De FDP wankelt op de rand van het graf

De Duitse liberale FDP gaat de komende drie dagen op een partijcongres in Mainz proberen haar, volgens velen onontkoombare, ondergang af te wenden. Wie moet het voortouw van voorzitter Kinkel overnemen?

BONN, 8 JUNI. De Duitse liberalen zijn aangeslagen. Sinds midden 1993 zijn zij bij elf regionale en bij de Europese verkiezingen onder de kiesdrempel van vijf procent gebleven. De centrale vraag op het partijcongres is: hoe moet de verdeelde en om haar interne animositeiten beruchte liberale coalitiepartner van kanselier Kohls CDU/CSU zich 'vernieuwen' om er weer bovenop te komen? Wat moet de FDP doen, nu zij als 'derde kracht' in Duitsland is afgelost door de Groenen?

De FDP is door links en rechts praktisch is leeggegeten. Vier weken geleden wist de partij ook in de regionale parlementen van Noordrijn-Westfalen en Bremen geen plaats te verwerven, zodat minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel zijn vertrek als FDP-voorzitter aankondigde. Electoraal lijkt de partij weinig perspectief meer te hebben. Helmut Kohl wil er weliswaar in het openbaar om wedden dat de FDP in 1998 opnieuw in de Bondsdag zal worden gekozen, maar in zijn CDU/CSU wordt al druk besproken hoe - en misschien toch weer met Kohl als lijsttrekker - eventueel alleen een meerderheid te behalen valt tegen de SPD en de Groenen.

Als de FDP, de partij van de vroegere bondspresidenten Theodor Heuss en Walter Scheel en van oud-minister van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher (1969-1993) zich wil vernieuwen, welke kant moet zij dan op, waar wachten haar (meer) kiezers? Moet zij zich weer opwerpen als verdedigster van de liberale rechtsstaat, zoals de zogeheten 'Freiburger Kreis' rondom minister Sabine Leutheusser (justitie) en het Bondsdaglid Burkhart Hirsch wil? Moet zij meer accent leggen op haar economische credo, dat van de vrije markteconomie, lagere belastingen, minder 'overheid', minder subsidies, grotere waardering voor eigen prestaties - de voorkeur van oud-voorzitter en oud-minister Otto graaf Lambsdorff? Of moet de partij in het verenigde en onzekere Duitsland op een conservatieve, burgerlijk-nationale politiek mikken, zoals een kleine Berlijnse groep FDP'ers rondom de vroegere procureur-generaal Alexander von Stahl en de partijloze maar 'nieuw-rechtse' Welt-journalist Rainer Zitelmann aanbeveelt?

Die vragen wijzen op dilemma's waarmee het politieke liberalisme bijna overal worstelt en waarover de Brits-Duitse kenner Ralf Dahrendorf een paar jaar geleden al zei, dat zij het einde van de liberale partijen inluidden. Indat verband is het opvallend dat de conservatieve koers die Bolkesteins VVD vaart het goed doet bij Nederlandse kiezers. Maar dat de FDP met Bolkesteins recept ook zo veel zou kunnen verdienen - rechts van de CDU/CSU - mag worden betwijfeld. Het Duitse partijenlandschap verschilt daarvoor te veel van het Nederlandse. Want de CDU heeft wel een linkervleugel, maar laat toch geen politieke ruimte vrij aan haar rechterkant.

Volgens Die Zeit, een blad dat de FDP eigenlijk nooit heeft vergeven dat zij najaar 1982 onder leiding van Genscher als coalitiepartner 'overstak' van de toenmalige SPD-kanselier Helmut Schmidt naar Kohls CDU/CSU, nadert het einde van de liberalen. De FDP heeft praktisch geen regionale of lokale steun meer, zij is als partij “zonder onderlijf” ook als politieke scharnier in Bonn ter ziele. Na een halve eeuw krijgt de Bondsrepubliek een ander politiek landschap. De slepende doodsstrijd van de FDP is nog maar het begin, de tand des tijds vreet ook al aan de CDU en de SPD, er komt straks een andere Bondsrepubliek, schreef het blad met gevoel voor dramatische nuance.

In haar geschiedenis heeft de FDP de doodsklok vaker horen luiden. Zij is nu eenmaal gedoemd om - zoals Walter Scheel het ooit zei - politiek te maken in de buurt van haar eigen grafzerk. Zij weet dat zoiets snel kan verkeren, ten goede en ten kwade, en de partij heeft dat de afgelopen decennia ook herhaaldelijk meegemaakt. Het FDP-boegbeeld Genscher illustreert in persoon die wisselvalligheid. Hij bracht zijn partij in de Bondsdagverkiezingen van december 1990 op 11 procent, maar zijn vertrek als minister in de zomer van 1993 leidde de neergang in. In 1982, na zijn 'verraad' aan de SPD, was hij de meest gehate politicus van het land. Intussen is hij al weer jaren, ook nu hij uit het eerste gelid is verdwenen, veruit de populairste politicus van Duitsland. Wat niet belette dat zijn FDP en zijn twee politieke protégés, Klaus Kinkel en diens rivaal Jürgen Möllemann, die begin '93 als minister en vice-kanselier ten val kwam, zwaar beschadigd raakten.

In dat verband is het goed te bedenken dat de Groenen, de afgelopen jaren tot nieuw leven gekomen onder Superrealo en fractieleider in de Bondsdag Joschka Fischer, weliswaar thans weer jong en vitaal ogen, maar in 1990 in de Bondsdagverkiezingen nog over de kiesdrempel struikelden en tot twee à drie jaar geleden nog overwegend stervensgeluiden lieten horen. Bijna overal is nu te horen en te lezen dat zij nieuw heil representeren. Wie zo spreekt of schrijft, moet eens een blik te werpen in het programma van Fischers partij. Dan vallen niet alleen de afschaffing van de dienstplicht, de Bundeswehr en de NAVO en afwijzing van het Verdrag van Maastricht op, maar ook een lange reeks andere punten met een vrij hoog 'hadjememaar-karakter'. Het wordt straks interessant als de Groenen inderdaad met de SPD gaan regeren in de grote industriële deelstaat Noordrijn-Westfalen (18 miljoen inwoners).

Het overleven van de FDP zal vooral afhangen van de resultaten van de partij bij de verkiezingen volgend jaar in de deelstaten Rijnland-Palts en Baden-Württemberg. De richtingenstrijd waardoor de Duitse liberalen zichzelf de afgelopen weken in de media verder hebben beschadigd, zal op hun driedaagse congres natuurlijk niet worden afgesloten. De belangrijkste indicatie voor de toekomstige koers moet worden gevonden bij het agendapunt verkiezing van een nieuwe voorzitter, dat morgenavond aan de orde komt.

Voor de opvolging van de mislukte Kinkel, die onder druk van Genscher eind 1990 FDP-lid werd en vervolgens minister, vice-kanselier en in 1993 partijvoorzitter, mag het congres kiezen uit twee kandidaten: de favoriete Wolfgang Gehrhardt, afdelingsvoorzitter in Hessen (waar de FDP vorig najaar de kiesdrempel wel passeerde) en Jürgen Möllemann, die zichzelf twee weken terug opnieuw als gerenommeerd Stehaufmännchen lanceerde.

De 53-jarige Gehrhardt, al negen jaar ondervoorzitter van de FDP, geldt als vrij kleurloos. Hij heeft de zegen van de partijtop en de meeste afdelingen. Hij wist de afgelopen weken zijn neutrale positie tussen de rivaliserende FDP-stromingen te bewaren. Alleen van de 'rechts-nationale' groep-Stahl nam hij duidelijk afstand met de opmerking dat haar ideëen niet in een liberale partij thuishoren.

Evenmin bij een van de stromingen in te delen is de notoir publiciteitsbeluste Möllemann. Hij is voorzitter van de beheersraad van de roemruchte voetbalclub Schalke 04 in Gelsenkirchen en trok een paar weken geleden aandacht door als parachutist voor 50.000 toeschouwers in de middencirkel te landen. Deze 49-jarige opportunist - partijgenote Irmgard Schwaetzer noemde hem twee jaar geleden “varken-intrigant” - is zijn eigen programma. Hij moet het, wil hij morgen een meerderheid krijgen, hebben van ressentiment, vertwijfeling en woede jegens de partijtop onder de 662 afgevaardigden. Möllemann heeft al aangekondigd dat hij als voorzitter de FDP “meer eigen profiel” in de regeringscoalitie wil geven en wellicht een of meer van de drie FDP-ministers - Kinkel, Sabine Leutheusser en Günter Rexrodt (economische zaken) - wil vervangen. Dat alleen al maakt dat CDU-voorzitter Kohl en SPD-chef Scharping nieuwsgierig zijn wie morgen hun FDP-collega wordt.