Verrassende kunst uit Duitse collectie

Tentoonstelling: De 100 mooiste tekeningen uit het Staatliches Museum in Schwerin. T/m 25 juni. Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Ma t/m za 11-18u, zo 13-17u.

Geen land ter wereld dat over zo veel zeventiende-eeuwse Nederlandse kunst beschikt als Duitsland. Vooral in de achttiende eeuw hebben hertogen, graven en Kurfürsten zich enthousiaste verzamelaars van (Nederlandse) schilderijen en tekeningen getoond. De kern van veel Duitse museumcollecties wordt gevormd door kunstwerken die ooit werden aangekocht om het prestige van een plaatselijke vorst te verhogen. Zelfs in de musea van middelgrote Duitse steden treft de bezoeker meestal wel een paar zalen aan waarin werk van de 'Holländer' wordt getoond.

Zo ook het Staatliches Museum van Schwerin, een stad in het noorden van de voormalige DDR. Dat deze provincieplaats over een aanzienlijke kunstcollectie beschikt is te danken aan de hertogen van Mecklenburg. Christian II Ludwig (1683-1756) liet reeds een galerij bouwen die plaats bood aan meer dan vijfhonderd (!) schilderijen van Hollandse meesters. Zijn zoon Friedrich (1717-1785) zette de verzameling voort en bouwde een nieuwe residentie: Ludwigslust. En hoewel zijn opvolger Friedrich Franz (1756-1837) geenszins bekend stond als een man met belangstelling voor kunst, verwierf hij in 1817 een collectie van duizenden gravures en tekeningen. Kunst verzamelen gold voor hem kennelijk als verplichting.

Het prentenkabinet van het Staatliches Museum telt heden ten dage zo'n 52 duizend gravures en achtduizend tekeningen. Daaruit werden drie jaar geleden al eens 120 hoogtepunten geselecteerd voor een tentoonstelling in Berlijn. Met een aangepaste versie daarvan wordt de splinternieuwe tentoonstellingsruimte van het Fries Museum in Leeuwarden nu ingewijd. In vergelijking met de tentoonstelling in Berlijn, die voor een groot deel uit Duitse tekeningen bestond, is in Leeuwarden de nadruk wat meer op werk van kunstenaars uit de Nederlanden komen te liggen. Van de Vlaming Frans Snijders is een prachtige liggende leeuwin te zien: met een paar losse lijntjes heeft de kunstenaar de innige tevreden uitdrukking van het dier weten te vangen. Van een andere dierschilder, Adriaen van de Velde, zijn enkele rake schetsen van koeien te zien. Vermeldenswaard in het Nederlandse zaaltje zijn verder een winterlandschapje van Allard van Everdingen, een Rembrandtesk Bijbels tafereel van Gerbrand van den Eeckhout en een paar levendige muzikantenportretjes door Pieter Quast. Bij de Franse tekeningen die verderop aan bod komen springt vooral het werk van Jean Baptiste Oudry (1686-1755) in het oog. Deze 'Peintre ordinaire des chasses de sa majesté' vergezelde Lodewijk XV regelmatig tijdens de jacht en heeft alle lievelingshonden van de koning geportretteerd. In Leeuwarden zijn dan ook vooral jachttaferelen van zijn hand te zien: een vossekop, twee honden die om dood wild vechten en een jachthond die een kraanvogel apporteert. Over die laatste tekeningen zijn lijnen getrokken; waarschijnlijk als hulpmiddel bij het overbrengen van de voorstelling op een wandtapijt of schilderij.

De grootste verrassingen zijn te vinden onder het werk van de Duitse kunstenaars in het laatste zaaltje. Liefhebbers van virtuoos priegelwerk kunnen zich hier vergapen aan de onwaarschijnlijk fijn uitgewerkte gouaches van Elisabeth Christina Matthes (1749- na 1797). Deze uit Neurenberg afkomstige kunstenares tekent een paardenbloem, een rups of een bloeiende distel tot in de allerkleinste details. Van de in Nederland vrijwel onbekende illustrator Theodor Hosemann (1807-1875) is een fraai geaquarelleerd Biedermeier tafereeltje te zien: twee verschrikte 'avondwachters' die in de schemering hun geweer richten op een vogelverschrikker.

De wat eigenwijze vormgever van de tentoonstelling heeft van alle tekstbordjes een klein hoekje afgeknipt. Hoewel de meeste tekeningen het best zonder toelichting kunnen stellen, wordt de nieuwsgierigheid van de bezoeker wel eens geprikkeld. Dan wreekt zich het feit dat de opschriften zo summier zijn. Hadden de samenstellers aan de hand van de architectuurtekeningen van het slot te Schwerin of de 'Paardenmarkt op de Dodendam' niet een paar tekstjes over de stad en z'n geschiedenis kunnen maken?

De (Duitse) catalogus omschrijft het prentenkabinet van Schwerin bescheiden als een: 'wenig bekannte Sammlung, die nicht zu den grössten in Deutschland gehört.' Grote namen komen in de collectie inderdaad mondjesmaat voor. Maar in het Fries museum wordt bewezen dat met het werk van 'kleine' meesters ook een mooie tentoonstelling valt samen te stellen.