De onverbiddelijkheid van een geacht spelpedagoge

Stella Adler, lessen in acteren. Zaterdag, Ned.2, 0.33-1.28u.

Angstaanjagend moet ze zijn geweest, voor heel wat acteurs en vooral voor hen die niet zo goed waren. Als ze het niks vond, liet ze er niets van heel. Zie haar zitten, achter haar tafeltje, spiedend naar de acteurs die haar een scène voorspelen. En zie hoe ze ongeduldig interrumpeert, more, more! roept, of uitbarst in een betoog over het feit dat toneelstukken niet over woorden gaan, maar over ideeën. Stella Adler (1901-1992) was een algemeen geacht spelpedagoge, die achteraf door grote groepen Amerikaanse acteurs op handen werd gedragen, maar die tijdens haar régime onverbiddelijk heerste in de repetitieruimte.

De mooiste momenten in de Amerikaanse documentaire Stella Adler, lessen in acteren, die zaterdag na middernacht wordt uitgezonden door de TROS, zijn die scènes waarin ze met acteurs werkt - en, zo lijkt het, alles veruiterlijkt. Daar was een reden voor: uit haar levensbeschrijving blijkt impliciet dat ze de Engelse taal eigenlijk altijd een te puriteinse taal voor het theater heeft gevonden en dat ze de meeste Amerikaanse acteurs verweet hun gevoelens weg te drukken. Ze groeide, in New York, op in de traditie van het jiddisch theater, met de emotionele muzikaliteit van die taal en de bijbehorende fysiek. En dat heeft haar blijkbaar steeds als een ideaalbeeld voor ogen gestaan. Eén van de weinige keren dat ze razend enthousiast is over de acteurs onder haar hoede, is bij een scène die in Nederlandse ogen tamelijk melodramatisch wordt gespeeld, met clichégebaren en voorspelbare stemverheffing.

Interessant is ook te horen hoe ze zich in de jaren veertig verzette tegen de aan Stanislavski ontleende opvattingen van haar collega Lee Strasberg. Ze voelde er niets voor, zegt ze, om bij een emotionele scène te moeten terugdenken aan die keer dat haar kleine zusje over haar jurk had gekotst. Ze zag niets in dat gegraaf in de eigen herinnering; ze vond dat acteurs gewoon hun fantasie moeten gebruiken om zich in de rol te kunnen inleven. En toen ze de kans kreeg haar conflict aan Stanislavski zelf voor te leggen, bleek dat de grote Rus het met haar eens was: hij was zelf óók allang afgestapt van de therapeutische methode. (Overigens wordt die nog steeds gehanteerd; ik herinner mij uit een NOS-uitzending van een paar jaar geleden, hoe Marcelle Meuleman in een regie-klas trachtte een privé-trauma bij actrice Celia Nufaar naar boven te halen.)

Hoe het met de richtingenstrijd verder is gegaan, wordt uit de documentaire niet duidelijk. Helemaal in het begin is nog even te zien hoe Marlon Brando in A streetcar named desire uit de grond van zijn hart “Stella!” riep, maar was hij niet juist een uitgesproken volgeling van Lee Strasberg en diens method acting?