Muziek uit Theresienstadt vol verrassingen

Concert: Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard m.m.v. Maarten Koningsberger (bariton), Ernest Rombout (hobo) en John Snijders (piano, klavecimbel). Programma: werken van Pavel Haas, Hans Krása en Gideon Klein. Gehoord: 7/6, Concertgebouw Amsterdam.

Dat in het concentratiekamp Theresienstadt, door de Duitsers opgezet als 'modelkamp', een bloeiend muziekleven heeft bestaan is geen nieuws meer. Het label Channel Classics bracht cd's uit met kamermuziek uit Theresienstadt en de kinderopera Brundibar van Hans Krása, die in totaal vijfenvijftig keer werd uitgevoerd in het kamp. Vorige maand trokken Ed Spanjaard en het Nieuw Ensemble door Nederland met de opera Der Kaiser von Atlantis, in Theresienstadt geschreven door Viktor Ullmann.

In het kader van het Holland Festival brachten Spanjaard en het Nieuw Ensemble gisteravond in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw opnieuw de tegelijk beklemmende en fascinerende muzikale microkosmos van het 'Durchgangslager' tot leven. Nu valt het spelen van de muziek uit Theresienstadt, terecht, op te vatten als een daad van herinnering. De werken van componisten als Pavel Haas, Hans Krása en Gideon Klein zijn immers moeilijk los te zien van de omstandigheden waaronder ze zijn geschreven.

Maar wat het optreden van Spanjaard en het Nieuw Ensemble zo gedenkwaardig maakte, was niet zozeer de historische context, als wel de vitaliteit van de composities en de uitvoeringen. Daar was bijvoorbeeld de kennismaking met de buitengewoon begaafde Gideon Klein, die in 1943 op zijn drieëntwintigste een briljante Pianosonate schreef. De sonate, gecomponeerd in het twaalftoonsysteem, herinnert aan de lyriek van Alban Berg en werd door Ed Spanjaard met een feilloos inlevingsvermogen gespeeld. Kleins Fantasie und Fuge für Streichquartett (1943) kreeg een al even bezielde uitvoering.

Een ontdekking was ook Kammermusik für Cembalo und sieben Instrumenten van Hans Krása uit 1936, dat zijn wereldpremière beleefde. Het nauwelijks leesbare manuscript werd gereconstrueerd door Joza Karas, van wie onlangs een boek verscheen over de muziek in Theresienstadt. Interessant was de wonderlijke wisselwerking tussen de klavecimbel aan de ene en het ensemble van vier klarinetten, trompet, cello en contrabas aan de andere kant. In Krása's Ouverture für kleines Orchester (1943-44) viel de intelligente motorische ritmiek op en ook de Drei Lieder op teksten van Rimbaud, prachtig gezongen door bariton Maarten Koningsberger, kenmerkten zich door een transparante bondigheid.

Net als bij Krása klinkt in de muziek van Pavel Haas de invloed door van de Groupe des Six. Zijn Suite für Oboe und Klavier (1939) heeft een gematigd dissonant karakter. De adembenemende energie aan het slot werd door de voortreffelijk musicerende hoboïst Ernest Rombout en pianist John Snijders fraai opgebouwd. Jan van Vlijmen maakte voor het Nieuw Ensemble een bewerking van Haas' Vier Lieder voor bariton en piano uit 1944, geschreven op Chinese teksten. Zijn bescheiden, maar uiterst effectieve instrumentatie klonk als een eerbetoon aan de noten van het origineel.