Het 'andere China' wil de wereld voor zich winnen

“Amerika is niet zo ver weg, maar het leek wel een reis naar de maan”, zei de Taiwanese president Lee Teng-hui nadat hij gisteren in Los Angeles was aangekomen. Lee is het eerste staatshoofd uit het 'andere China' (Taiwan) dat voet op Amerikaanse bodem zet, tot groot groot ongenoegen van het 'grote China', de communistische Volksrepubliek.

“Dit zal ernstige consequenties hebben voor onze relatie met de Verenigde Staten”, had Chen Jian, woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken voorafgaande aan de Amerikaanse reis van Lee gezegd. Peking heeft gedreigd met economische sancties tegen de VS.

Dat het om een privé-bezoek gaat doet voor Peking niet ter zake: het bezoek van Lee is in Chinese ogen een aperte, onvergeeflijke breuk met de 'één-China politiek'.

De VS steunden de nationalistische Kwomintang van Chiang Kai-shek tijdens de Chinese burgeroorlog en erkenden na de nederlaag van Chiang in 1949 Taiwan als representant van het gehele Chinese volk. President Richard Nixon ging begin jaren zeventig met zijn befaamde 'pingpong-diplomatie' op vrijersvoeten in China. Niet omdat Nixon sympathie voor het communisme had, integendeel, maar aangezien hij in China een bondgenoot vermoedde tegen hun gezamenlijke vijand: de Sovjet-Unie. En zo zagen de Chinezen het inderdaad: de toenmalige 'Grote Roerganger' Mao Zedong had zo'n grote angst voor en afkeer van zijn vroegere liefde, de Sovjet-Unie, dat hij volgaarne een monsterverbond met de Amerikanen sloot.

Absolute voorwaarde voor het aangaan van diplomatieke betrekkingen met de Volksrepubliek China was erkenning van de 'één-China-politiek': het uitgangspunt dat Taiwan een provincie is van China en dat daarmee niet óók betrekkingen zouden kunnen worden onderhouden. Washington ging met die voorwaarde akkoord, al duurde het nog tot 1979, onder president Jimmy Carter, aleer de Amerikanen ook werkelijk hun ambassade in Taipei sloten en een diplomatieke missie in Peking openden.

De Amerikaanse toenadering tot China had er in oktober 1971 al toe geleid dat de zetel van Taiwan (als vertegenwoordiger van heel China) in de Verenigde Naties verloren ging en de Volksrepubliek daarvoor in de plaats kwam.

Overigens zijn China en Taiwan het sinds de tweedeling in 1949 altijd over één ding eens gebleven: vasteland en eiland moeten worden herenigd in één staat. Door de lange scheiding is Taiwan de facto een zelfstandig land geworden. Maar hoewel het aantal Taiwanezen dat voor het formele uitroepen van de onafhankelijkheid is gegroeid, houdt de Kwomintang-regering vast aan de één-China-lijn. In Peking staat het bespreken van Taiwanese onafhankelijkheid zelfs gelijk met een vloek. China heeft herhaaldelijk gedreigd met oorlog, mocht aan de overzijde van de Straat van Taiwan afscheiding dreigen, een dreiging die Taipei zeer serieus neemt.

Taiwan heeft zich jarenlang geschikt in zijn lot de tweede viool te spelen op het diplomatieke vlak, temeer daar het eilandje (even groot als Nederland), met zijn 21 miljoen bewoners, zich op economisch gebied ontwikkelde tot een reus. In 1992 was het nationaal inkomen van China (1,2 miljard inwoners) slechts twee keer zo groot als dat van Taiwan: 400 miljard om 200 miljard dollar. Hoewel de meeste bondgenoten van de VS in de jaren zeventig en tachtig Washington volgden in het stuivertje wisselen van ambassades, hebben alle belangrijke landen in Taipei 'handelskantoren' opengehouden, die functioneren als verkapte ambassades.

Na de invoering van de democratie in Taiwan, eind jaren tachtig, groeide het Taiwanese zelfvertrouwen en begon de regering van Lee Teng-hui met een internationaal diplomatiek offensief. Lee reisde langs hoofdsteden in de regio, steeds als 'privé-persoon', maar met een duidelijke politieke boodschap. Zonder afstand te doen van zijn aanspraak op het Chinese vasteland paste Taiwan zijn China-politiek aan door te pleiten voor een aparte 'politieke entiteit' op Taiwan. Eerst vreedzame coëxistentie en erkenning, dan hereniging, werd het adagium. Taipei spande zich ook in voor het terugwinnen van de zetel in de VN, niet meer in plaats van, maar naast China.

Taipei legt het huidige bezoek van Lee aan de VS dan ook uit als een grote triomf. “De stem van de 21 miljoen mensen in Taiwan wordt nu gehoord”, zei een commentator vandaag.