Agressor in Bosnië verdwijnt uit beeld

Wie zich het hoofd breekt over hoe veranderingen in de internationale verhoudingen moeten worden begrepen, staat aan de verleiding bloot terug te grijpen naar het overgeleverde verleden. Zo ontstaan de clichés, de beelden die gedachtenwisseling vereenvoudigen en ingewikkelde zaken begrijpelijk (moeten) maken voor een groot publiek. Maar die ook gemakkelijk tot misverstand, historische vertekening en 'hype' leiden. Vrij recente en overbekende voorbeelden zijn 'München', 'Pearl Harbour', 'Holocaust', 'Vietnam'.

Zo vergeleek Robert Kennedy in oktober 1962 in het hoge gezelschap dat een reactie moest formuleren op de plaatsing van kernwapens op Cuba door de Sovjet-Unie, de gedachte van een onaangekondigde preventieve Amerikaanse operatie tegen Castro's bastion met de Japanse overval in december 1941 op Hawaii. Alle aanwezigen begrepen onmiddellijk de zware morele lading van de vergelijking, en daarmee was het voorstel van tafel.

Inmiddels is een nieuw cliché aan de internationale vocabulaire toegevoegd: de 'Mogadishulijn'. Hiermee wordt verwezen naar de ontsporing van de humanitaire missie in Somalië toen op 3 oktober 1993 een actie van Amerikaanse Rangers tegen aanhangers van 'krijgsheer' Aideed uitliep op een gevecht waarbij achttien Amerikanen het leven lieten, en hun lijken door de straten van Mogadishu werden gesleept. De CNN-beelden hiervan leidden tot grote onrust in de Amerikaanse publieke opinie en in het Amerikaanse Congres en vervolgens tot beëindiging van de Amerikaanse interventie. Uiteindelijk zijn ook de blauwhelmen van de Verenigde Naties uit Somalië vertrokken.

Sindsdien kan een verhandeling over het modieuze verschijnsel 'peacekeeping' niet zonder een verwijzing naar de 'Mogadishu-lijn', veelal in beschouwingen van de hand van internationale deskundigen die zich verzetten tegen het gebruik van geweld door zogenoemde vredessoldaten in onoverzichtelijke gewapende conflicten. Hun conclusie: de Mogadishu-lijn mag nimmer worden overschreden. Blauwhelmen behoren geen partij te kiezen, is de redenering, en als zij tot het gebruik van geweld overgaan anders dan uit directe zelfverdediging kan het niet anders of dat wordt door een van de betrokken groeperingen als partij kiezen uitgelegd. Van dat moment af worden de vredessoldaten in het conflict betrokken en zijn zij niet langer in staat hun oorspronkelijke, humanitaire taak uit te voeren.

De keerzijde van dit verhaal is dat een blauwhelm zich kwetsbaar dient op te stellen. In de praktijk heeft dat betekend dat hij hulptransporten door de lucht onderbreekt zodra erop wordt geschoten, hulpkonvooien over de weg aan plundering blootstelt, door hem beschermde functionarissen voor zijn ogen laat vermoorden, 'veilige zones' onbeperkt laat bestoken, wapens die onder zijn beheer zijn geplaatst laat wegnemen en ten slotte zichzelf in gijzeling laat nemen door eenieder die een wapen op hem richt. Dit betekent niet dat de individuele vredessoldaat een notoire lafbek is, maar dat hij gehoorzaamt aan de bevelen die hem krachtens VN-mandaat zijn gegeven.

De voorstanders van deze vorm van militaire hulpverlening houden vol dat er dankzij deze werkwijze toch maar duizenden, zo niet tienduizenden levens zijn gered en dat het dus allemaal de moeite waard is. Het is niet nodig te proberen dit argument te ontkrachten - als dat al zou kunnen - om er toch vraagtekens bij te plaatsen. Het is voorstelbaar dat de aanwezigheid van gewapende militairen een tijdlang een extra impuls geeft aan humanitaire acties, een impuls die misschien ontbreekt bij zuiver civiele hulpverlening. Maar als de soldaat ongevaarlijk blijkt, ligt het in de rede dat het 'extra' verloren gaat en zelfs in zijn tegendeel verkeert. Dat is precies wat er in Bosnië gebeurt zoals uit de grootscheepse gijzelingen en de brutale expositie van geketende blauwhelmen is gebleken.

De aanleiding tot de gijzelingen waren twee geslaagde bombardementen op strategische plaatsen nabij Pale, de Bosnisch-Servische hoofdstad. Hoewel het er aan voorafgaande VN-ultimatum om de zware wapens opnieuw uit de omgeving van Sarajevo te verwijderen aan alle partijen was gericht en dus in wezen 'neutraal' was, kon de actie zelf niet meer als onpartijdig worden uitgelegd. Daarvoor was zij te eenduidig gericht tegen de Servische strategische logistiek. Maar dat de gijzelingen slaagden had met die partijdigheid niets te maken. Dat was een rechtstreeks gevolg van de aan de blauwhelmen bij voorbaat opgelegde kwetsbaarheid, van de opdracht de Mogadishulijn niet te overschrijden.

Achter de verbale schermutselingen rondom de Mogadishu-lijn gaat een veel verder strekkend vraagstuk schuil dan 'alleen maar' de handelingsvrijheid van vredessoldaten, een vraagstuk waaraan nogal wat deskundigen voorbij gaan. Zij maskeren de beperktheid van hun analyse door het betrokken conflict uitsluitend in een cultureel-historische context te plaatsen. De wortels van het conflict reiken te diep, partijen zijn wat de gebruikte middelen betreft aan elkaar gewaagd, er resteert een amorfe bevolking die in leven moet worden gehouden. Cynische slachtoffers mogen concluderen dat zij worden gevoederd om vervolgens te worden vermoord, maar dat laat de gevolgde denktrant onaangetast.

Daarbij wordt een oudere gedachtengang, die nota bene ten grondslag lag aan het ontstaan van de Verenigde Naties, geheel uit het oog verloren. Die houdt namelijk in dat een gewapend conflict zelden begint met een wederzijdse en gelijktijdige aanval van A op B. A attaqueert B of B attaqueert A, de ander probeert zich te verdedigen. In het juridische spraakgebruik van de Volkerenorganisatie heet zo'n aanval dan ook agressie en de partij die de aanval pleegt agressor. Alles wat daarna gebeurt, ook al krijgt de aangevallene de overhand en ook al schendt die op zijn beurt het volken- dan wel het oorlogsrecht, verandert niets aan de status van de agressor.

Binnen de Verenigde Naties en binnen de diplomatieke en militaire bureaucratieën die de regeringsdepartementen van de aangesloten landen bevolken, is deze notie verloren gegaan. Soms omdat dat beter uitkwam, soms gewoon als gevolg van oppervlakkigheid, soms voortkomend uit een gestaag gegroeide traditie. Mogelijk heeft het ook iets te maken met een zeker Europees of Atlantisch centrisme dat agressie slechts als agressie ervaart als het zich binnen de eigen cultuurkring voordoet. Bosnië ligt daarbuiten.