Suiker op het werk

Diabetes mellitus. Cahiers Bio-Wetenschappen en Maatschappij, 1995. 54 pag, ill.

Te bestellen door ƒ 10,- over te maken op giro 154373 t.n.v. Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij, Utrecht o.v.v. 'diabetes'.

In de Egyptische oudheid werd de diagnose 'suikerziekte' gesteld door iemands urine uit te gieten op een lemen vloer. Kwamen er bijen op af, dan had de betrokkene 'suiker'. Op een 20 meter lange papyrusrol, die de Duitse Egyptoloog Ebers in 1871 in handen kreeg, staat precies beschreven wat er geslikt moest worden tegen het veelvuldig urineren, dat zo kenmerkend is voor mensen bij wie suikerziekte zich openbaart. Diabetes mellitus betekent letterlijk zoiets als 'zoete doorstroming'. Als deze chronische ziekte zich, vaak in de tienerjaren, aandient, krijgt de patiënt een onverzadigbare dorst, maar plast nog veel meer om de suiker waarmee zijn lichaam zich geen raad weet kwijt te raken. Uitdroging van het lichaam is het gevolg. Wanneer medische behandeling uitblijft raakt de betrokkene in coma en overlijdt spoedig daarop. Tot in de twintigste eeuw was iedere diabeticus - alle papyruswijsheid ten spijt - ten dode opgeschreven. Het waren de Canadese onderzoekers Banting en Best die in 1921 een experiment uitvoerden bij de beroemd geworden hond Marjorie. Nadat haar alvleesklier operatief was weggenomen kreeg ze prompt suikerziekte, maar vervolgens slaagden de onderzoekers erin haar in leven te houden door toediening van alvleesklierextracten met het hormoon insuline, toen nog isletin genoemd. Al een jaar later begon men de eerste patiënten met insuline-injecties te behandelen, nog een jaar later werd hiervoor de Nobelprijs toegekend. Tegenwoordig kan een diabetespatiënt die zijn ziekte serieus neemt en medewerking van zijn omgeving krijgt, een min of meer normaal leven leiden. Het bloed prikken en insuline spuiten, het 'leven op de klok' en de permanent vereiste discipline blijven natuurlijk een levenslange belasting. Maar veel meer dan de suikerziekte zelf zijn het de op latere leeftijd optredende complicaties, zoals dichtgroeiende netvliezen en enge voetklachten met afstervende tenen, die de meeste zorgen baren. Aan dit onderwerp heeft de Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij haar jongste cahier gewijd. Het is een buitengewoon informatief boekje geworden, dat niet alleen de jongste stand van het medisch-wetenschappelijk onderzoek uiteen zet, maar ook ruim aandacht besteed aan de emotionele kanten van de zaak. Vaak wordt de diagnose voor het eerst gesteld bij pubers en meestal komt de klap dan bij de ouders harder aan dan bij de tiener zelf. Die reageert vaak vrij nuchter, vindt die plotselinge aandacht misschien ook wel prettig, en maakt soms handig gebruik van de ziekte om eens lekker iets te snoepen onder de les of met een geldige smoes van de gymles weg te blijven. Toch wordt de onvermijdelijke uitzonderingspositie door veel scholieren ook als heel naar ervaren. Opvallend is, dat het juist pubers zijn die, in hun streven om zich los te maken van hun ouders, aan het experimenteren slaan met hun insulineschema, en daardoor vaak zieker rondlopen dan nodig is. Diabetes is een ziekte die grote invloed heeft op het hele gezin. Veel familieleden raken eraan gewend om hun suikerzieke huisgenoot doorlopend te observeren. Heeft hij al gegeten? Moet hij nog spuiten? Heeft hij insuline bij zich? Een overbezorgde partner neemt soms veel van de zorgen over. Gaat er iets mis, dan voelen beide partners zich vaak schuldig ten opzichte van elkaar en dat maakt de relatie er niet eenvoudiger op. De angst van de omgeving wordt vaak gevoed door het meemaken van hypo's, die inderdaad beangstigend zijn om te zien. Hypo staat voor hypoglycemie, een toestand waarbij de suikerspiegel in het bloed beneden een kritieke grens is gedaald doordat iemand teveel insuline heeft gespoten of te weinig heeft gegeten. Dat leidt tot symptomen als hartkloppingen, beven, zweten en in ernstiger gevallen bewusteloosheid en coma. Is de patiënt nog bij kennis, dan kan men hem het beste snel wat suiker toedienen door hem bijvoorbeeld geconcentreerde limonadesiroop te laten drinken. Omdat zulke hypo's zich vooral 's nachts voordoen zijn er veel partners van diabetici die bij het minste zuchtje wakker schrikken en daardoor chronisch slecht slapen. Wie diabetes heeft, wordt niet toegelaten bij de politie, de zeevisserij of in het leger en mag ook geen autobussen, vrachtwagens of vliegtuigen besturen. Dan blijft er nog genoeg over, zou je zeggen, maar de praktijk leert, dat veel werkgevers bij de keus tussen twee geschikte kandidaten waarvan er een diabetes heeft, toch maar liever de andere nemen. In het boekje wordt een voorbeeld genoemd van iemand die de felbegeerde baan pas kreeg nadat hij voor de rechter had aangetoond dat hij zijn bloedsuikerspiegel keurig onder controle had, maar veel sollicitanten zullen zover niet gaan. Als je bij het sollicitatiegesprek vertelt dat je diabeticus bent, loop je goede kans de boot te missen. Verzwijg je het, dan val je wellicht bij de medische keuring door de mand. Glip je door alle mazen heen, dan kan het moment waarop je toevallig op je werk temidden van niets vermoedende collega's een hypo krijgt tot dramatische taferelen leiden. Een lichtpuntje is dat de gewraakte WAO-malus voor werkgevers, door het Cahier nog genoemd als een belangrijke hindernis bij sollicitaties, weer wordt afgeschaft.