Smerig verhaal in huiskamer

Voorstelling: Een smerig verhaal, van Jean E. Eustache, door het Noord Nederlands Toneel. Regie en bewerking: Albert Lubbers; vertaling: Jan Versteeg; vormgeving: Peter de Kimpe; spel: Dries Vanhegen, Patrick Deleu, Christo van Klaveren, Fabiënne Meershoek, Rogier Schippers, Sofie Sente, Louk Seyffert. Gezien: Heresingel 17, Groningen, t/m 10/6 aldaar. Res. 050-711612.

De villa vertoont duidelijke sporen van bewoning. Hoezen van pas gedraaide elpees slingeren op een piano rond en de schoorsteenmantel is bezaaid met familiekiekjes. Ten behoeve van een locatievoorstelling van het Noord Nederlands Toneel heeft een particulier zijn huis een paar avonden lang voor het publiek opengesteld en nu zitten er zo'n twintig, dertig theatergangers in zijn Groningse voorkamer. We voelen ons voyeurs, de blik gaat bijna automatisch op gluurstand.

Die beklemming verlaat ons niet wanneer we naar het spel kijken. Dat vindt, half verborgen achter schuifdeuren, in de achterkamer plaats en in de serre. De zeven personages die daar op hun tenen over het parket trippelen of behoedzaam een glaasje wijn naar hun lippen brengen hebben niet in de gaten dat er naar hen gekeken wordt. Al hun aandacht gaat uit naar het verhaal dat een man hun vertelt. Terwijl we de met moeite gemaskeerde schrik op de gezichten van de luisteraars bespieden, begint het verhaal ook ons te beroeren. Het is een verhaal over... voyeurisme.

De man (Dries Vanhegen), een niet onsympathieke dertiger, heeft maandenlang slechts één ding gedaan. Door een gaatje in de wc-deur van een café heeft hij de dames recht in het kruis gekeken. Daarvan leerde hij dat de mooiste vrouwen soms de walgelijkste kutten hebben en omgekeerd. “'t Geslacht is de spiegel van de ziel”, meent hij. “Schoonheid, dat is de kut, en de rest doet er niet toe.”

In Een smerig verhaal (Une sale histoire, 1978) stelt de Franse filmer en scenarioschrijver Jean Eustache een paar fascinerende vragen. Waarom zijn er zoveel mannelijke en zo weinig vrouwelijke voyeurs? Hebben vrouwen een andere lustbeleving? Kàn seks die niet in het geniep plaatsvindt wel spannend zijn?

Regisseur Albert Lubbers dringt ons zijn mening niet op. Zijn voorstelling, met lange stiltes en scènes waarin ogenschijnlijk niets gebeurt, munt uit door terloopsheid. We krijgen niet eens de kans te applaudisseren. Zo onopvallend als de zeven kwamen binnendruppelen, zo besmuikt druipen ze nu weer af, sommigen met rood nagloeiende oortjes.