'Ze hebben mijn leven geruïneerd'; Rechter kent voor het eerst schadevergoeding toe van een ton aan asbest-slachtoffer van De Schelde

Asbest is een silicaathoudende delfstof. Inademing van asbest kan leiden tot long- en buikvlieskanker (mesothelioom), longkanker (bronchiaal carcinoom) en een stoflong (asbestose). Inslikken of drinken van asbestvezels is niet schadelijk. De schade treedt op als de microscopisch kleine asbestvezels in de longen achterblijven.

De vezels hechten zich diep in de longen en kunnen daar enige jaren blijven zitten. Het lichaam kan ze niet afbreken. Stoflongen ontstaan doordat er littekens op de long ontstaan die de long doen verstijven. De patiënt wordt kortademig en gaat hoesten. In een later stadium kunnen kwaadaardige gezwellen ontstaan, veroorzaakt door onvoldoende herstelde schade aan de longcellen.

MIDDELBURG, 7 JUNI. “De dokter zei: Ga maar genieten van de korte tijd die je nog hebt.” In september 1994 kreeg de Middelburger J. M. Wijkhuisen (56) te horen dat hij leed aan de dodelijke asbestziekte mesothelioom. Het had lang geduurd voordat de artsen de klachten van Wijkhuizen konden benoemen. Tot hij bij de longarts kwam. “Die zag het meteen en zei: Ik heb hier al veel van uw collega's gehad met dezelfde symptomen.” Wijkhuisen eiste een schadevergoeding van scheepswerf De Schelde in Vlissingen, nu onderdeel van De Koninklijke Schelde-groep BV. De rechter wees hem eind vorige week, als voorlopige voorziening, een bedrag toe van 100.000 gulden. Het is voor het eerst dat de rechter een asbest-slachtoffer van De Schelde een schadevergoeding toekent.

Wijkhuisen trad in 1953 als jongen van 15 in dienst bij De Schelde. Hij ging eerst 2 jaar naar de interne school en werd in 1955 tewerkgesteld als scheepsbouwer. “We moesten scheepsdekken aanleggen, masten en schoorstenen plaatsen en casco's bouwen.” Soms waren op nog geen halve meter afstand andere werknemers bezig met het inpakken van leidingen met asbest. “Wisten wij veel dat dat gevaarlijk was. Het spul werd in papieren zakken aangevoerd. Ze gooiden het in een ton en deden er water bij. Het papje spoten ze als isolatie rond die leidingen.” Het was, zoals Wijkhuisen het noemt, “één grote stofbende”. “Als het te gek werd, bonden de mannen op eigen initiatief een oude lap voor hun mond. “Gewoon, dan had je er minder last van. Andere veiligheidsmaatregelen waren er niet. Niemand vertelde ons dat het levensgevaarlijk was om zo te werken.”

Later werd hij ook op andere afdelingen van het bedrijf ingezet. “In de winter kwamen er vaak schepen binnen voor reparatie. Dan moesten er leidingen worden gesloopt die geïsoleerd waren met asbest. Wij werkten daar weer bij in de buurt.” In 1966 kreeg Wijkhuisen een andere baan en verliet hij De Schelde, zonder enig besef van het feit dat asbestdeeltjes zich tussen zijn borst- en longvlies hadden genesteld. Later hoorde of las hij wel eens over de gevaren van asbest. Maar hij dacht: Ik ben de dans ontsprongen. Ik ben zo gezond als een vis. Tot hij in het begin van de jaren tachtig last kreeg van vage klachten. Hij had bijvoorbeeld pijn bij het ademhalen. “Ze konden niks vinden, en zeiden: 't zal wel tussen je oren zitten. Ga maar in de WAO.”

Tien jaar later werd de juiste diagnose gesteld. “Ik was woedend op De Schelde. Ze hebben mijn leven geruïneerd. Maar wat kon ik als klein mannetje zonder geld beginnen tegen dat grote bedrijf?” Begin van dit jaar duwde een oud-collega hem het partijblad van de Socialistische Partij in handen. Daarin stond een artikel over de juridische strijd van asbest-slachtoffers van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Hij nam contact op en kreeg een advocaat toegewezen. Eind mei diende het kort geding. De uitslag was voor hem positief.

Niet bekend

Hendriks, nu gepensioneerd, werkte zijn hele leven op de scheepswerf, verloor zijn broer 'aan asbest', en had jarenlang zitting in de landelijke asbest-commissie. Daarbij behartigt hij de belangen van enkele asbest-weduwen die genoegdoening proberen te krijgen. Hij schat dat in de loop van de jaren honderden werknemers van de werf met asbest te maken hebben gehad.

Het staat voor Hendriks vast dat het bedrijf te weinig voorzorgsmaatregelen heeft genomen om het personeel te beschermen. “Uit de vakliteratuur van vlak na de oorlog had men al kunnen weten hoe de vork in de steel zat. Maar De Schelde begon zich pas met de risico's te bemoeien na het onderzoek van bedrijfsarts dr. Stumphius.”

Directiesecretaris mr. T.L. van de Poel van De Schelde ontkent ten stelligste dat het bedrijf de bescherming van werknemers heeft verwaarloosd. “De directie heeft het veiligheidsbeleid altijd zo hoog mogelijk in het vaandel gehouden. Dat blijkt onder andere uit de aanstelling van Hendriks tot veiligheidsman.”

Bedrijfarts Stumphius verrichtte in de jaren zestig belangrijk onderzoek naar het verband tussen de asbestkanker mesothelioom en het werken met asbest. In zijn proefschrift (1969), meldde hij op Walcheren 25 gevallen van de fatale asbestziekte te hebben aangetroffen. Eenentwintig van de patiënten waren werkzaam geweest bij De Schelde. Zeven jaar later, in 1976, meldde de arts dat daar dertig Schelde-patiënten bij waren gekomen. Stumphius deed de voorspelling dat tot het jaar 2000 op Walcheren jaarlijks bij 5 personeelsleden van De Schelde de ziekte zich zou openbaren.

Volgens Hendriks kondigde de directie van het bedrijf na het onderzoek van Stumphius veiligheidsmaatregelen af voor het werken met asbest. “Alleen werden de regels niet toegepast of ze waren niet afdoende. Mensen moesten bijvoorbeeld mondkapjes dragen. Die hielden het stof natuurlijk niet tegen. Ik herinner me dat bij het repareren van een schip volop asbest werd aangetroffen bij het slopen van de isolatielagen. Ik werkte toen bij de veiligheidsdienst en had de bevoegdheid het werk stil te laten leggen tot het asbest op een veilige manier was verwijderd. Dus ik gebruikte die bevoegdheid. De directeur was woedend en probeerde via mijn chef mijn beslissing ongedaan te maken. Hij vond dat er gewoon gewerkt moest worden. Er is enorm gesjoemeld met de regels voor de veiligheid.”

    • Annet van Eenennaam