Bezuinigingen op de arbeidsbureaus lopen vertraging op

DEN HAAG, 8 JUNI. De bezuinigingen van het kabinet op de arbeidsbureaus worden waarschijnlijk vertraagd. Minister Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid) heeft de Tweede Kamer gisteren beloofd dat hij met het kabinet naar een mogelijke “fasering van de ombuigingen” zal kijken.

De minister gaf daarmee toe aan aandrang vanuit de Tweede Kamer, onder meer van de regeringsfracties PvdA en D66. De bezuinigingen bedragen 1,6 miljard gulden in vier jaar: 100 miljoen gulden dit jaar en telkens 500 miljoen in de komende drie jaar. Maar omdat deze bezuinigingen samenlopen met oude verplichtingen die Arbeidsvoorziening als gevolg van eerdere bezuinigingsmaatregelen moest inlossen, verkeert de organisatie in grote financiële problemen.

Daardoor dreigt in 1996 een “kaalslag”, zoals Kamerlid Vliegenthart (PvdA) het zei, onder de instituten die zich met scholing en begeleiding van langdurig werklozen bezighouden. Zij noemde het “onbegrijpelijk” dat het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorzieningen (CBA) dit soort bezuinigingen doorvoert. In de Kamer bestaat in het algemeen de opvatting dat het CBA te veel op uitgaven voor langdurig werklozen beknibbelt en te weinig op het eigen apparaat.

De politiek wil de komende jaren meer greep op het geld dat het rijk voor Arbeidsvoorziening reserveert. In de Tweede Kamer bestond gisteren steun voor de plannen van minister Melkert om het CBA, dat nu nog bestaat uit vertegenwoordigers van drie ministeries, werkgeversorganisaties en vakcentrales, minder zeggenschap wil geven. Alleen het CDA bleek vast te willen houden aan het huidig, 'tripartite' model. “De sociale partners hebben groot gelijk dat ze alleen willen meedoen als er ook wat te besturen valt”, zei Kamerlid Dankers. Net als vijf jaar geleden keerden alleen RPF, SGP en GPV zich tegen welke vorm van tripartisering dan ook.

Melkert daarentegen zei zeer te hechten aan deelneming van werkgevers en werknemers in zowel het centrale als in de regionale besturen voor arbeidsvoorziening. “Het staat voor mij als een paal boven water dat de overheid alleen niet in staat is de kansen op de arbeidsmarkt optimaal te benutten. De werkgevers- en de werknemersorganisaties met hun ervaring en netwerken zijn daarbij zeer nodig.”

Door de arbeidsbureaus met sociale diensten en bedrijfsverenigingen te laten samenwerken hoopt de minister de bestrijding van de (langdurige) werkloosheid effectiever te maken. De Tweede Kamer stemde in met de suggestie WW-premies daarbij mede als financieringsbron te gebruiken. De gedachte is dat bedrijfsverenigingen en sociale diensten een arbeidsbureau betalen als dit een langdurig werkloze aan een baan weet te helpen.