Schrijfproblemen door stoornis in de fijne motoriek

Bijna een kwart van de kinderen op de basisschool heeft moeite met schrijven. De schrijfproblemen hebben vaak te maken met stoornissen in de fijne motoriek. Veel van deze kinderen hebben dan ook niet alleen problemen met schrijven, ook het gedrag kan te wensen overlaten. Zo zijn ze soms hyperactief, of hebben leerproblemen. Leerkrachten onderkennen de moeilijkheden, maar zijn vaak niet bij machte er iets aan te doen. Bovendien hebben ze vanwege de 'zorgverbreding' in het basisonderwijs de tijd niet om de kinderen extra te begeleiden. Met fysiotherapeutische behandeling zijn veel van deze kinderen geholpen. Na twaalf behandelingen schreef het merendeel beter. Wordt er geen aandacht besteed aan het schrijfprobleem, dan treedt geen spontane verbetering op.

Dit constateert de Nijmeegse onderwijskundige B. Smits-Engelsman in haar proefschrift Theory-based diagnosis of fine-motor coordination development and deficiencies using handwriting tasks waarop ze dinsdag promoveerde. Ze ging na welke psychomotorische processen een rol spelen bij de ontwikkeling van de fijn-motorische coordinatie en welke stoornissen daarbij kunnen ontstaan. Smits ontwikkelde een speciale methode (process loading task method) om te beoordelen of bij kinderen die onvoldoende vooruitgang boeken bij het leren schrijven sprake is van verschillende typen schrijfproblemen die te maken hebben met de onderliggende motorische processen. Met deze methode wordt getracht de schrijfstoornis te lokaliseren als disfunctie van een of meer psychomotorische modules die moeten worden doorlopen voordat een schrijfbeweging tot stand komt.

Allereerst bekeek Smits in welke mate leerkrachten problemen met het aanleren van schrijfvaardigheid signaleren bij kinderen van de basisschool. Verder ging de Nijmeegse fysiotherapeute-onderwijskundige na of het oordeel van de leerkrachten reëel is. Twaalf scholen en in totaal 734 kinderen tussen de zeven en twaalf jaar waren bij het onderzoek betrokken. Een deel van de groep onderging twaalf gerichte fysiotherapeutische behandelingen.

Bij 22% van de kinderen constateerden leraren ernstige schrijfproblemen en hun oordeel bleek het niveau van schrijfvaardigheid vrij nauwkeurig te voorspellen. Het blijkt dat kinderen die slecht schrijven vaak onrustig zijn, constant friemelen en frutselen en weinig concentratie kunnen opbrengen. Dat gedrag is irriterend voor de leerkracht, maar ook voor de andere kinderen. De kinderen met de problemen in de fijne motoriek proberen die irritatie dan weer te compenseren door nog opvallender gedrag. Sommigen hangen de clown uit of zijn hondsbrutaal, anderen trekken zich helemaal terug, zo nam Smits waar.

Via experimenteel onderzoek is nagegaan of verschillende typen schrijfproblemen wellicht te maken hebben met verschillende onderliggende motorische processen. Smits hanteerde hiervoor een schrijftablet waarbij snelheid, druk en bewegingsverloop nauwkeurig worden geregistreerd. Naar voren kwam dat slecht schrijven bij verder motorisch normale basisschoolleerlingen vooral in verband staat met problemen in het juist afstellen van de distale vingermotoriek. Dat wil zeggen dat de module waarin het spierinitiatieproces wordt gereguleerd waarschijnlijk verantwoordelijk is voor de problemen.

Een mogelijke oorzaak is een niet juiste filtering van de bewegingen door middel van de controle van biomechanische eigenschappen van het bewegingssysteem. Bewegingen van slechte schrijvers gaan gepaard met aanzienlijk meer neuromotorische ruis dan bij goede schrijvers. Uit een follow-up studie blijkt dat slechte schrijvers na een jaar (zonder extra hulp) eerder achteruit zijn gegaan dan vooruit. De kinderen die toch al goed schreven, deden het steeds netter.