Jemen capituleert voor zijn machtige Saoedische buur

Jemen heeft een capitulatie-akkoord getekend met zijn machtige buurman Saoedi-Arabië. Het heeft zijn aanspraken opgegegeven op de drie provincies Najran, Jizzan en Assir, die het in 1934 - na een verloren oorlog tegen Saoedi-Arabië - moest afstaan. President Ali Abdallah Saleh van Jemen, die voor het eerst sinds vijf jaar weer op bezoek mocht komen bij koning Fahd, deelde gisteren op een persconferentie mee dat zijn land zich bereid heeft verklaard het Verdrag van Taif van 1934 te hernieuwen.

Dit verdrag bevestigde de Saoedische annexatie van de drie Jemenitische provincies, maar stelde tevens vast dat men het verdrag elke twintig jaar opnieuw zou bezien, waardoor in theorie de mogelijkheid werd geschapen de Jemenitische soevereiniteit over de provincies te herstellen. Tweemaal werd het Verdrag van Taif door beide landen gecontinueerd. Maar in 1992 liet Jemen weten dat het het Verdrag van Taif niet nog eens zou vernieuwen. Daardoor liepen de toch al zeer ernstige spanningen tussen het rijke en betrekkelijk dun bevolkte Saoedi-Arabië en het arme, maar betrekkelijk bevolkingsrijke Jemen in snel tempo op. Afgelopen december en januari kwam het tot grensschermutselingen, waarbij doden en gewonden vielen.

Maar Jemen is uiteindelijk geen partij voor het economisch en militair veel sterkere Saoedi-Arabië. Het kon nergens in de Arabische en de Westerse wereld op substantiële steun rekenen, omdat het zich politiek geïsoleerd had door zijn houding van zéér welwillende neutraliteit tegenover de Iraakse president Saddam Hussein, toen deze in augustus 1990 zijn veroveringsoorlog tegen Koeweit en zijn bedreiging van Saoedi-Arabië begon. De Saoediërs straften die politiek af door ongeveer 800.000 Jemenitische gastarbeiders uit hun land te zetten, waardoor een van de belangrijkste bronnen van inkomsten van Jemen werd afgesneden en zowel de werkloosheid als de sociale spanningen razendsnel toenamen. Bovendien staakten de Saoediërs alle financiële hulp aan Ali Abdallah Saleh, ten bedrage van ongeveer 100 miljoen dollar per jaar, en stelden zij zich steeds welwillender op tegenover de marxistische leiders van Zuid-Jemen, die vorig jaar de vereniging van Noord- en Zuid-Jemen ongedaan probeerden te maken.

Weliswaar slaagde president Ali Abdallah Saleh erin de zuidelijke afscheidingspoging met groot militair geweld te smoren. Maar de toch al niet rooskleurige economie van het land was te gronde gericht. Volgens Jemenitische overheidsschattingen had de economie door de burgeroorlog een schade opgelopen van zeven miljard dollar. Vandaar dat Jemen al in februari door de knieën ging. Beide landen spraken toen af, conform een in Mekka getekend 'principe-akkoord', dat het Verdrag van Taif zou worden gehandhaafd. Die onderhandelingen werden namens Jemen gevoerd door sjeik Abdullah al-Ahmar, de leider van de machtigste stammen-confederatie in Jemen en tevens leider van de radicaal-islamitische Islah-partij. Hij is niet alleen een coalitiegenoot in de regering van president Ali Abdallah Saleh en voorzitter van het Jemenitische parlement, maar onderhoudt ook vanouds zeer goede betrekkingen met de Saoediërs.

Sjeik Abdullah al-Ahmar slaagde erin oorlog te voorkomen. Maar daarvoor moet Jemen een niet geringe prijs betalen. Al in februari waren beide landen overeengekomen om de grens in het noorden af te bakenen en over de grens in het zuiden en oosten onderhandelingen te openen. Maar die afspraken bleven een dode letter. Dat is voor Jemen des te pijnlijker omdat de internationale oliemaatschappijen door Saoedi-Arabië gewaarschuwd zijn alle exploratie en exploitatie na te laten in 'betwiste' gebieden, waar grote olievoorraden worden vermoed.

President Ali Abdallah Saleh sprak dan ook gisteren de hoop uit dat de commissies die de afspraken van Mekka van februari moeten uitvoeren, nu eindelijk over enkele dagen bijeen zullen komen - waardoor niet alleen de grenzen worden vastgesteld, maar ook de Saoedische financiële steun aan Jemen zal worden hervat. Tevens verwachtte hij dat de betrekkingen met Koeweit en de andere Golfstaten eveneens weer “uitstekend” zullen worden.

Hoe realistisch die hoop en verwachtingen zijn, hangt af van de Saoedische beoordeling van het gedrag van president Ali Abdallah Saleh.