Raad adviseert experiment met gratis heroïne

DEN HAAG, 8 JUNI. De Gezondheidsraad is voorstander van een experiment waarbij onder streng toezicht gratis heroïne wordt verstrekt aan zwaar verslaafden.

De raad adviseert minister Borst (volksgezondheid) vandaag een experiment van bescheiden omvang te houden.

Rotterdam en Amsterdam wachten op toestemming van de minister om een dergelijk experiment te beginnen. Met minister Sorgdrager (justitie) zal Borst haar opvatting over zo'n proef op zijn vroegst in september bekendmaken in een gezamenlijke drugsnota. In het najaar liet Borst weten dat zij voorstander is van “enkele experimenten” als de Gezondheidsraad - waarvan zij voorafgaand aan haar ministerschap vice-voorzitter was - haar daarover positief zou adviseren.

Tegelijkertijd wees minister Sorgdrager er op dat Nederland met de verstrekking van heroïne aan verslaafden niet te ver kan afwijken van het drugsbeleid in andere landen. Zij toonde zich wel bereid “kritisch mee te denken” over het verstrekken van heroïne aan extreem problematische verslaafden. Een meerderheid in de Tweede Kamer, waaronder de regeringsfracties PvdA, VVD en D66, sprak zich eerder uit voor een klein experiment.

Volgens de Gezondheidsraad zijn er onvoldoende gegevens om een wetenschappelijk verantwoord eindoordeel te vellen over de voor- en nadelen van gratis heroïneverstrekking aan zwaar verslaafden. Dat zal een louter medisch experiment moeten leren, aldus de Gezondheidsraad. Als gratis heroïne wordt verstrekt aan zwaar verslaafden, dient dat volgens het adviesorgaan onder medische begeleiding te gebeuren. Op grond van de Opiumwet en de internationale verdragen mag een arts voor geneeskundige doeleinden heroïne voorschrijven.

Slechts zwaar verslaafden die er medisch erg slecht aan toe zijn komen in aanmerking voor de gratis drugs. Borst gebruikte eerder de omschrijving “hopeloos verslaafde, ongeneeslijke gevallen”. Voor deze groep schiet de reguliere hulp tekort.

Een commissie van de Gezondheidsraad heeft het afgelopen jaar op verzoek van minister Borst de voor- en nadelen van een experiment bestudeerd aan de hand van wetenschappelijke en medische literatuur. In het eindrapport wordt er op gewezen dat in de wereld nauwelijks ervaringen zijn opgedaan met het verstrekken van gratis heroïne.

Aanvankelijk zouden Borst en Sorgdrager hun drugsnota in mei laten verschijnen, maar door verschillende opvattingen op hun departementen over de mate waarin softdrugs vrijgegeven mogen worden, heeft de voltooiing van het rapport een forse vertraging opgelopen.