De Koude Oorlog tussen de seksen; Jayne Anne Phillips over het kwaad

Jayne Anne Phillips: Shelter. Uitg. Faber & Faber, 299 blz. Prijs ƒ 49,45. Vert. door Gerda Baardman als Zomerkamp. Uitg. Meulenhoff, 360 blz. Prijs ƒ 45,-

Duivels en engelen: de nieuwe roman van de Amerikaanse schrijfster Jayne Anne Phillips zit er vol mee. En geen lieve engelen, of beschermengelen, maar gevallene en vastbesloten engelen der wrake. Twee motto's, beide met het engelmotief, komen uit Openbaringen (20:1-3) en uit de poëzie van Rilke: 'Every angel is terrifying'.

Shelter speelt zich af in een zomerkamp voor padvindstertjes, maar gaat eigenlijk over een strijd tussen goed en kwaad die onbeslist blijft, ongeveer in gelijkspel eindigt. De lezer ziet de gebeurtenissen door de ogen van drie kinderen en een jonge volwassene, een buitenstaander die een rekening te vereffenen heeft. De zusjes Lenny en Alma Swenson raken via hun respectievelijke hartsvriendinnetjes verbonden met twee heel verschillende andere families, elk met hun eigen familiegeheim of skelet in de kast. Door hun leeftijdsverschil hebben de meisjes ook niet dezelfde jeugdherinneringen; Lenny weet bijvoorbeeld wat meer dan Alma van het overspel dat haar moeder pleegde met de vader van Alma's vriendinnetje tot hij zelfmoord pleegde. Maar Alma voelt wel degelijk aan dat er een geheim bestaat, en het kwelt haar.

Hoe pijnlijk veel kinderen weten of aanvoelen van het kwalijks dat ouders voor hen verborgen denken te houden is een belangrijk thema van Shelter. Het achtjarige zoontje van de kampkokkin, Buddy Carmody, heeft op zijn beurt een geheim voor zijn moeder: de man die voor zijn vader speelt, een alcoholistische Koreaveteraan en ex-gevangene, treitert hem en misbruikt hem seksueel. 'Vader' Carmody is de grootste schoft, de ergste duivel in de roman, maar de schrijfster geeft hem zowel goede redenen als concurrenten. In de strijd tussen goed en kwaad heb je natuurlijk ook altijd overlopers. Op de achtergrond van Shelter heerst de Koude Oorlog op zijn koudst; de leidster van het kamp laat geen gelegenheid voorbij gaan om de meisjes te waarschuwen voor het rode gevaar, voor overlopers, voor Russische diplomaten en spionnen die in hun ambassade in het geheim een crematorium hebben staan. Haar panische angst heeft, nu, een komisch effect, net als andere vermakelijke eigenaardigheden van de jaren vijftig en zestig, zoals elektrische krulspelden. Veel reëler en tijdlozer is echter de Koude Oorlog die tussen de seksen woedt, en tussen ouderen en kinderen. Geleidelijk aan, zorgvuldig een grote spanning opbouwend, onthult Phillips de geheimen waar de kinderen en de ouderen in het zomerkamp onder gebukt gaan. De bijbelse verwijzingen zijn daarbij niet van de lucht, het contrast verscherpend tussen het zorgeloze van een vakantiekamp en de zwaarte van alle meegebrachte familiegeheimen.

Het trieste verhaal van Buddy Carmody is het meest aangrijpend in Shelter, en werd voor een deel voorgepubliceerd in een literair tijdschrift. Een tweede boeiende figuur is de buitenstaander Parson, een wees die door een commerciële en zeer zondige dominee in de Bijbel werd onderwezen en moreel verpest, en die werd misbruikt door Carmody in de gevangeniscel die ze moesten delen. Parson is de wraakengel die de Duivel gaat opzoeken in het zomerkamp Shelter. Boontje komt om zijn loontje, maar bij het verslaan van het Kwade ontkomt het Goede niet aan vuile handen.

Phillips' grote talent is het scheppen van sfeer, waarbij ze opmerkelijk veel gebruik maakt van geuren. De broeierige en geladen sfeer van het door mannenkwaad overschaduwde meisjeszomerkamp maken van Shelter een spannend boek dat in een adem uitgelezen wil worden. Het lijkt wel of de schrijfster een overspelige vrouw en een alcoholistische moeder heeft ingelast om niet van eenzijdigheid beticht te kunnen worden.