Bezoek Heilige Ceintuur loopt uit de hand

ATHENE, 9 JUNI. Met de eerbewijzen voor een staatshoofd is vorige week op het Atheense vliegveld de Heilige Ceintuur van Maria ontvangen. Dit relikwie, dat door de Maagd zelf voor eigen gebruik zou zijn vervaardigd, wordt sinds de dertiende eeuw bewaard in het klooster Vatopedi op de Heilige Berg Athos. Vanuit het schiereiland dat ten onrechte wel eens 'monnikenrepubliek' wordt genoemd, zijn al eerder belangrijke heilige voorwerpen ter verering naar Athene en Thessaloniki gestuurd: de laatste jaren trokken vooral de aandacht de Heilige Geschenken van de Drie Koningen (goud, wierook en mirre) en de wonderbaarlijke ikoon Axion Esti, die in Athene eveneens eerbewijzen als voor een staatshoofd ten deel vielen.

Vrouwen worden op Athos niet toegelaten, vandaar de extra gretige vrouwelijke toeloop elke keer dat een relikwie zijn weg vindt naar de stad. Reeds bij het verblijf van Axion Esti echter kwamen sommige kranten met bezwaren. Was er wel genoeg controle op de enorme geldbedragen die naar de organisatoren (de kloosters) afvloeiden, alleen al in de vorm van kaarsbetalingen? De kerk heeft in Griekenland het monopolie op kaarsbereiding en elk kaarsje wordt door de kosters onverbiddelijk afgeblust en verwijderd - voor recycling - zodra het vrouwtje dat het devoot heeft aangestoken zich heeft verwijderd.

Van het bezoek van de Ceintuur - veel kortstondiger dan dat van Axion Esti - kan men zeggen dat het geheel uit de hand is gelopen. Slechts enkele dagen werd zij, in een voorstad van Athene, voor verering vrijgegeven en in de hitte en de chaos belandden vele vrouwen op een brancard in plaats van in de kerk. Daarna werd de Ceintuur langs een bizarre reeks adressen gestuurd - een ziekenhuis, maar ook een autoshow van Mercedes, premier Papandreou (wiens vrouw Mimi de Ceintuur reeds bij de kerk had vereerd), oud-premier Mitsotakis (wiens vrouw Marika in de Verenigde Staten wordt verpleegd), een aantal reders en magnaten die blijkbaar genoeg hadden betaald en ten slotte het ministerie van defensie dat de hele affaire had georganiseerd.

Bij de heftige aanvallen van de pers voegde zich nu ook kritiek van binnen de kerk - de woordvoerder van de Atheense aartsbisschop Serafim sprak van “ontwijding” en de bisschop van Edessa, Chisòstomos, kwam met een uiterst fel requisitoir waarin hij de hele onderneming terugvoerde op “geldzucht” en de wonderen die ermee gepaard zouden zijn gegaan op “doorgestoken kaart”. De abt van het klooster Vatopedi, de Cyprioot Efraim, die geen meter week van de Ceintuur bij al haar omzwervingen, verzekerde dat al het geld zal worden gebruikt voor restauratie van zijn klooster. Drie andere grote kloosters verwachten daarvoor fondsen van de EU, maar Vatopedi wenste niet van zulke Westerse hulp afhankelijk te worden.

Eén krant, de Ethnos, kwam op het idee om het wonder waarvan de organisatie het hoogst had opgegeven aan een nader onderzoek te onderwerpen. Een invalide vrouw zou haar krukken hebben achtergelaten en te voet huiswaarts zijn gekeerd. De vrouw, Maria Kourtoglou, werd opgespoord en verklaarde dat zij de krukken, die zij gebruikte omdat zij moeilijk liep, even terzijde had gezet om de Ceintuur te kussen. Maar daarna had zij ze weer meer naar huis teruggenomen. Een Atheens weekblad ontdekte intussen dat volgens een wet van 1976 elk vertrek, ook tijdelijk, van een relikwie uit Athos verboden is.

Er werden ook theologische vraagtekens gezet bij de Ceintuur als zodanig. Haar antecedenten zouden teruggaan op het apocriefe evangelie van Josef van Arimatea, in het Latijn geschreven ten minste 500 jaar na de kruisiging. De orthodoxe kerk erkent geen enkele apocriefe tekst.

Al met al kan de Grieks-orthodoxe kerk weer even voort met het verstouwen van haar problemen. In de stad Làrissa komt het zo wat eens in de maand tot gevechten tussen de aanhangers van twee kerkvorsten die elkaar de titel van bisschop betwisten. Aan die gevechten nemen ook priesters deel en het is elke keer weer een schokkend gezicht voor vrome televisiekijkers. Onlangs liet de plaatselijke politie weten psychisch niet meer in staat te zijn deze ongelooflijke taferelen in goede banen te leiden.

Ondershuids lijkt er een lichte opleving te zijn in de orthodoxe geloofsbeleving van de Grieken, ook bij de jeugd - waar het instituut van de biechtvader weer veld lijkt te winnen. Een en ander zou mede zijn terug te voeren op de drang de Griekse identiteit te bewaren. Des te meer bezorgdheid komt bovendrijven over het gedrag van zoveel popen die de ramen van hun eigen kerk lijken in te gooien.