Wee de boer

Het verdient alle lof dat Jaap Boerdam vanuit zijn discipline, de sociologie, ons nog eens duidelijk met de neus op de feiten drukt en het voor de boeren opneemt (NRC Handelsblad, 27 mei). Als unieke verschaffers van voedsel waren zij de eersten wier 'zorg' het voortbestaan garandeerde. Diep wortelend in de natuur waren zij tevens de landschapsarchitecten, die met hun activiteiten de natuur omvormden tot voor mens, plant en dier rijke, leefbare natuurwaarden. Al in 1903 sprak Jac. P. Thijsse zijn grote waardering uit over hun ontginningen, die men evengoed natuurbouw als landbouw had kunnen noemen. - “dan zouden onze woeste gronden er veel minder aardig uitzien dan tegenwoordig”.

Ongebreidelde bevolkingstoename en steeds veeleisender 'consumentisme' forceerden de boeren tot een overlevingsstrategie die uitliep in een ernstige milieucrisis: lucht- en bodemvervuiling en de antipathieke bio-industrie. Gedwongen door de consument heeft de boer de milieu-ellende voor een zeer groot deel op zijn schouders genomen en werd daarmee als milieucrimineel gestigmatiseerd. Schijnheiligheid van lager allooi is niet denkbaar.

De oorspronkelijke uit de natuur voortgekomen landschapsarchitectuur is nu vervangen door de planologie van de emotieloze tekentafel. Grond moet uit de produktie en aan de (wat voor?) natuur teruggegeven worden. De vervuilende boer moet eraf. Onder dwang huis en hof te moeten verlaten, kinderen een toekomst als boer op ouderlijk erf en grond te zien ontnemen, dat doet pijn. Grond uit produktie nemen met toenemende bevolking en honger in de wereld, dat is niet te begrijpen.