Compagnie mariniers zwaar bewapend

AMSTERDAM, 8 JUNI. Omdat de mariniers in Bosnië op de ergste scenario's voorbereid moeten zijn, zijn ze zwaar bewapend. Zwaarder in ieder geval dan de blauwhelmen van UNPROFOR die ze moeten beschermen. De mariniers zijn onder meer voorzien van zes 120 mm mortieren, de zwaarste wapens waarover het korps beschikt. Deze worden getrokken door YPR pantservoertuigen, en ook de zeesoldaten zelf zullen zich in Bosnië met deze voertuigen verplaatsen.

De compagnie van het Korps Mariniers bestaat uit 130 man. Dit zijn vooral goed getrainde infanteristen die patrouille moeten lopen op bedreigde punten, maar ook stafpersoneel op compagnies- en pelotonsniveau maken deel uit van het totaal.

De compagnie mariniers, versterkt met kleine landmachteenheden voor logistiek en voor de opsporing van vijandelijke mortieren - in totaal 170 manschappen - zal deel uitmaken van de 'snelle-reactiemacht' ter bescherming van UNPROFOR in Bosnië en, net als de Franse en Britse contingenten, onder bevel komen te staan van de Britse militaire VN-bevelhebber Rupert Smith.

Alle mariniers hebben een automatisch geweer van het type FAL tot hun beschikking. Sommigen hebben een Uzi, een pistoolmitrailleur van Israëlische makelij. Ook is er per negen man een MAG machinegeweer. De geplande vervanging van al deze vuurwapens door het Canadese Diemaco C7A1 geweer is in volle gang, maar in Bosnië zullen ze nog niet worden ingezet.

Natuurlijk maakt dit soort vuurwapens geen enkele indruk op troepen die zijn uitgerust met zwaar materieel, dat bijvoorbeeld de Bosnische Serviërs in ruime mate voorhanden hebben. Voor de inzet tegen pantservoertuigen heeft elk peloton daarom een Carl Gustav raketwerper.

Maar ook tegen tanks kan de compagnie mariniers zich verdedigen. Hoewel nog geheimzinnig wordt gedaan over de precieze bewapening van de Nederlandse bijdrage aan snelle-reactiemacht, mag worden aangenomen dat de mariniers beschikken over zwaardere zogeheten Dragon antitank-raketten. Daarnaast horen ook 60-mm mortieren - mortiertjes is eigenlijk een betere benaming - tot de standaard outillage van Nederlandse eenheden.

De artillerie van de strijdende partijen in Bosnië vormt het grootste probleem. Vooral de mortieren zijn praktisch onvindbaar, zowel vanuit de lucht als vanaf de grond. Ze kunnen goed gecamoufleerd staan opgesteld en het mondingsvuur is ook al niet bijster zichtbaar. Om de schuilplaats van de mortieren te achterhalen is een landmachteenheid van rond de twintig man met een zogeheten 'mortieropsporingsradar' aan de mariniers toegevoegd. Deze Amerikaanse radarsystemen - Firefinder genoemd - volgen het ballistische traject van de granaten en een computer berekent waarvandaan is geschoten. De berekende locatie van het vijandelijke geschut kan onmiddellijk worden doorgegeven aan de eigen artillerie, zoals de Nederlandse zware-mortiersectie - met de zes 120 mm mortieren - of de recent gearriveerde Britse artilleristen die over 105 mm houwitzers beschikken.

In de Golfoorlog bleken de Firefinders erg succesvol. In de meeste gevallen dat Iraakse geschutsopstellingen salvo's afvuurden, waren Amerikaanse raketten al op weg naar de aangegeven coördinaten nog vóór de Iraakse granaten waren neergekomen. De meeste Iraakse commandanten durfden daarom niet meer te schieten.

Het valt evenwel niet te verwachten dat de Bosnische Serviërs zich direct door de aanwezigheid van de 'mortieropsporingsradars' laten intimideren. Toen een Oekraïense VN-eenheid een dergelijk systeem twee jaar terug in stelling wilde brengen, werd het onmiddellijk heftig beschoten. De Oekraïeners trokken het apparaat daarop terug.