord naïefs. Dat er discussie ontstaat over de vraag of films tot bijvoorbeeld geweld kunnen aanzetten, is zeker in een gewelddadige samenleving als de Amerikaanse begrijpelijk. Maar onbegrijpelijk is dat kunstenaars zelf - de beroepsgroep die bij herhaling onder vuur ligt van de conservatieven - verzuimen ordening aan te brengen in wat hen verweten wordt. De kritiek op het vertoon van geweld strekt zich steevast uit naar het vertoon van seksualiteit. Geweld schaadt, seks niet, integendeel zelfs, maar toch vinden ook de vermeende overschrijders van de 'grenzen van het fatsoen' de generalisatie normaal. Sterker nog, uit hun werk blijkt dat zij het tonen van geweld heel wat acceptabeler vinden dan dat van seksualiteit. Seks is veel erger dan geweld, is de impliciete communis opinio.

Het is eigenlijk een wonder dat, om ons tot de cinema te beperken, Amerikaanse films hier zo gretig aftrek vinden. Met enige reden koester ik de hoop dat wij een andere kijk op de wereld hebben en dat hier een kloof gaapt die het culturele expansionisme niet zal dichten. Tijdens het vorige week afgesloten filmfestival van Cannes realiseerde ik me dat weer eens, dank zij de in de competitie opgenomen debuutfilm Kids van de omstreden Amerikaanse fotograaf Larry Clark.

De film - slechts een keer vertoond tijdens een nachtelijke sneak preview op het Sundance Film Festival (VS) in januari - kwam met het etiket 'controversieel' de oceaan over. Hij gold en geldt als een proeve van bekwaamheid voor de pr-afdeling van Miramax, die de film uitbrengt. Miramax maakt deel uit van het, al was het maar om commerciële redenen, conservatieve Disney-concern, dat met argus-ogen bekijkt hoe de film 'in de markt' geplaatst wordt. Komt een schandaal goed uit? Of moet de film maar zo geruisloos mogelijk worden uitgebracht?

Kids is een speelfilm over het leven van Amerikaanse tieners in een stad als New York, die oogt als een documentaire. Het scenario werd twee jaar geleden geschreven door de nu twintigjarige Harmony Korine, een authentiek skateboard-kid dat de door hem beschreven wereld als geen ander kent. In uitstekende, levensechte dialogen schetst hij een milieu waarin groepsgewijs bedreven geweld, drugs en vooral seks de voornaamste liefhebberijen zijn. Heel bijzonder - want om onbegrijpelijke redenen zelden vertoond op deze manier - zijn een paar lange gesprekken tussen meisjes en jongens onderling, over seks.

Ze zijn vroegwijs, maar voor het overige blijkt er niet eens zo heel veel nieuws onder de zon te zijn. Wel typisch voor deze tijd is het gevaar van besmetting met HIV, dat dan ook de dramatische kern vormt van Kids. Hoofdpersonage Telly die, juist uit 'hygiënische' overwegingen, zweert bij maagden, is, zonder dat hij zich daarvan bewust is, seropositief. Een meisje dat na een routine-onderzoek concludeert door hem besmet te zijn, tracht hem op te sporen om hem te waarschuwen. Ze belandt gedrogeerd op een feestje waar hij zojuist een nieuwe maagd veroverd heeft, zegt niets en wordt in haar roes misbruikt door een vriendje van Telly.

Men kan zo zijn sombere gedachten hebben over de wereld waarin deze jongeren opgroeien, maar filmer Larry Clark valt weinig te verwijten. Hooguit kan men hem aanrekenen dat zijn film zo educatief is en daardoor dramatisch minder interessant: HIV is een omstandigheid van deze tijd en geen universeel thema als liefde of dood. Zelfs de thematisch wel interessante verantwoordelijkheid jegens anderen speelt slechts een betrekkelijke rol, omdat Telly niet op de hoogte is van zijn sero-status, al is de les natuurlijk dat iedereen altijd veilig moet vrijen.

De vooruitgesnelde controverse en Clarks documentaire benadering misten hun uitwerking evenwel niet. Op de persconferentie in Cannes werd de filmer geconfronteerd met de verbeten gezichten van de verzamelde wereldpers, die hem op bijna agressieve wijze ondervroeg. Hoe oud de acteurs wel niet waren, wilde men weten (een vraag die anders nooit gesteld wordt) en hoe Clark het in zijn hoofd haalde om kinderen te misbruiken voor het stellen van 'dit morele dilemma' - een dilemma dat helemaal niet gesteld wordt, omdat Telly niet weet dat hij besmet is.

Geen woord over de scène waaraan ik me gestoord had. Een van Telly's zwarte vriendjes laat, trots op de afmetingen ervan, in het zwembad zijn pik zien. De scène duurt misschien wel drie minuten - wat lang is - maar al wat we te zien krijgen: niet dat waarom het gaat. We horen het kletsende geluid van het heen en weer zwaaiende geslachtsdeel tegen de dijbenen van de jongen, terwijl de zichtbaar in verwarring zijnde cameraman stuurloos het hoofd en bovenlijf van de jongen, de giebelende meiden om hem heen en ten slotte maar de wolken in beeld brengt. Men kan het stilering noemen, maar het is onlogisch en raar en overduidelijk een door (zelf-)censuur ingegeven 'oplossing'. De scène is typerend voor een kunstenaar die noodgedwongen een concessie doet.

Censuur

Aan het slot van de persbijeenkomst stelde iemand toch nog een vraag over het demonstratieve niet-tonen van 'the black guy's dick', en bracht daarmee zowel achter als voor de tafel grote beroering te weeg. Net als nu weer gebeurt in de schermutseling die Dole voert met 'Hollywood', werd de wereld vrolijk op haar kop gezet. Larry Clark zelf, die tot dan toe nerveus maar laconiek alle kritiek weerlegd had door er terecht steeds maar op te wijzen dat hij de realiteit toonde, reageerde woedend. Terwijl scenarist Korine nog riep dat de pik 'too big for the screen' was geweest, zei de regisseur met vertrokken gezicht 'doodziek' te worden van al die mensen die het beter wisten dan hij en hij eindigde zijn tirade met het kennelijk ultieme argument: “It's a movie!” Alsof Jean Genet in dit deel van de wereld niet al vijftig jaar geleden Chant d'amour maakte en alsof dat geen film is.

Clark, hoorde ik later, is door Miramax op de vingers getikt wegens zijn reactie op de vraag. Door kwaad te worden - doodzonde nummer een in de omgang met de pers - had hij herrie in de pers kunnen veroorzaken over frontal nudity die niet in de film zit. Hoe aardig zou dat niet geweest zijn! Maar de kwestie is doodgezwegen, waarschijnlijk omdat niemand de vraag serieus heeft genomen.

Mij verbaast dat en wonderlijk is ook dat Clark zijn kans niet waarnam. Om een andere reden dan die Miramax aanvoerde, was zijn reactie teleurstellend. Dat zijn film, als de scène wel in beeld was gebracht, in niet meer dan drie theaters in de VS vertoond had kunnen worden - zoals hij de vragensteller uiteindelijk toebeet - is evident. Maar het is moeilijk te begrijpen dat een kunstenaar een vraag over censuur niet met beide handen aangrijpt om die censuur te kijk te zetten. En nog onbegrijpelijker is het - nog los van de discussie of het tot imitatie-gedrag leidt - dat grof geweld in de gemiddelde Amerikaanse film wel geaccepteerd is, of in elk geval wordt getoond, terwijl een lichaamsdeel dat de helft van de mensheid bezit en waarmee de andere helft in het algemeen vertrouwd is, een onaantastbaar taboe blijft. Het beeld zou niet eens 'seks' hebben opgeleverd.

Het is het resultaat van slordig denken en van het 'decadente puritanisme' dat The Economist het Amerikaanse volk eens toeschreef. Wel de verkoop van speelgoedwapens verbieden, maar niet de echte wapens. Zoals ook nu weer blijkt uit het tumult rondom Doles uitspraken, delen zelfs kunstenaars, vaak toch de wegbereiders van een helderder moraal, dit bizarre gedachtengoed. What's wrong with a dick? hield de journalist nog aan. Alles. Iemands hoofd eraf schieten, gewoon als amusement, is in elk geval een veel minder groot probleem.

Kids van Larry Clark wordt in Nederland in de loop van volgend seizoen uitgebracht.