Bij de Biënnale van Venetië; Sluit de poorten, de toeristen komen

Niet alleen de zee bedreigt haar voortbestaan, ook vanaf het vasteland loert gevaar. Dagjesmensen laten meer afval achter dan lires. En wat valt er nog te genieten van de mozaïeken van San Marco als hordes lotgenoten in je rug porren? De verwording van de betoverendste stad ter wereld.

Aan het einde van de dag is het Canale Grande op zijn mooist. Over het zwarte water glijdt een handvol gondels, hun gespierde roeiers in blauw- of zwart-wit gestreepte shirts. Bij een stenen steiger dragen twee mannen een ijskast hun wiebelende bootje in. Het witte gevaarte valt bijna als ze zich laten afleiden door een zwartharige godin in een watertaxi, die staat te bellen met haar zaktelefoon. Onbereikbaar.

Het warme avondlicht streelt de paleizen langs het water. De zachtgele, bruine, roze en lichtblauwe tinten vloeien zonder te vloeken in elkaar over. Bij de waterlijn zijn de muren groen uitgeslagen door de dagelijkse aanval van het getij. Sommige huizen staan gerestaureerd te stralen, andere hebben open wonden door de erosie van water, mist en vochtige hitte. Het versterkt de bekoring van Venetië, dat vaak koketteert met de mythe van de stervende stad.

Ingenieurs hebben stapels rapporten geschreven over het gevaar van het water. De diepe sleuf die is gegraven voor olietankers die naar de raffinaderijen bij Maghera moeten, heeft de delicate waterhuishouding in de lagune grondig verstoord. Er liggen plannen voor een ingenieus en kostbaar project van een beweegbare muur bij de ingangen van de lagune. Deze moet uit het water oprijzen als wind en vloed de smalle Adriatische Zee opstuwen naar het noordwesten, naar Venetië, en zo de weerloze stad opnieuw voor een groot deel onder dreigen te zetten.

Maar ook van het vasteland dreigt gevaar. Toeristen overspoelen de stad. Als daartegen geen dammen worden opgeworpen, verdwijnt Venetië als stad en wordt het een pretpark. Sinds de jaren vijftig gaat het de verkeerde kant op. Het aantal inwoners daalde van honderdzeventigduizend naar minder dan tachtigduizend nu, maar de toeristenstroom blijft toenemen. Vorig jaar waren het er meer dan zeven miljoen; 89 bezoekers per inwoner. Daarbij vallen de zes bezoekers per inwoner voor Amsterdam, het 'Venetië van het noorden', in het niet.

Een vorige maand verschenen rapport, opgesteld onder auspiciën van de Unesco, waarschuwt voor onomkeerbaar verval. In Venetië ontstaat een monocultuur van het toerisme. De stad wordt steeds duurder en voller. Probeer maar eens te genieten van de mozaïeken in de San Marco als je steeds porren in je rug krijgt van verveelde scholieren en een Japanse gids op twee meter afstand keihard haar les staat op te zeggen. Schoonheid kan je niet onbeperkt delen met anderen.

Een van de hoofdproblemen wordt aan het eind van de dag zichtbaar op het Canale Grande. Bijna iedere vaporetto (bootbus) de stad uit, naar het station of naar de grote parkeergarage aan het einde van de dam naar het vasteland, is afgeladen vol. Op de boten die het kanaal opvaren, richting Rialtobrug en San Marcoplein, is nog volop plaats. Verreweg de meeste toeristen die naar Venetië komen, zijn dagjesmensen. Die verteren aanzienlijk minder dan mensen die in de stad blijven slapen, waardoor de Venetianen na hun bezoek met meer afval dan lires blijven zitten.

Bovendien is het moeilijk deze stroom te reguleren. De dagtoeristen komen als het mooi weer is. Juist om deze groep onder controle te brengen, wordt nu overwogen een speciale Venetië-kaart in te stellen, een toegangsbewijs tot de stad dat je, analoog aan de kaartjes voor grote tentoonstellingen, van te voren moet bestellen. De bezoekers van de Biënnale zullen er deze zomer nog geen last van hebben. Maar volgens het Unesco-rapport ontkomt Venetië er niet aan om maatregelen te nemen.

De universiteit van Ca' Foscari is een een groot pleitbezorger van zo'n kaart. Langs het kaarsrechte Brenta-kanaal op de terra firma, het vasteland, heeft zij een speciaal studiecentrum voor de economie van het toerisme ingericht. Dit pleit voortdurend voor maatregelen die Venetië leefbaar moeten houden onder het toerisme, zodat de stad ervan kan blijven profiteren in plaats van eronder te lijden. Via een ingewikkelde berekening heeft het studiecentrum de maximumgrens op 25.000 bezoekers per dag gesteld. In stille wintermaanden en op snikhete zomerdagen zijn dat er minder, maar vaak gaat het aantal toeristen er ver overheen. Met carnaval wordt in bijna iedere smalle calle in het hart van de stad eenrichtingsverkeer voor voetgangers ingesteld. Op 1 mei, een Italiaanse feestdag, waren er 120.000 bezoekers. Het gemiddelde in juni is 60.000. De absolute top was het concert dat Pink Floyd in juli 1989 gaf op het kanaal voor het San Marcoplein; er kwamen tweehonderdduizend mensen op af. Dat nooit meer, zeggen de Venetianen.

“Als de grens van 25.000 bezoekers wordt overschreden, worden de economische en sociale lasten voor de stad te hoog. Het toerisme wordt dan een plaag”, zegt Jan van der Borg, een Nederlandse econoom die aan de Venetiaanse universiteit is verbonden. In zijn kantoortje vertelt hij dat in veel steden het aantal beschikbare bedden een natuurlijke grens vormt. In Venetië is dat niet zo. In de jaren zeventig is besloten de omvorming van woningen in hotels een halt toe te roepen en in plaats daarvan het pendeltoerisme te stimuleren. Hierna zijn in de buurt van Venetië veel hotels gebouwd, waar bezoekers bovendien aanzienlijk goedkoper uit zijn. “Venetië heeft nu geen enkele invloed meer op de stroom toeristen”, zegt Van der Borg. “Aan het aantal dagjesmensen zit geen maximum. Het is in principe oneindig.”

Daarom is hij een groot voorstander van de Venetië-kaart. “Het gaat er niet om de mensen te straffen die naar Venetië willen komen,” zegt Van der Borg. “We willen alleen de pieken uit de toeristenstroom halen. Er moet een instrument komen waarmee je de mensen kunt overhalen hun komst naar Venetië te boeken. Zo kunnen we op ieder moment van het jaar zien hoe groot de vraag is en kunnen we mensen vragen hun bezoek te verschuiven van de ene naar de andere week of de ene naar de andere maand.”

Maar veel Venetianen eten toch van de toeristenlires? In beperkte mate, rekent Van der Borg voor. De inkomsten uit overnachtingen in Venetië komen voor twee derde buiten de stad terecht, omdat de eigenaren elders zitten. Voor het glaswerk en de plastic gondeltjes waarmee de winkels vol staan, geldt iets vergelijkbaars. Veel daarvan is geïmporteerd uit Taiwan en Hongkong. Alleen de marge op de handel blijft in Venetië, vandaar dat de befaamde glasblazers van het Venetiaanse eiland Murano een consortium hebben opgericht om hun goede naam te beschermen.

Zo ontstaat wat in de wetenschappelijke literatuur het 'crowding out' fenomeen wordt genoemd. Het gewone economische leven van een stad en de mensen die daarbij horen worden weggedrongen door de opmars van de toeristenindustrie. De huren zijn exorbitant hoog. Bedrijven of winkels die niet op het toerisme zijn gericht, kunnen nauwelijks meer renderen. De stad wordt een aaneenschakeling van goedkope glas- en leerwinkels en van restaurants waar je voor teveel geld een koude pizza of een slechte pasta krijgt.

Tot voor kort waren het alleen de gewone Venetianen die daarover klaagden. Zij vonden de machtige lobby van de verenigde toeristenindustrie tegenover zich. Nu komen ook in dat front scheuren. Ondernemers die afhankelijk zijn van de mensen die blijven overnachten, klagen over achteruitgang en verval en roepen dat Venetië meer aandacht moet besteden aan de kwaliteit van het toerisme. De betoverendste stad ter wereld mag niet verworden tot een toeristenkermis.

Jarenlang zijn deze problemen genegeerd. Tot drie jaar geleden de smeergeldschandalen losbarstten, waren twee politici in de stad toonaangevend: de corpulente socialist Gianni De Michelis, oud-minister van buitenlandse zaken en befaamd discoganger, en de christen-democraat Carlo Bernini, oud-minister van transport. Dit tweetal, tegen wie verschillende corruptie-onderzoeken lopen, schermde liever met grote projecten. Berucht is het voorstel van De Michelis om in het jaar 2000 een wereldtentoonstelling te houden. Een stimulans voor de stad, spiegelde De Michelis voor. Zoals keizer Nero een stimulans voor Rome is geweest, antwoordde ex-burgemeester Casellati boos. Vernietigende rapporten van onder andere de universiteit van Ca' Foscari leidden tot internationale druk op het Italiaanse kabinet, dat op de valreep de kandidatuur van Venetië introk. Maar De Michelis en Bernini hadden goed in de gaten dat een wereldexpo meer smeergeld oplevert dan bijvoorbeeld aanleg van de broodnodige openbare wc's.

Het linkse gemeentebestuur is daar nu mee bezig en probeert ook een samenhangend plan op te stellen om de negatieve gevolgen van het toerisme te beperken. Belangrijk onderdeel daarvan is het zoeken naar een andere economische activiteit. Er zijn vage plannen voor de aanleg van een technopark in Marghera, de toegangspoort naar Venetië die wordt gedomineerd door industriële ruïnes van staal- en oliebedrijven. De aanwezige kennis op het gebied van de waterhuishouding in een gecompliceerd ecosysteem als de lagune, en op het gebied van de restauratie van kunstwerken en renaissancegebouwen zou de basis kunnen vormen voor nieuwe, anderssoortige bedrijvigheid.

In zijn werkkamer met glorieus uitzicht op het kanaal van de Giudecca zegt wethouder van toerisme Gianfranco Mossetto dat Venetië ook in het toeristische aanbod zèlf meer variëteit moet aanbrengen om een betere spreiding te krijgen. “We moeten de toeristenstromen in de stad herorganiseren om de druk van gebieden als het San Marcoplein en de omgeving van de Rialtobrug af te halen.” Zo is er een alternatieve wandeling opgezet door de stad, langs een paar van de honderden minder bekende culturele schatten.

De wethouder doceert economie van de kunst aan de Venetiaanse universiteit en praat veel over marketing. “Ik wil de hele stad verkopen, en niet alleen een paar stukjes.” Hij wil ook het museumaanbod verbreden. De contemporaine kunst moet een impuls krijgen door van het Biënnaleterrein, dat nu eens in de twee jaar wordt gebruikt, een permanent centrum voor eigentijdse kunst te maken. En hij wil een groot nieuw museum aan het San Marcoplein inrichten door de zalen van het huidige Museo Correr met die van de Oude Procuratie samen te voegen. Dit museum zou volledig in het teken van Venetië moeten staan; Mossetto droomt ervan dat buitenlandse musea hier hun eigen werken van Venetiaanse hand of over Venetië exposeren.

Ook wil hij de toeristenstroom spreiden in de tijd: “Je moet de stad zien in november en december als er weinig toeristen zijn.” En de beruchte mist dan? Die is in deze maanden soms 'zo dik als snot', zoals de Venetianen zeggen. Geen probleem, vindt Mosseto: “Dan zie je alles in een heel speciaal licht, en wordt Venetië een nog mysterieuzer stad.”

Italiaans Nationaal Verkeersbureau Enit, Stadhouderskade 6, 1054 ES Amsterdam. Inl 020-6168244 of 6168245.