Vuilniswagens

Ontwikkelingslanden zijn belangrijke klanten voor de enige Nederlandse fabrikant van vuilniswagens, Geesink in Emmeloord. De afgelopen tien jaar werden meer dan zestig vuilnisauto's geleverd aan Jemen en morgen wordt een zeer moderne wagen verscheept naar Ghana.

De betrokken landen hebben zelf geen geld voor de aanschaf van vuilniswagens en bijbehorende afvalcontainers. Daarom kopen ze produkten van Geesink pas als Ontwikkelingssamenwerking en de Wereldbank willen betalen. Er is regelmatig zo'n bereidheid om Geesinks export te financieren, omdat van vuilniswagens verwacht wordt dat ze bijdragen aan de volksgezondheid in ontwikkelingslanden. Geesink, producent van zeshonderd vuilniswagens per jaar, probeert de overheid op dit ogenblik ervan te overtuigen dat het humaan zou zijn om niet alleen voor landen als Jamaica en Nigeria vuilniswagens te financieren, maar tevens voor Roemenië en China, en ook eindelijk eens over de brug te komen voor vernieuwing van de Surinaamse vuilnisdienst.

Een probleem is echter dat in landen die zelf het materiaal van een moderne vuilnisophaaldienst niet kunnen betalen, de vuilnisauto's van Geesink al spoedig ongebruikt staan te verroesten. Alle twaalf vuilniswagens die Geesink leverde aan de Jemenitische stad Hodeidah zijn kapot en het vuilnis wordt weer als vroeger met ezelwagentjes opgehaald. In de Jemenitische hoofdstad Sa'ana staat een deel van de hoogwaardige vuilniswagens uit Emmeloord onbruikbaar langs de kant. In Suriname rijden ook de meeste Geesink-vuilniswagens niet meer, hoewel vanuit Emmeloord in 1987 nog een keer reserve-onderdelen werden geleverd.

In Nigeria is niet alleen slijtage en gebrek aan onderdelen een probleem voor de Geesink-vuilnisauto's, ze worden ook bedreigd door dieven die onderdelen van de wagens slopen. Speciale bewakers rijden daar op de vuilniswagens mee om de diefstal van onderdelen binnen de perken te houden.

De problemen met de vuilniswagens hebben niets te maken met de kwaliteit van de produkten van Geesink, die bij export naar ontwikkelingslanden meestal worden gemonteerd op chassis van de Nederlandse vrachtwagenbouwer Daf. Het grootste deel van de jaaromzet van ongeveer tachtig miljoen gulden behaalt Geesink (onderdeel van het Britse Powell Duffryn-concern) met verkopen binnen Europa. In landen als Nederland, Frankrijk, Duitsland, Finland, in steden als Parijs, Londen, Genève en Amsterdam, voldoen de wagens van Geesink uitstekend bij de vuilnisophalers.

De kwestie is eenvoudig. Een vuilniswagen heeft, bij goed onderhoud, een levensduur van tien, maximaal vijftien jaar. In Europese landen wordt daarom het vuilniswagenpark voortdurend met nieuwe wagens aangevuld. In ontwikkelingslanden wordt, als project van Ontwikkelingssamenwerking, in een keer een groot aantal vuilniswagens geleverd. Tegen de tijd dat nieuwe wagens moeten worden gekocht, heeft het betrokken land daar meestal geen geld voor en is er geen nieuw project van Ontwikkelingssamenwerking.

Een voorbeeld is de Jemenitische hoofdstad Sa'ana, waar volgens een berekening van Geesink jaarlijks twee tot drie nieuwe wagens nodig zijn. Daarvoor heeft de regering van Jemen geen geld. De eerder geleverde vuilniswagens staan in Sa'ana vaak stil omdat de regering ook geen geld heeft voor de aanschaf van nieuwe onderdelen.

Zodra de vuilniswagens stil staan zijn de adviezen voor de organisatie van vuilnisdiensten die adviesbureaus op rekening van Ontwikkelingssamenwerking voor de betrokken ontwikkelingslanden hebben gemaakt, nog slechts onbruikbare theorie. Bovendien kunnen monteurs die, ook op kosten van Ontwikkelingssamenwerking, in Emmeloord zijn opgeleid om de vuilniswagens rijdende te houden, weinig beginnen als ze geen onderdelen hebben. De technische ondersteuning die Ontwikkelingssamenwerking bij de vuilniswagens levert, duurt meestal niet langer dan drie jaar. Als er wel onderdelen zijn voor een defecte vuilniswagen, ontbreken dikwijls monteurs. Monteurs die in Nederland zijn opgeleid voor de reparatie van vuilniswagens beschikken over zoveel kennis dat ze in hun land al gauw een beter betaald baantje vinden dan bij de vuilnisdienst. De ontwikkelingsprojecten voorzien niet in het eindeloos opleiden van nieuwe monteurs.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) beloofde de Tweede Kamer vorig jaar spoedige verbetering na een kritisch rapport over de doelmatigheid van de Nederlandse hulpverlening. Het zou voor Geesink, Daf en consultants zakelijk slecht nieuws zijn als Ontwikkelingssamenwerking voortaan eenvoudige ezelwagentjes voor het vuilnis in ontwikkelingslanden ging financieren.

    • Ben van der Velden