Hoogste tijd om over Bosnië echt na gaan te denken

Een vredesmacht moet onpartijdig zijn, minimaal geweld gebruiken en een zekere steun genieten onder de bevolking, aldus de Britse strateeg Charles Dobbie. Flagrante schendingen van al deze principes hebben de VN-operatie in Bosnië doen mislukken.

De sombere leus 'Oneven genummerde wereldoorlogen beginnen op de Balkan' lijkt wellicht een onnodig pessimistisch commentaar op de huidige situatie in Bosnië-Herzegovina. Op zijn minst heeft het gijzelen van VN-militairen een mate van internationale eendracht en besluitvaardigheid teweeggebracht waar het tot dusverre pijnlijk aan heeft ontbroken. Maar deze eendracht, die vooral voortkomt uit verontwaardiging over het optreden van de Bosnische Serviërs, is misschien niet van zo heel lange duur.

Nu de gijzelaars nog vastzitten ziet de internationale gemeenschap, al dan niet bereid zelf mee te doen, met tevredenheid toe hoe VN-versterkingen naar het conflictgebied worden gedirigeerd. Maar het Lorelei-gezang van de terugtrekking klinkt al luider, en de meningen over de juiste koers voor UNPROFOR zullen vermoedelijk snel verdeeld raken wanneer (en indien) de gijzelaars weer vrij komen. Wat of wie draagt de schuld voor het parket waarin UNPROFOR zich bevindt? Is het de duivelse complexiteit van de situatie, zo typerend voor de Balkan? Of wortelt het probleem in een gebrek aan middelen en politieke wil?

Ik houd staande dat het probleem waarvoor de situatie in Joegoslavië de VN-beleidsmaker plaatst noch een gebrek aan middelen is, noch het ontbreken van politieke wil. Al evenmin laat het zich verklaren uit de complexe, weerbarstige aard van het conflict ter plaatse. Het probleem ligt veel dichter bij huis. Het laat zich duidelijk demonstreren, hetgeen ik hoop te doen in dit artikel. En de oplossing ligt binnen handbereik.

Het is, kort gezegd, een verstandelijk probleem. De hoogst verantwoordelijken voor de leiding en uitvoering van de VN-operaties in voormalig Joegoslavië hebben een aantal fundamentele feiten betreffende de situatie - en de consequenties die deze voor het gedrag van de VN zouden moeten hebben - nooit begrepen. Dit is geen universele kwaal - her en der heeft men wel degelijk getoond helder te kunnen denken. Maar in het algemeen overheerst de warhoofdigheid, en zijn en worden de VN-activiteiten in Kroatië en Bosnië gekenmerkt door een ten hemel schreiend gebrek aan samenhang en logica - hetgeen een kolossaal intellectueel falen bij de leiding en uitvoering van de operaties aldaar aan het licht heeft gebracht. Het gaat om drie punten: 1. De primaire taken die de internationale gemeenschap de VN heeft gesteld in voormalig Joegoslavië staan of vallen met kwetsbaarheid.

Vredesoperaties (een eufemisme, waarmee we het hier echter mee zullen moeten doen) en humanitaire hulpoperaties kunnen alleen worden uitgevoerd door militairen die zichzelf kwetsbaar opstellen. Toen de VN UNPROFOR op touw zetten, heeft ze verantwoordelijkheid genomen voor het verspreiden van kleine groepjes ongewapende waarnemers en licht bewapende militairen in witgespoten voertuigen over een groot operatiegebied. Gezien vanuit een conventioneel militair oogpunt waren de VN-troepen onbeschermd, in de minderheid, slecht gestationeerd, verkeerd georganiseerd, inadequaat uitgerust en overal in ernstige mate verstoken van logistieke steun, hetgeen hen blootstelde aan belemmeringen en gijzelingen door gevechtseenheden van de conflictpartijen. De aard van de taak die de VN de troepen hadden opgedragen vereiste een dergelijke kwetsbaarheid - die was niet te vermijden, wilden de VN-contingenten hun opdrachten effectief kunnen uitvoeren. De aanwezigheid van vele non-gouvernementele hulporganisaties in het conflictgebied bemoeilijkte de situatie, en in veel gevallen werden de VN verantwoordelijk gesteld voor hun veiligheid. 2. Het omgaan met deze kwetsbaarheid vereist dat men zich houdt aan de klassieke principes die gelden voor een VN-vredesmacht.

Hoe moeten humanitaire hulptroepen of een vredesmacht omgaan met de kwetsbaarheid die voortvloeit uit de taak die hun is gesteld? Er zijn drie primaire beginselen: Instemming. Gezien de situatie waarin een dergelijk detachement zich bevindt, is het een absolute voorwaarde dat zijn aanwezigheid een minimum aan instemming geniet onder de bevolking van het gebied waar het is gestationeerd. Waar deze instemming ontbreekt, kan het detachement zijn werk niet doen en wordt zijn voortbestaan op den duur twijfelachtig. Als absoluut minimum aan instemming met de aanwezigheid en activiteit van humanitaire of vredestroepen geldt dat er geen sprake mag zijn van georganiseerde, gewapende tegenstand. Onpartijdigheid. Het bestaan van een conflict houdt in dat er ten minste twee partijen tegenover elkaar staan. Wil een VN-detachement zich nuttig kunnen maken, dan zal het toegang moeten hebben tot beide partijen. Het zal in de praktijk moeten fungeren als 'grensrechter'. Zo niet, dan kan het weinig of geen invloed op de gebeurtenissen uitoefenen. Het kan zich bovendien alleen als geloofwaardige, legitieme grensrechter handhaven als zijn optreden getuigt van een scrupuleuze onpartijdigheid. Zodra de indruk ontstaat dat de VN-troepenmacht een van de partijen bevoordeelt, zal dat bij de benadeelde partij onmiddellijk tot verzet leiden, zodat de instemming wordt gecompromitteerd en de status en veiligheid van de VN-troepen gevaar lopen. De VN-troepen zijn niet langer in staat de taak te verrichten waarvoor ze zijn uitgezonden. Zou een voetbalscheidsrechter zijn werk kunnen voortzetten als hij zou proberen doelpunten te maken voor een van beide elftallen? Zou hij het experiment wel overleven? Minimaal geweld. Een minimaal gebruik van geweld is de logische consequentie van de voorgaande twee beginselen, instemming en onpartijdigheid. Als gebruik van geweld niet uiterst onpartijdig, gedoseerd, terughoudend, evenredig, passend en op streng beperkte schaal plaatsvindt, zal dat voor de kans van welslagen van de humanitaire of vredestaak op de lange termijn waarschijnlijk sterk contraproduktieve gevolgen hebben. Het is zelfs zo dat het oneigenlijk gebruik van geweld voor de VN de snelste methode is gebleken om instemming en onpartijdigheid te niet te doen. Het gebruik van geweld in 1993 in Mogadishu was een klassiek voorbeeld van een VN-strijdmacht die zich in het conflict mengde waarop ze toezicht had moeten houden en vervolgens elke controle over haar werkterrein verloor. 3. Schending van bovengenoemde klassieke beginselen zal humanitaire of vredesmissies doen mislukken.

De drie beginselen - instemming, onpartijdigheid en minimaal geweld - zijn geen overblijfsel van een doctrinaire, bekrompen Koude-Oorlogscultuur bij de VN. Keer op keer zijn ze essentieel gebleken voor het welslagen van humanitaire en vredesoperaties. Ze worden met kracht omarmd door de praktische uitvoerders van zulke missies. Ze vormen het gemeenschappelijke kenmerk van alle geslaagde VN-vredesoperaties en alle mislukte vredesoperaties worden gekenmerkt door schending ervan.

Onvermogen of onwil deze drie punten in te zien, ziedaar het verstandelijk tekort dat het huidige debâcle in Bosnië verklaart. De recente luchtaanvallen van de NAVO op Pale hebben de onsamenhangendheid en het wanbeleid dat UNPROFORs optreden zo dikwijls kenmerkt nog eens in een schril daglicht geplaatst. Telkens opnieuw eist de VN-Veiligheidsraad in zijn resoluties de schending of althans potentiële schending van de drie genoemde beginselen. De intrinsieke kwetsbaarheid van de VN-troepen, die trouw aan deze door schade en schande gevestigde principes eist, wordt genegeerd. Op de hoofden van de benarde vredestichters dwarrelen telkens mandaten neer waarin de taak van de VN wordt verzwaard, uitgebreid en steeds meer verschuift van de scheidsrechtersrol naar de rol van speler. De militairen dragen daaraan nog de minste schuld. Een diplomaat die ik onlangs sprak merkte op dat krijgshaftige opinies over Bosnië-Herzegovina nooit bestand zijn tegen een bezoek ter plaatse. Ragdunne redeneringen en bombastische uitspraken kunnen de realiteit niet bedwingen. Het is tekenend dat het land dat aandringt op krachtdadig optreden in Bosnië ook het land is dat er geen troepen gestationeerd heeft.

De diplomatieke activiteiten van de grote mogendheden in Bosnië vertonen hetzelfde tekort. De Contactgroep (bestaande uit de VS, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland) had de drie beginselen van de vredesmissie niet flagranter kunnen schenden als ze dat bewust had nagestreefd. Als groep omvatte ze de vijf landen met de sterkste historische associaties ten aanzien van het oude Joegoslavië en de meest evidente nationale streefdoelen. Elk lid van de groep werd door de conflictpartijen als partijdig beschouwd. De formulering van het vredesplan geschiedde vrijwel zonder enige poging om instemming te verkrijgen.

Na aanvankelijke tegenslagen hanteerde de Contactgroep een werkwijze die de dialoog uit de weg ging en streefde naar een afgedwongen oplossing die berustte op dwang middels sancties, en die de Bosnische Serviërs, een belangrijke partij in het conflict, bewust isoleerde en marginaliseerde. In haar trage, starre, ingekapselde, onmededeelzame, tactloze en af en toe inconsequente onderhandelingen is geen spoor terug te vinden van een streven naar instemming, onpartijdigheid en minimaal geweld.

Het verbaast dan ook niet dat zeventien maanden van log gemanoeuvreer door de Contactgroep als enig typerend resultaat hebben dat succes uitblijft en dat de geloofwaardigheid van de diplomatie drastisch is uitgehold. Wat is een beter bewijs van het overweldigend verstandelijk onvermogen in de hoogste echelons om fundamentele principes te doorgronden? Een hoge officier bij UNPROFOR formuleerde het aldus: “De Contactgroep wilde een oplossing afdwingen zonder een poging te doen het probleem te begrijpen”.

Humanitaire en vredesoperaties zijn uit de aard der zaak onverenigbaar met geweldsacties waarmee geen instemming bestaat. Pacificatie-acties enerzijds en humanitaire of vredesoperaties anderzijds sluiten elkaar wederzijds uit. Een combinatie is niet mogelijk.

Het heeft voor mij dan ook een veelzeggende symboliek dat het VN-hoofdkwartier in Kiseljak is gevestigd in een gebouw dat aan één zijde geheel van glas is. Zelfs op de kleuterschool weet iedereen wat de beperkingen zijn aan het gedrag van wie in een glazen huisje woont. Zolang men dit niet begrijpt, is er geen hoop voor UNPROFOR of de bevolking van Bosnië-Herzegovina.