Goed

Praatte met Kees en later met de heer J over de kwaliteit van het onderwijs in Nederland. Hoewel ik al vele jaren weet dat Kees een uitstekend verstand heeft en de heer J waarschijnlijk ook niet echt een sufferd is, leidden beide gesprekken tot niets. De heer J sprak nostalgisch over de waarden van het gymnasium. Kees sprak zijn ergernis uit over de kwaliteit van beginnende studenten. Alleen zei Kees ....

Gesprekken over onderwijs leiden nooit tot iets. Iedereen is specialist, iedereen heeft minstens tien jaar op school gezeten, maar er over praten veroorzaakt een aaneenschakeling van misverstanden. Nee, ik weet niets van onderwijs. Onderwijs is geen vak, het is een bezigheid. Niemand weet er wat verstandigs over te zeggen. En leken snappen er helemaal niks van.

Suffend op de bank, ontwaar ik het model dat ik over onderwijs hanteer. Het is een stapelmodel. Mensen hebben talenten. De talenten zijn niet gelijk verdeeld. Het onderwijs plaatst iets, laten we het kennis noemen, boven op deze talenten.

Dit allerallersimpelste model van het onderwijs bevat in ieder geval vier variabelen: het talent, grootte en aard, en de hoeveelheid kennis, naar grootte en aard. De kennisverwerving is afhankelijk van het talent. Een groot talent leert snel maar het moet van de goede soort zijn. Jaap van Zweeden stak van zijn eerste vioolles meer op dan het gemiddelde kind, mag men aannemen, maar leerde waarschijnlijk niet vlugger dan anderen fietsen.

Met dit model kunnen we definiëren wat goed onderwijs is. Goed onderwijs is onderwijs dat veel kennis in een korte tijd aanbrengt. En nu blijken de misverstanden en de problemen. Zo wordt goed onderwijs verward met veel onderwijs. Er wordt in dit land per persoon zeer veel onderwijs genoten. De schooltijd is in enkele decennia met jaren toegenomen. Maar dat is geen bewijs voor goed onderwijs.

De definitie van goed onderwijs hierboven zegt niets over de inhoud. De inhoud moet natuurlijk van de juiste aard zijn, maar wat is juist? Dat, waar de maatschappij om vraagt of de onderwijsinhouden die passen bij de persoon? Had Jaap van Zweeden niet beter vreemde talen kunnen leren in plaats van zijn tijd te verdoen met vioolles? (Netelenbos heeft een prachtige politieke fopspeen in de nieuwe bovenbouwplannen gestopt: een tweede moderne vreemde taal verplicht voor alle havo-leerlingen, maar met zo weinig lestijd dat dit onderwijs weggegooid geld wordt.)Het is duidelijk. De vraag “is het onderwijs in Nederland goed?” is een hopeloze vraag. Als oude mannen zoals Kees, de heer J en ik zitten te praten over het onderwijs vroeger en nu, van die borrelpraat, loopt het gesprek dus binnen de kortste keren gierend uit de hand.

Maar Kees zei nog iets anders: “Kinderen zouden moeten leren iets van zichzelf te begrijpen, hun eigen motieven en beweegredenen te doorgronden, hun eigen optreden tegenover anderen te beoordelen. Dat gebeurde vroeger niet en dat gebeurt nu nog niet.”

Wesley, tweede klas, gel, kleine sieraadjes, slim, aantrekkelijk. “Jij bent de enige waar ik nooit last van heb, Wesley, maar je bent ook de enige die zich aan de les onttrekt, die altijd bezig is met iets dat niet met de les te maken heeft.” Ik zei het vriendelijk maar het was niet leuk. Na de les kwam hij naar me toe, had hij nog nooit gedaan, en zei vol overtuiging en vriendelijk glimlachend: “U heeft wel gelijk.” Die kant uit, Kees?