Rotterdamse bobo's incasseren optater van boze bevolking

ROTTERDAM, 8 JUNI. Asgrauw maar vastberaden las wethouder Kombrink (regiovorming) gisteravond de voor hem zo desastreuze uitslag van het Rotterdamse referendum over stadsprovincie voor, terwijl Koos Postema hem gedienstig een microfoon voorhield. “Wat een incasseringsvermogen”, fluisterde een jong raadslid bewonderend. “Dat is nou politieke ervaring.”

Meer dan 86 procent tegen de stadsprovincie, ruim 13 procent voor: duidelijker kon Rotterdam zich gisteren bijna niet uitspreken. Een bittere burgemeester Peper waagde zich gisteren, na zich bijna een maand lang in de coulissen te hebben verborgen, weer voor het voetlicht voor een korte persconferentie. Gesouffleerd door levenspartner N. Kroes, die maandag de voorstanders van de stadsprovincie nog had opgeroepen om niet te stemmen. (“Nee, daar heb ik geen spijt van. Ik heb van weinig dingen spijt.”) Peper: “Ik kan niet zeggen: wat is dit een prachtige avond. Er is een gigantisch probleem ontstaan, dat het bestuur van de stad zeer zwaar belast. Er dreigt een enorme erosie.”

Of Kombrink persoonlijke consequenties trok uit deze nederlaag, wilde hij pas in de loop van vandaag zeggen. Maar eigenlijk beantwoordde hij die vraag gisteravond al: “Dit referendum is uitgeschreven om te testen of er draagvlak was voor dit beleid. We hebben ons aan de uitslag gebonden, maar moeten terughoudend zijn met verdere consequenties. Dat zou het gebruik van het instrument referendum in de toekomst zwaar belasten.”

Maar dat het referendum voor troebele verhoudingen binnen college zal zorgen, werd gisteren wel duidelijk. Vier jaar overleg met de buurgemeenten en meer dan tien miljoen gulden aan ambtelijke ondersteuning werden gisteren weggevaagd in een referendum dat slechts de helft van het college wilde. De wethouders van PvdA, D66 en GroenLinks zeiden te verwachten dat de Tweede Kamer de wetsontwerpen over de vorming van de stadsprovincie zonder meer verwerpt. De wethouders van VVD en CDA deden daarentegen een verhuld beroep op de Tweede Kamer om zich niets aan de uitslag gelegen te laten liggen. Wethouder Van den Muijsenberg (VVD): “De Tweede Kamer heeft absoluut een eigen verantwoordelijkheid, na vijftig jaar discussie over het binnenlands bestuur is de tijd aangebroken dat ze die ook neemt.”

VVD en CDA waren tegen dit referendum, hebben niet willen beloven de uitslag te respecteren en voerden een uitermate lusteloze campagne. Havenwethouder Smit (CDA) sloot gisteren niet uit dat hij in de toekomst zijn portefeuille zal inleveren. “Ik ga ervan uit dat de Tweede Kamer het wetgevingsproces gewoon doorzet. Maar wordt de bal teruggeworpen naar Rotterdam, dan onstaat een heel moeilijke situatie.” En de kans dat Den Haag aan Rotterdam vraagt om maar met een nieuw voorstel te komen, is levensgroot.

Kombrink meende dat het nu niet aan het college was om met alternatieven te komen. “Die zouden op dit moment bepaald niet in vruchtbare aarde vallen.” En wethouder Meijer (GroenLinks): “Nu moeten ze in Den Haag maar iets verzinnen. Of laat de Stadspartij en de SP met een plan komen. Dat comité 'Red de zeehondjes' mag vieren dat Rotterdam gered is, maar dat is een illusie. Het college is uitgepraat, wij weten het niet meer.”

Voor Kombrink was dit de tweede hopeloze campagne na de rampzalige gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar. En het collectieve gevoel van falen in de Burgerzaal van het stadhuis deed gisteravond sterk denken aan maart 1994. “We dachten serieus dat we de bevolking konden overtuigen”, zei fractieleider Aubert van de PvdA sip. P. van Dijk (PvdA) van het 'Comité Ja': “Er is iets mis met onze communicatie met de bevolking. We hadden veel eerder moeten beginnen met forumavonden en stadsgesprekken over de opdeling van de stad. Glossy folders en reclamespotjes zijn geen echte communicatie. Maar goed, de winst voor de democratie is dat we nu weten dat er geen enkel draagvlak is voor onze plannen.”

E. ter Kuile van de VVD, die pas eind vorige week de campagne begon in een referendum waarover al in maart was besloten, erkende dat haar partij te lang had stilgezeten in de hoop dat de opkomstdrempel niet werd gehaald. “Het was reuze onnozel van mevrouw Kroes om voorstanders op te roepen niet te stemmen.”

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar leken de zes zetels voor extreem-rechts de grootste bedreiging voor de gevestigde orde. Het echte gevaar kwam echter uit een andere hoek: van de Stadspartij, die vorig jaar twee zetels won op basis van haar verzet tegen de opdeling van Rotterdam. In de raad vormt de Stadspartij een odd couple, de gemoedelijke, walrusachtige Kneepkens naast de felle, terriërachtige Van Grunsven. De les van dit referendum is eenvoudig, aldus Van Grunsven gisteren. “Als een taart stinkt kan je zeven reclamebureaus en Koos Postema inhuren. Maar toch koopt niemand die taart.” Kneepkens vond niet dat het college van b en w consequenties hoeft te trekken uit deze nederlaag. “De Rotterdamse politiek heeft collectief gefaald. Het college én de raad. Die kunnen we niet allemaal naar huis sturen.” Peper, het gezicht van de stadsprovincie, die moest volgens de Stadspartij maar vertrekken.

Later, in een debatje met Ter Kuile van de VVD, werd Kneepkens nog even boos. “We hadden meer tijd moeten nemen om de stadsprovincie uit te leggen”, zei Ter Kuile. “Emoties hebben veel meer tijd nodig dan het verstand.” Kneepkens: “Een referendum-democratie is een leer-democratie, maar u heeft niets geleerd. Voor u zijn Rotterdammers nog steeds domme mensen die zich door propaganda hebben laten misleiden. Welnu, het geld en de propaganda kwamen van uw kant en u heeft niemand met dit idiote plan overtuigd.” Maar daarna wachtte het bier en de dansvloer van café Witte de With, het bastion van de Stadspartij. Voor deze dag getooid met een spandoek 'Rotterdam Lacht'.