Speciale basisschool

Nauwelijks vijftig meter liggen de Anne Frankschool en de H.C. Andersenschool van elkaar. Een grasveldje, wat bomen, een klimrek en een zandbak: meer lijkt beide scholen aan de voet van Zoetermeerse hoogbouwflats niet te scheiden. Toch leverde deze nabuurschap lange tijd niet meer op dan een vriendelijke groet over en weer. Dat de Anne Frankschool een LOM-school was voor kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden en de Andersenschool een 'gewone' basisschool met redelijk wat leerlingen uit achterstandsgezinnen, dat wist men nog nét van elkaar. Maar hoe het in de klas toeging en welke schoolcultuur er heerste? Geen idee. Totdat de beide directeuren, Tiemen Alink van de Anne Frankschool en Frans de Jong van de Andersenschool, door een buurtouderproject aan de praat raakten en 'heel voorzichtig' gingen verkennen of ze elkaar misschien ook op onderwijskundig vlak iets te bieden hadden.

Vanaf vorig schooljaar vormen de twee Zoetermeerse scholen een scholengemeenschap voor basis- en speciaal onderwijs en een fusie ligt - als de financiële regelingen een beetje meewerken - in het verschiet. 'Uniek voor Nederland', zegt Roel Pots, beleidsmedewerker afdeling onderwijs van de gemeente Zoetermeer en belast met de samenwerking tussen basis- en speciaal onderwijs. 'Met deze proeftuin laten we zien dat je minder kinderen naar het LOM hoeft te sturen als je de deskundigheid die het speciaal onderwijs heeft in het begeleiden van probleemleerlingen terugbrengt naar de basisschool.' Het aantal verwijzingen naar de Anne Frank LOM-school is tussen 1992 en 1994 afgenomen met veertien leerlingen, op een totaal van 130 kinderen, terwijl elders in het land de groei van het speciaal onderwijs nog lang niet tot staan is gebracht.

Onder het motto Weer-Samen-Naar-School lanceerde in 1991 de toenmalige staatssecretaris van onderwijs Wallage een landelijk project om de alsmaar wassende stroom leerlingen naar het peperdure speciaal onderwijs in te dammen. Veel meer kinderen, ook die met leer- en gedragsproblemen, moeten opgevangen kunnen worden op de gewone basisschool, zo luidde de boodschap. En om dat te bereiken moesten basisonderwijs en speciaal onderwijs nauw gaan samenwerken en veel meer van elkaars deskundigheid gebruik maken.

Op de twee Zoetermeerse scholen heeft begin vorig jaar een complete verhuizing van leerlingen plaatsgevonden: alle vier-tot achtjarigen - zowel die van de LOM-school als van de basisschool - zitten nu in het gebouw van de Anne Frank, terwijl de bovenbouwers in de Andersenschool zijn ondergebracht. Ze vormen wel aparte klassen, maar de kinderen hebben duidelijk het gevoel dat ze op één school zitten. Schoolreisjes, feesten, projecten worden gezamenlijk gedaan, en er zijn ook gemengde leesgroepen waar LOM én basisschoolkinderen onder leiding van goed geïnstrueerde ouders hun leesvaardigheid vergroten. De grote winst zit hem volgens de twee directeuren in het feit dat alle leerlingen nu kunnen profiteren van het 'zorgsysteem' dat door de scholengemeenschap is opgezet en dat de scheiding tussen twee schoolsoorten moet doorbreken. Ook kinderen van de Andersenschool krijgen nu 'zorg op maat' als ze met leer- en gedragsproblemen te kampen hebben. Zo kunnen ze een tijdje meedraaien in een LOM-groep, extra hulp en begeleiding krijgen, en als het beter gaat zonder problemen weer terugkeren naar hun eigen klas. Omgekeerd geldt hetzelfde voor de LOM-kinderen die daardoor niet langer dan noodzakelijk in het speciaal onderwijs blijven hangen. De afgelopen periode zijn vijf leerlingen van het LOM naar het basisonderwijs overgestapt.

Juist die vloeiende overgang tussen de beide onderwijssystemen - een tussenvorm van gewoon basisonderwijs en de gespecialiseerde aanpak van het LOM - maakt de samenwerking zo uniek, vindt directeur Alink. Dat er altijd een groep kinderen zal blijven bestaan die heel veel zorg nodig heeft staat voor hem vast. Maar die groep is kleiner dan het aantal leerlingen dat nu op het LOM zit. 'Voor sommige leerlingen moeten wij onze zorg temperen', concludeert Alink. En zijn collega De Jong erkent dat de basisschool in het verleden soms wat gemakzuchtig met leer- en gedragsproblemen omsprong. 'Eerst moest een kind vastlopen, dan schoof men het door naar de deskundigen buiten de school.'

Nu berust de zorg voor een kind met leer- of gedragsproblemen bij de scholengemeenschap zelf. Een centrale rol is daarbij weggelegd voor de Interne Begeleiders, collega's die over extra deskundigheid beschikken en deels zijn vrijgemaakt voor advisering en begeleiding. Zij worden in een zo vroeg mogelijk stadium door de leerkracht ingeschakeld wanneer deze het gevoel heeft dat een kind niet goed functioneert. De Interne Begeleiders stellen een handelingsplan op en kunnen als het nodig is specialistische hulp inroepen van psychologen, maatschappelijk werkers of schoolartsen. Maar het is de leerkracht die de verantwoordelijkheid blijft houden voor het wel en wee van zijn leerling.

Hoe weinig de scholen eigenlijk van elkaar wisten bleek wel toen ze geconfronteerd met elkaars schoolcultuur. Schoolhoofd De Jong: 'In het begin dachten we: we zijn wel ongeveer gelijkgestemd. Maar er bleken grote verschillen in werkwijze te bestaan. Wij op de basisschool zijn erg op de leerstof gericht - het boekje moet op tijd uit zijn - terwijl de leerkrachten in het speciaal onderwijs veel beter kijken naar het functioneren van de leerling.' De leerkrachten van de Anne Frankschool corrigeren vaker het gedrag van de kinderen en bieden de leerlingen een duidelijke structuur. Langzamerhand is de benadering die gericht is op de behoefte en het welzijn van het kind gemeengoed aan het worden binnen de scholengemeenschap.

'Dat was precies het uitgangspunt waar de basisschool tien jaar geleden mee van start ging', vult Roel Pots aan. 'Men hoopte dat door die kindgerichte aanpak het jaarklassensysteem doorbroken zou worden en meer kinderen binnen het basisonderwijs gehouden konden worden. De uitstoot naar het speciaal onderwijs is sindsdien alleen maar vergroot. Een van de grote fouten bij de invoering van de basisschool is indertijd geweest dat het basisonderwijs en het speciaal onderwijs als twee aparte systemen naast elkaar zijn blijven bestaan.'

    • Michaja Langelaan