Zuidlimburgse droom aan de Gulp bleek nachtmerrie

GULPEN, 7 JUNI. Oorspronkelijk had het een veredelde schaapskooi moeten worden om bezoekers van het Zuidlimburgse Mergelland inzicht te verschaffen in cultuur en natuur van de streek.

Maar in het vuur van de prestigestrijd tussen de acht burgemeesters van het Samenwerkingsverband Heuvelland (Maastricht, Meerssen, Valkenburg, Wittem, Gulpen, Vaals, Eijsden en Margraten) groeide het plan uit tot een project dat het regionale zelfbewustzijn moest uitstralen.

Geen schaapskooi, maar een glazen piramide van 9,5 miljoen gulden verrees onder de naam Primosa aan de oever van de Gulp. De droom sloeg binnen de kortste keren om in een nachtmerrie. Nog geen half jaar nadat de deken van Gulpen het gebouw met wijwater had ingezegend en de toenmalige burgemeester Vossen symbolisch het eerste toegangskaartje had gekocht, moest de deur op last van de schuldeisers weer op slot en is van de 9,5 miljoen nauwelijks iets over.

In plaats van farao-achtige onsterfelijkheid hangt de initiatiefnemers nu een juridische afrekening boven het hoofd. De curator in het faillissement, B. Meijs, heeft gisteren de oud-directeur W. Faber en de drie oud-commissarissen van NV Bezoekerscentrum Primosa - burgemeester Majoor van Meerssen, oud-burgemeester Damen van Vaals en oud-PLEM-directeur Becx - officieel aansprakelijk gesteld voor het debâcle, dat hij in een lijvig eindverslag omschrijft als “een dure grap waarvoor de gemeenten en de aannemers een rekening van 5 miljoen hebben gepresenteerd aan de schuldeisers”. Meijs concludeert na een uitvoerig onderzoek dat de directeur en de commissarissen hoofdelijk aansprakelijk gesteld moeten worden voor de schade die de schuldeisers hebben geleden, Op de huizen van Damen en Becx is al beslag gelegd. Majoor kan achteraf van geluk spreken dat de gemeenteraad van Meerssen vorig jaar zijn verzoek om de ambtswoning te mogen kopen afwees.

Volgens de curator treft oud-directeur Faber de meeste blaam. Hij was niet competent om de onderneming te leiden, voerde nauwelijks een boekhouding en gebruikte geld dat de provincie op het laatste moment nog beschikbaar had gesteld voor andere betalingen dan was afgesproken. Faber vroeg begin 1992 de Rabobank een extra krediet van twee miljoen gulden, maar kreeg dat niet omdat de bank onvoldoende vertrouwen had in de onderneming. Toch ging Faber verplichtingen aan voor dat bedrag, nadat hij de aandeelhouders - de acht gemeenten en drie aannemers van het gebouw - een ondeugdelijk dekkingsplan had gepresenteerd.

De raad van commissarissen van Primosa heeft niet tijdig ingegrepen, vindt de curator. Enkele maanden voor de opening werden de aandeelhouders en de provincie Limburg ingelicht over de precaire toestand van de onderneming, maar daarop werd niet adequaat gereageerd. In plaats van toen al over te gaan tot het aanvragen van een faillissement, besloten de aandeelhouders en de commissarissen door te gaan met de onderneming die tot mislukken was gedoemd.