Kombrink mogelijk weg; Rotterdam stemt tegen opsplitsing

ROTTERDAM, 8 JUNI. Rotterdam heeft gisteren massaal 'nee' gezegd tegen de vorming van een stadsprovincie en tegen de opsplitsing van de stad. Bijna 42 procent van de kiezers bracht in een referendum een stem uit, meer dan 86 procent stemde tegen.

De Rotterdamse wethouder H. Kombrink schrijft vanmorgen in een brief aan de gemeenteraad dat hij zijn portefeuille regiovorming inlevert. Hij wil zich niet langer inzetten voor de stadsprovincie en voor de opdeling van Rotterdam. Kombrink vraagt de gemeenteraad, die vanmiddag bijeen zou komen om naar verwachting de medewerking aan de instelling van de stadsprovincie in te trekken, te bepalen of hij nog als wethouder kan functioneren wanneer hij afstand heeft gedaan van de portefeuille regiovorming. Doet de raad dat niet, dan treedt Kombrink af.

Kombrink leek gisteravond nog geen persoonlijke consequenties uit de uitslag te willen trekken. “We hebben ons aan de uitslag van dit referendum gebonden, maar moeten terughoudend zijn met verdere consequenties. Dat zou het gebruik van het instrument referendum in de toekomst zwaar belasten”, zo zei hij.

De grote fracties in de Tweede Kamer vinden dat staatssecretaris Van de Vondervoort (binnnelandse zaken) met een nieuw plan moet komen voor een stadsprovincie. Op 21 juni zou daarover moeten worden gesproken. Rotterdam moet in elk geval niet in tien gemeenten worden opgesplitst, zo laten de fracties weten.

Pas na de zomer zou er volgens de regeringsfracties PvdA, VVD en D66 een definitief besluit over een gewijzigd voorstel moeten vallen. Het Kamerlid Van der Heijden (CDA) vindt dat de Rotterdamse gemeenteraad zelf een oplossing moet aandragen om uit de impasse te komen. “Wat voor mij belangrijk is, is dat de wetsvoorstellen niet van tafel zijn en dat de Kamer de gelegenheid krijgt om aan te geven wat er in de nieuwe situatie moet gebeuren.”

Ondanks het slechte weer maakte gisteren 41,94 procent van de kiezers de gang naar het stemlokaal, ruim boven de door de gemeente vastgestelde opkomstdrempel van 36,9 procent. Daarvan stemde 86,39 procent tegen de stadsprovincie en de opdeling van Rotterdam en 13,17 procent voor. In Amsterdam werd de stadsprovincie vorige maand met 93 procent van de stemmers verworpen.

Een nederlaag was ingecalculeerd, maar de omvang leidde gisteravond tot diepe verslagenheid in het stadhuis. Volgens burgemeester Peper, van meet af aan tegenstander van het referendum, is er een “gigantisch probleem” ontstaan.

Pag.3: Tweespalt dreigt

Van de Vondervoort wil zich vooralsnog niet uitlaten over andere oplossingen. Eén van de alternatieven zou een stadsprovincie zijn waarin Rotterdam als gemeente blijft bestaan. Die optie stuit echter op ernstige bezwaren bij de overige gemeenten in de regio, die vinden dat de gemeenten een gelijkwaardige grootte moeten krijgen.

Binnen het Rotterdamse college van B en W dreigt tweespalt. De wethouders van PvdA, D66 en GroenLinks verzochten gisteravond de Tweede Kamer de wetsontwerpen voor de vorming van de stadsprovincie te verwerpen, terwijl de wethouders van VVD en CDA juist een beroep deden op de “eigen verantwoordelijkheid” van het parlement.

De deelgemeenten van Rotterdam, verenigd in het zogeheten 'Sigma-bestuur', hebben verslagen gereageerd op de uitslag. Ook in het bedrijfsleven is de uitslag slecht gevallen. Voorzitter R. de Bok van de Rotterdamse Kamer van Koophandel sprak gisteravond zijn verontrusting uit over “ongewenst uitstel van de besluitvorming omtrent de instelling van de stadsprovincie Rotterdam”.

Volgens het Rotterdamse stadsbestuur is het woord nu aan de Tweede Kamer. Kombrink zei gisteravond dat “de kunst nu zal zijn vast te stellen of er andere wegen zijn naar een regiobestuur”. Van de kant van het Rotterdamse college moest echter niet teveel verwacht worden, voegde hij daaraan toe: “Een nieuw voorstel van onze kant zal nu niet in vruchtbare aarde vallen.” Wethouder Meijer (GroenLinks) sloot zich daarbij aan: “Dit was het beste dat we konden bedenken, maar de bevolking zag het niet zitten. Zo simpel ligt dat. Wij weten het even niet meer.”