Minister Melkert gaat de 'zwarte' markt op

DEN HAAG, 8 JUNI. Het lijkt zo mooi. Een uitkering wordt omgezet in een loonkostensubsidie. De langdurige werkloze krijgt daardoor een baan en gaat er in inkomen op vooruit. De werkgever heeft er een goedkope werkkracht bij.

Ziedaar samengevat de effecten van het jongste banenplan van minister Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid). Twintigduizend langdurig werklozen gaan, bij wijze van experiment, de komende twee jaar op deze manier aan de slag. Over het hele land verspreid heeft de minister daarvoor 57 grote en kleine projecten aangewezen.

'Activering van uitkeringsgelden' wordt dit genoemd. Begin dit jaar kondigde de minister deze subsidieregeling aan. De werkgever die een langdurig werkloze in dienst neemt, kan twee jaar lang 18.000 gulden subsidie per jaar krijgen. Dat bedrag is onder meer gebaseerd op wat het Rijk gemiddeld aan een bijstandsuitkering kwijt is. De werkloze moet ongeveer het minimumloon gaan verdienen. Van de loonkosten die een werkgever voor een werknemer op dit salarisniveau kwijt is, kan hij dus 18.000 gulden aftrekken.

Uit heel Nederland stroomden de aanvragen binnen, ongeveer 150 in totaal. “Zoveel creativiteit en enthousiasme kun je dus losmaken, als je wat meer ruimte geeft in de regels”, constateerde Melkert gisteren. Want uitkeringen gebruiken om werklozen aan het werk te helpen, dat kon vroeger zomaar niet.

Het plan lijkt mooi, maar er schuilt een adder onder het gras. Want de langdurig werkloze die op deze manier aan werk komt, bezet daarmee misschien wel een baan die een ander, ongesubsidieerd, had kunnen krijgen. Die ander wordt daardoor, als het tegenzit, werkloos. En kost de overheid of de bedrijfsvereniging dus een uitkering. Daarom is het bedrag van 18.000 gulden feitelijk iets minder dan de besparing die het rijk op een bijstandsuitkering heeft wanneer een langdurig werkloze werk vindt.

Melkert denkt dat het met dit 'verdringingseffect' wel zal meevallen. Hij schat dat hiervan voor gemiddeld tien procent sprake zal zijn. Maar de 57 experimenten zullen dat in de praktijk moeten uitwijzen. Per project wordt er een zogenoemde 'verdringingstoets' uitgevoerd. Het onderzoeksbureau Regioplan - dat eerder de sociale diensten onder de loep nam - wordt ingeschakeld om de projecten twee jaar lang te volgen.

Want Melkerts doel is wel de experimenten om te zetten in een blijvend systeem van 'activering'. “Dat ligt wat mij betreft aan de horizon”, zegt hij. Het mooiste is als de experimenten daadwerkelijk tot nieuwe werkgelegenheid leiden. Banen die ontstaan doordat de werknemers voor de werkgever goedkoper worden. Werk dat nu veelal 'zwart' wordt gedaan: huishoudelijk werk bijvoorbeeld of in de schoonmaakbranche.

Experimenten in Den Haag en het Groningse Oldambt moeten uitwijzen “hoe die markt ontgonnen kan worden”, aldus de minister. En het is dus niet uitgesloten dat de bijstandsuitkering voor langere tijd dan de twee jaar die de experimenten mogen duren daarvoor worden gebruikt. Van belang hierbij is ook de nieuwe Algemene Bijstandswet die volgend jaar ingaat. Meer dan in het verleden worden uitkeringsontvangers dan geprikkeld de arbeidsmarkt op te zoeken. Een van de experimenten poogt ook bureaucratische rompslomp overbodig te maken. In Leeuwarden krijgen de langdurig werklozen een sollicitatiecheque van 18.000 gulden mee, die de werkgever bij de gemeente kan komen verzilveren wanneer hij hen in dienst neemt.

Andere nieuwe werkgelegenheid hoopt Melkert aan te boren door bedrijfsmatige activiteiten op het gebied van milieu, dienstverlening in de particuliere sector, buurtbeheer en dergelijke op te zetten. De uitkering fungeert daarbij als een 'startsubsidie'; na twee jaar moet het werk genoeg opbrengen om ongesubidieerd voort te bestaan.

Andere experimenten zullen niet tot nieuwe banen leiden, maar geven bij vacatures wel voorrang aan langdurig werklozen. Het al bestaande project 'Professionele Instroom Methode voor achterstandsgroepen' (PIM) is daarvan een voorbeeld. Dit project is opgezet door de uitzendorganisatie Vedior. Langdurig werklozen worden daarbij eerst geschoold voor een vacature bij een bedrijf dat op voorhand heeft toegezegd de kandidaat daarna in dienst te nemen.

Ook zijn voorstellen van de vakcentrales FNV en CNV gehonoreerd. Hierbij treden werklozen in dienst van pools. Ze kunnen vervolgens bij verschillende ondernemers worden gedetacheerd. Andere voorbeelden van toegewezen subsidie-aanvragen zijn het banenplan van het Instituut voor Individueel Onderwijs en het Nederlands Centrum Buitenlanders om werkloze Turken en Marokkanen via jobcoaching en jobhunting aan het werk te krijgen. Een anderwerkgelegenheidsproject richt zich op vluchtelingen. De meeste banen komen overigens in de marktsector terecht, vooral bij het midden- en kleinbedrijf.

Eerder creëerde Melkert 40.000 laagbetaalde banen voor langdurig werklozen in de collectieve sector, die wat hem betreft een definitief karakter hebben. Hij komt nog met plannen om langdurig werklozen met behoud van hun uitkering tot maatschappelijke activiteiten aan te zetten en zo hun kans op betaald werk te vergroten.

Het zijn maatregelen die, onderstreept de minister zelf met enige regelmaat, slechts “het sluitstuk” van het kabinetsbeleid zijn, waarvan de hoofdmoot uit lastenverlichting, deregulering en herverdeling van arbeid bestaat. Maar geen te verwaarlozen sluitstuk, vindt hij. “Als je niks doet is de grootste garantie dat de langdurige werkloosheid wordt gecontinueerd.”