Voinea krijgt in Parijs ander lichaam

PARIJS, 8 JUNI. Om de spanningen van het toernooi kwijt te raken, trok de Roemeense tennisser Adrian Voinea vorige week zondag in zijn eentje Parijs in. Hij bezocht Montmartre en de Notre Dame. Vanuit de kerk klonk gezang. Voinea ging naar binnen, liep naar voren en kwam recht tegenover twee priesters te staan.

“Een van hen, met een bril op, keek naar mij”, vertelde Voinea deze week. “Zijn blik bleef op mij rusten. Het was, hoe moet ik dat zeggen, een goede blik. En die maakte grote indruk op me.”

Gesteund door een Franse priester leverde Voinea de afgelopen twee weken een prestatie waar alle anonieme spelers buiten de top-honderd van dromen. De 20-jarige Roemeen, die op zijn vijftiende zonder een cent op zak naar Italië vertrok, mocht zich op de open Franse kampioenschappen meten met de groten en won er zeven partijen.

Als nummer 128 van de ranglijst begon zijn reeks met drie wedstrijden in het kwalificatietoernooi. Tegen een Fransman overleefde hij daarin vier matchpunten, eentje nadat een lijnrechter lang twijfelde maar uiteindelijk een bal uitgaf. Ook in het hoofdtoernooi leek Voinea onstuitbaar. Hij liet zich afgelopen weekeinde niet intimideren door de stuiptrekkingen van Boris Becker en versloeg in de vierde ronde de Rus Andrei Tjesnokov.

Hij stond zonder enige druk op de baan, steunde op zijn soepele techniek en kreeg steeds meer geloof en plezier in zijn spel. Pas gisteren, in de kwartfinale tegen Michael Chang, nadat zijn weerstand was gebroken door één onhandige beslissing, speelde hij ook echt als een qualifier met het getal 128 achter zijn naam.

Eén onbedachtzaam dropshot maakte gistermiddag een einde aan de successen. Eén fout deed de droom veranderen in een nachtmerrie. De qualifier kreeg twee setpunten tegen Chang, die als zesde is geplaatst. Bij een 5-4 voorsprong en 15-40 op de service van Chang, probeerde Voinea een dropshot. Maar de bal zeilde te traag, stuiterde te hoog en werd een eenvoudige prooi voor de snelle Chang. Nadenkend over de kostbare vergissing, sloeg Voinea vervolgens een forehand buiten de lijnen in een rally die Chang was begonnen met een service van slechts 98 kilometer per uur. Weg setpunten, weg kansen, weg vertrouwen.

Terwijl Voinea treurde, won Chang dertien games op rij. De Amerikaan maakte 5-5, brak in de volgende game simpel naar 6-5, won de set met 7-5 en beide volgende sets met 6-0 en 6-1. “Ik had dat dropshot nooit mogen proberen”, zei Voinea na afloop. “Het verbaast me dat ik op zo'n cruciaal moment voor die oplossing koos. Nadat ik de eerste set had verloren, was ik mentaal zo kapot dat de vermoeidheid ook in mijn lichaam zakte. Ik kon mijzelf niet meer terugvinden. Ik ben in werkelijkheid groter, maar ik voelde me op de baan heel klein tegenover Chang. Hij was Gulliver. Hij speelde als een muur waar ik niet overheen kon klimmen.”

Zijn heldere grijs-blauwe ogen bleven bij de persconferentie onbevangen de zaal in kijken, maar het zweet stroomde over zijn voorhoofd. Als hij de eerste set had gewonnen, had hij ook de partij kunnen winnen, zei hij zonder enige gêne. “Op dit moment realiseer ik het me nog niet”, vervolgde hij. “Later, wanneer ik hier weg ben, zal ik me dit toernooi met veel plezier herinneren.”

Voinea verliet zijn vaderland na de revolutie. Thuis waren de tennisbanen te oud, de omstandigheden te moeilijk. “In Roemenië zijn de laatste twintig jaar helaas alleen de rackets verbeterd”, vertelde de voormalige Roemeense topspeler Ilie Nastase deze week. Voinea volgde zijn oudere broer naar Italië, waar hij in eerste instantie onderdak vond in Oscoli. Hij leefde daar van de bankbiljetten die een oude, inmiddels overleden man, hem toestopte als hij van de baan af kwam. Gisteren mocht hij een cheque van 150.000 gulden ophalen, net zo veel als hij de afgelopen vijf jaar verdiende. “Ik weet echt niet wat ik daar mee ga doen”, zei Voinea. “Ik heb nog nooit zoveel geld gehad.”

Hij was van plan eerst naar huis te gaan. Zijn ouders wonen nog in Roemenië, in zijn geboorteplaats Focsani. Zijn wedstrijden waren daar op televisie te volgen en Voinea had de afgelopen week van onbekende fans tientallen faxen ontvangen met bemoedigende woorden. Hij was wat bevreesd dat zijn landgenoten misschien wel te veel van hem zouden verwachten. “Ze zien me daar nu als een andere Adrian, met een ander lichaam, met een ander gezicht. Ze zullen wel verbaasd zijn als ze zien dat ik er nog steeds hetzelfde uitzie.”

Over twee weken keert Voinea weer terug naar het soort toernooien dat hij deze week eventjes ontsteeg. Dan moet hij in Kosice, in Slowakije, aantreden voor een challenger, een divisie lager dan ATP-toernooien als Rosmalen en Rotterdam. Het brengt zelfs zijn deelname aan Wimbledon in gevaar. “Er moeten zich nog vier mensen terugtrekken, voordat ik wordt toegelaten tot het hoofdtoernooi”, vertelde hij. “Omdat ik in Kosice speel, kan ik in Londen niet meedoen aan het kwalificatie-toernooi.”