Bestuurders vertwijfeld na referendum

DEN HAAG, 9 JUNI. Het referendum over de stadsprovincie Rotterdam creëert alleen maar chaos, zei een Rotterdams CDA-Kamerlid aan het begin van deze week. Nu de stofwolken optrekken, kijken bestuurders elkaar vertwijfeld aan over de ravage die een kleine 42 procent van de Rotterdamse kiezers woensdag aanrichtte onder de toekomstplannen van het binnenlands bestuur.

De gemeenteraad van Rotterdam zelf is even de weg kwijt en wacht voorlopig op aanwijzingen uit Den Haag. Daar is de situatie niet veel florissanter. De Tweede Kamer was in feite al akkoord met de wetsvoorstellen die noodzakelijk waren voor het uitroepen van de nieuwe stadsprovincie, maar wil in een tijd waarin wordt gepoogd de bestuurlijke kloof tussen politiek en burgers te dichten, de Rotterdammers niet tegen de haren in strijken. De Kamer hoopt wellicht op een nieuw plan dat een ambtenaar op het departement van binnenlandse zaken nog ergens heeft liggen. Maar staatssecretaris Van de Vondervoort kijkt na haar nederlaag de kat uit de boom en vindt dat de Kamer zich er eerst over moet uitspreken. Het 'dossier-Rotterdam' is een heet voorwerp geworden dat ieder op dit moment liever even doorgeeft.

Toch willen Kamer en kabinet het plan voor een stadsprovincie niet opgeven, zo veel is duidelijk. De behandeling van de wetsvoorstellen van Van de Vondervoort, gepland op 21 juni, gaat gewoon door. Dat de politieke wil nog steeds bestaat, is te danken aan het feit dat in het binnenlands bestuur, van gemeenteraden tot Tweede Kamer, brede overeenstemming bestond over het nut van een stadsprovincie.

Ondertussen wordt aan de borreltafels in Rotterdam en Den Haag naar hartelust gefilosofeerd over nieuwe middelen om dat doel te bereiken. Besluiten over nieuwe wegen, woningbouw of de aanpak van milieu-overlast kunnen beter in een groter verband worden genomen dan in elke gemeenteraad afzonderlijk, zo was de gedachte achter de stadsprovincie. De vorm waarin die werd gegoten had veel weg van een bestuurlijk compromis. De bestuurlijke reorganisatie, zo zei burgemeester Peper vier jaar geleden, moet vooral snel gebeuren om te voorkomen dat het idee zou vastlopen in stroperige, bestuurlijke machinerieën. De burgers reageerden met ongeloof op het bericht over de opheffing van hun gemeente, maar de buurgemeenten zegden alleen onder die voorwaarde hun medewerking toe. Dat zij akkoord zullen gaan met een stadsprovincie waarin Rotterdam ongedeeld, of opgesplitst in bijvoorbeeld drie grotere stukken, was niet waarschijnlijk, en dat lijkt het nog steeds niet.

Voor de staatssecretaris van binnenlandse zaken vormt de bestuurlijke patstelling een reden om de dreigende referendum-regen nog eens aan de kaak te stellen. Zij vindt dat gemeenten geen referenda moeten uitschrijven over zaken die niet op gemeentelijk niveau worden beslist. “Zo kun je niet werken”, zegt zij. “Je kunt een wettelijke voorziening overwegen die regelt welke vragen gemeenten aan hun burgers mogen voorleggen. Maar ik ben geneigd nog even te vertrouwen op de kwaliteit van de gemeentebesturen in Nederland.” Het valt echter niet uit te sluiten dat straks ook kleinere gemeenten hun bevolking een oordeel laten uitspreken over Haagse ideeën.

Daarnaast rijst de vraag hoe groot het draagvlak voor de bestuurlijke vernieuwing in de overige stedelijke regio's nog is na de debâcles in Amsterdam en Rotterdam. Ook het stadsgewest Haaglanden, dat in 1998 een stadsprovincie zou moeten worden, vertoont al scheuren. Besluiten over de toekomst van de regio's Utrecht, Twente, Arnhem/ Nijmegen en Eindhoven/ Helmond moeten nog volgen, maar zij kunnen zich even verschuilen achter een proefperiode.

Dat beleidsmakers zich al sinds de Tweede Wereldoorlog het hoofd breken over de vraag hoe een stedelijk gebied het beste kan worden bestuurd, bewijst hoe log en gevoelig de materie is. Grenswijzigingen zijn er sindsdien nauwelijks geweest. Met de politieke overeenstemming over de Rotterdamse wetsvoorstellen was de oplossing zo dichtbij, maar het verleggen van bestuurlijke grenzen wordt zelden geprezen door burgers. Het lijkt erop dat het debat over de bestuurlijke reorganisatie pas deze zomer gaat beginnen.

    • Rob Schoof