Armani reageert laconiek op beschuldigingen van fiscale fraude; Proces tegen Italiaanse modekoningen

ROME, 8 JUNI. De Milanese justitie wil een proces beginnen tegen vijf van de belangrijkste Italiaanse modehuizen, waaronder Giorgio Armani en Gianfranco Ferrè. Zij worden ervan verdacht op grote schaal belastinginspecteurs te hebben omgekocht.

Armani en Ferrè behoren tot een groep van 25 verdachten tegen wie het vooronderzoek is afgesloten met een formele aanklacht. Ook Mariuccia Mandelli, die als handelsnaam Krizia gebruikt, en Santo Versace, broer van de modekoning Gianni Versace, worden in deze affaire verdacht.

De meeste betrokkenen geven toe dat zij geld hebben betaald aan leden van de Guardia di Finanza, die ook optreedt als een soort fiscale recherche, maar zeggen dat zij daartoe werden gedwongen. De inspecteurs zouden hebben gedreigd met een langdurige inspectie die het hele bedrijf zou verlammen.

Na haar verhoor vorig najaar heeft Krizia via haar advocaat laten weten dat de inspecteurs daarbij zeer ver gingen. Zij had gezegd dat het moeilijk was om te betalen omdat ze geen zwart geld had. Daarop kwamen de inspecteurs met voorstellen om valse rekeningen te laten indienen via een postbus-bedrijf in Gibraltar waarmee zij al eerder zaken hadden gedaan.

Bij de verdachten zit ook een aantal inspecteurs. Een hoofdverdachte is Giuseppe Capitanucci, voormalig kolonel van de op paramilitaire Guardia di Finanza. Deze zit al bijna een jaar in voorarrest in een gevangenis aan het Gardameer. De episodes dateren uit het begin van de jaren negentig. Het ging om bedragen van één tot vijf ton.

Armani reageerde gisteren laconiek op de aanklacht. “Het is een formaliteit,” zei hij. Een speciale rechter moet nu beslissen of het verzamelde materiaal belastend genoeg is voor een proces.

In een korte maar felle verklaring herhaalde Krizia dat ze gechanteerd is en kondigde aan dat zij persoonlijk zal getuigen als het tot een proces komt.

Het onderzoek is vorig jaar september begonnen, vlak voor het begin van de presentatie van de voorjaars- en zomercollecties in Milaan. De Milanese justitiële smeergeldgroep werd toen verweten de publiciteit te zoeken en de Italiaanse mode-industrie, een van de motoren van de export, schade toe te brengen.

Sommige reacties gisteren vormden een echo hiervan. In Frankrijk zouden ze alles geheim hebben gehouden, zei Stefano Dominella van het modehuis Gattinoni. “Waarom moeten wij ons imago vernietigen wegens een juridisch probleempje?”