BVD gaat groot deel dossiers vernietigen

DEN HAAG, 8 JUNI. Tachtig procent van alle dossiers die de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) de afgelopen jaren heeft aangelegd - ongeveer 1.200 meter archief - zal worden vernietigd. Daaronder valt zeker de informatie uit en over zogenoemde geheime bronnen, personen en instellingen waarover de BVD beschikt. Van de stukken over belangrijke buitenlandse personen wordt een steekproef genomen; deze informatie verhuist naar het Rijksarchief. Alle dossiers over Nederlanders blijven bewaard, die van organisaties daarentegen gaan in de versnipperaar.

Staatssecretaris A. Nuis (cultuur), verantwoordelijk voor de uitvoering van de Archiefwet, deelt dit namens de minister van binnenlandse zaken mee in een brief die de Tweede Kamer eerder deze week ontving. Het kabinet, de Tweede Kamer en de hoofden van de (militaire) inlichtingen- en veiligheidsdiensten voeren al jaren besprekingen over openbaarheid van de BVD-archieven. De verantwoordelijke bewindslieden vinden dat niet alle geheime dossiers die voor bewaring in het Rijksarchief in aanmerking komen, zonder meer openbaar kunnen worden gemaakt. Het betreft materiaal dat door BVD en haar voorganger, het Bureau Nationale Veiligheid, gedurende tientallen jaren is verzameld.

De rijkscommissie voor de archieven, ook betrokken bij het genoemde overleg, heeft eerder een moratorium op vernietiging bepleit. Ze acht de voorstellen van het kabinet nog te beperkt. De commissie liet al in 1993 weten dat meer persoonsdossiers dienen te worden bewaard, en ook alle stukken met inlichtingen over organisaties. Dit is volgens haar van belang vanuit een culturele / historische invalshoek.

In zijn brief aan de Kamer zegt Nuis dat alle bescheiden over de politieke sturing en controle van de BVD kunnen worden bewaard. Hetzelfde geldt voor de archiefstukken over de planning en controle van de taakuitvoering van de dienst op beleidsniveau. In totaal zal 300 meter aan dossiers bewaard kunnen blijven.

Pag.2: Rangorde aangebracht in op te ruimen dossiers

Met betrekking tot de dossiers die moeten worden opgeruimd, heeft de staatssecretaris na overleg met de BVD-leiding een rangorde aangebracht. Er zijn dossiers van en over personen die voor de uitvoering van de BVD-taak “van zeer groot belang”, dan wel van “groot belang” of gewoon “van belang” zijn geweest. Nuis noemt in de categorie personen die van “zeer groot belang” moeten worden geacht inlichtingen-officieren, terroristen alsmede “gezichtsbepalende en invloedrijke personen van organisaties die object van onderzoek van de BVD zijn geweest”.

Dossiers van niet-Nederlanders in deze zware categorie moeten volgens Nuis worden vernietigd, zodra de persoon de leeftijd van 75 jaar heeft bereikt. De inlichtingen die werden vergaard over Nederlandse burgers blijven wel bewaard, vooral om, zoals Nuis schrijft, “het handelen van de BVD ten opzichte van zijn omgeving te kunnen beoordelen”. Deze informatie wordt slechts voor een klein deel openbaar gemaakt.

In de categorie “van groot belang” voor de taak van de BVD noemt Nuis “onder meer personen die in een nauw, respectievelijk een meer verwijderd contact staan met de personen die een directe bedreiging vormen voor de belangen die de BVD dient te beschermen”. Het gaat dan niet om de terrorist zelf, maar “bijvoorbeeld om personen die onderdak verlenen aan terroristen of hen op ander wijze steun verlenen, maar ook om personen bij wie nog niet is vastgesteld wat de aard en de achtergrond van het betreffende contact is”. Personen die een zogenoemde vertrouwensfunctie vervullen (bij overheid of bedrijfsleven) vallen eveneens binnen deze categorie. De mappen met informatie van of over deze personen kunnen wat Nuis betreft na 15 jaar in de versnipperaar. De onderverdeling zoals nu gemaakt voor de archieven van de BVD zal volgens Nuis ook gelden voor de dossiers van de Militaire Inlichtingendiensten (MID).

Nuis kondigt aan dat alle bescheiden die de BVD heeft verzameld over organisaties kunnen worden vernietigd. “De activiteiten van de BVD zijn meer gericht op personen dan op organisaties. Voor de reconstructie van het handelen van de BVD zijn deze bescheiden dan ook niet van belang. Hierbij dient te worden bedacht dat de te bewaren bescheiden betreffende de politieke sturing en controle, de beleidsvorming alsmede de planning en controle van de taakuitvoering van de dienst, reeds veel gegevens bevatten over de organisaties (en uiteraard ook over de personen) waarnaar de dienst onderzoek heeft gedaan”, zo verduidelijkt de staatssecretaris het standpunt van het kabinet.