Tuinders zijn 'Spaans geweld' beu

NAALDWIJK, 8 JUNI. Het overleg dat de tuinders dinsdag hadden met minister Van Aartsen (landbouw, natuurbeheer en visserij) kon niet wachten tot de reguliere vergadering aan het eind van de maand. Dat had niet zozeer te maken met een acute doodsnood van de sector, zegt Marius Varekamp, voorzitter van de afdeling tuinbouw van de federatie van land- en tuinbouworganisaties (LTO), als wel met het feit dat de bewindsman volgende week vrijdag naar Madrid reist om daar te spreken met zijn Spaanse ambtgenoot.

Varekamp sloeg vorige week alarm. Er dreigt een crisis in de tuinbouw. De prijzen zijn al geruime tijd schrijnend laag - nog nooit in de geschiedenis zijn zoveel tomaten doorgedraaid - terwijl de lastendruk stijgt. Naast de nationale en lagere overheden die de tuinders allerlei heffingen opleggen is in de ogen van de tuinders vooral Spanje de grote boosdoener.

“Wij zijn met een delegatie naar de minister gegaan, waarin alle betrokken partijen bij produktie en afzet, maar ook de werknemers die zijn verenigd in de voedingsbonden van FNV en CNV, waren vertegenwoordigd. Voor ons was het belangrijkst dat hij doordrongen is van de rol die Spanje op het ogenblik speelt op de Europese markten, omdat hij volgende week in Madrid is. Maar ook met het oog op het Spaanse voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar”, aldus Varekamp.

De prijzen van tuinbouwprodukten staan al drie tot vier jaar onder druk. Lag de veilingprijs van ronde tomaten begin mei vorig jaar op 2,51 gulden, in dezelfde week dit jaar werd een kilo voor 1,36 geveild. Oorzaak van de scherpe prijsdalingen is volgens de tuinbouwveilingen de groeiende aanvoer uit Spanje en de Canarische Eilanden. Naast tomaten komen er ook steeds meer komkommers, paprika's, ijsbergsla en aardbeien uit Spanje. De uitvoer van tomaten is sinds 1988 met vijftig procent gestegen, die van paprika's, komkommers, sla en aardbeien bijna verdubbeld. De recente devaluatie van de peseta, volgend op waardeverminderingen in 1992 en '93, hebben de concurrentiepositie van de Spaanse telers fors verstevigd. Maar de Nederlandse telers zien nu vooral met lede ogen aan hoe de Spaanse overheid de hele tuinbouw 'stevig in de benen helpt'. Modernisering van de teelt wordt gestimuleerd, veelal met subsidies van de EU. De veilingen hebben er bij Van Aartsen al eerder op aangedrongen te overleggen met ambtgenoten in België, Frankrijk en Groot-Brittannië, waar telers eveneens 'gebukt gaan onder het Spaanse geweld'.

Varekamp: “Spanje zal een beetje rekening moeten houden met andere EU-lidstaten. Spanje verkeert nog steeds in een overgangsfase voor definitieve toetreding en dat betekent dat de Commissie maatregelen kan nemen door formeel 'indicatieve invoerhoeveelheden voor marktgevoelige produkten' te bepalen”.

De tuinbouw spreekt van 'unfaire concurrentie'. De devaluatie werkt ook door in het Europees systeem van subsidies, garantieprijzen en interventieprijzen. Alle Europese valuta's worden omgerekend tot ecu's. De zwakke-valutalanden ontvangen daardoor meer dan de bedoeling was. Daarnaast is Nederland zwak uit de subsidie-onderhandelingen in Edinburgh gekomen. Uit het structuurfonds voor plattelandsontwikkeling ontvangt Nederland tussen 1993 en '99 nog geen 0,7 procent van het beschikbare geld (7 miljoen ecu tegen Spanje 330 miljoen ecu), 1,5 procent voor landbouwmilieuprogramma's en voor een versnelde structuuraanpassing van de landbouw 3 procent.

Van de gelden uit het zogeheten cohesiefonds (voor het opzetten van milieu- en vervoersprojecten) gaat meer dan de helft naar Spanje, 858 miljoen ecu op een totaal van 1.570 miljoen ecu. “Daar komt bij”, zegt Varekamp, “dat de subsidies die de nationale overheid aan de tuinbouw geeft vaak nog groter zijn. Het gaat dan vaak om sanering van sectoren waar het slecht mee gaat. In de praktijk betekent dat veelal omschakelen naar tuinbouw met moderne teeltmethoden. Zo heeft de Spaanse regering bijna een miljard uitgetrokken voor een verbetering van de tomatenteelt. Vroeger leverden de Spanjaarden in de winter tomaten. Maar door de nieuwe technieken zijn ze nu steeds meer in staat 'jaarrond' te produceren en dat geeft problemen”.

De traditionele voorsprong van Nederland in de tuinbouw lijkt snel verloren te gaan, niet in de laatste plaats doordat buitenlandse bedrijven relatief meer kunnen investeren door de lage loonkosten. Uit onderzoek blijkt dat de loonkosten voor een 35-jarige vaste medewerker in de tuinbouw in Nederland 27,81 gulden per uur bedragen, om die werknemer een nettosalaris van 12,87 gulden te bieden. In België ligt die verhouding op 20,70 gulden/11,67 gulden, in Engeland op 12,23 gulden/9,92 gulden, in Denemarken op 23,80 gulden/12,42 gulden, in Duitsland op 25,89 gulden/15,91 gulden en in Spanje op 5,51 gulden/5,34 gulden. Daarbij speelt een rol dat Nederland als enige land in de EU geen bevredigende regeling heeft voor gelegenheidsarbeid, die vooral land- en tuinbouw in verband met oogsten te bieden hebben.

De telers hebben overigens niet alleen last van de Spaanse concurrentie. Varekamp wijst er op dat er ook een forse aanvoer is uit Marokko. “Na de Golfoorlog zijn er toezeggingen gedaan aan de Magreb-landen om de opkomst van het fundamentalisme te stoppen. Die landen zijn tegemoet gekomen door de afschaffing van allerlei invoerheffingen. Het is natuurlijk prachtig dat deze landen op die manier worden geholpen, maar het betekent wel dat de tuinders daardoor worden getroffen. Hetzelfde geldt voor een land als Colombia. Om de produktie van cocaïne af te remmen worden boeren daar gestimuleerd om andere produkten te gaan telen. In praktijk komt het er wel op neer dat wij sinds een paar jaar vanuit dat land worden beconcurreerd met bloemkwekerijprodukten.”

De problemen die bij de minister op tafel zijn gelegd hebben te maken met de afnemende concurrentiekracht van Nederlandse telers, die ook alles te maken heeft met het binnenlands beleid. “Wij worden overspoeld met milieuwetten en daaruit voortvloeiende regelgeving”, zegt Varekamp. “Bijvoorbeeld de wet verontreiniging oppervlaktewater en het lozingenbesluit. Er is een wet milieubeheer en een algemene maatregel van bestuur 'bedekte teelt'. Er is het meerjarenplan gewasbescherming, een meerjarenafspraak energie en een kunststoffenconvenant. Volgens het Landbouw Economisch Instituut betekent al die wet- en regelgeving dat een gemiddeld tuinbouwbedrijf 371.000 gulden extra moet investeren om aan alles te voldoen. Dat is een eenmalige investering, maar daar blijft het niet bij. Berekend is dat de extra jaarlasten toenemen met vier tot tien gulden per vierkante meter. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. Dezelfde studie zegt dat 34 procent van de nu bestaande - op zichzelf levensvatbare - tuinbouwbedrijven daardoor failliet zullen gaan. Het is dus wel duidelijk dat we niet voor niets bij Van Aartsen aan de bel trekken.”