Werklozen nu aan de slag met uitkering

DEN HAAG, 7 JUNI. Twintigduizend werklozen gaan de komende twee jaar aan het werk waarbij ze hun uitkering houden als onderdeel van hun loon. Minister Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid) heeft dit vanmiddag bekendgemaakt.

De banen komen overwegend terecht in de marktsector, in het bijzonder bij het midden- en kleinbedrijf en de detailhandel. Ze worden verspreid over het hele land. In totaal gaat het om 57 projecten. De bedoeling is daarmee in 1995 en 1996 ervaring op te doen.

“Het doel van de impuls is om uitkeringen blijvend te besparen door ze tijdelijk als loonkostensubsidie in te zetten”, zei Melkert vanmiddag. “De langdurig werkloze krijgt de kans op een eigen inkomen en een zelfstandig bestaan, in plaats van een uitkering en afhankelijkheid.”

Werkgevers die een langdurig werkloze in dienst nemen, krijgen de uitkering als loonkostensubsidie, met een maximum van 18.000 gulden per jaar. De werknemer mag 100 tot 120 procent van het minimumuurloon verdienen. In de meeste gevallen gaat het om banen van 32 uur per week.

De minister is er zeker van dat de langdurig werklozen zich spontaan voor de banen zullen melden en dat er in de praktijk van verplichting geen sprake zal hoeven te zijn. “Maar zonodig zullen we meer dan aandrang op de werkloze uitoefenen.” Met de regeling is de komende twee jaar 720 miljoen gulden gemoeid.

Van de nieuwe arbeidsplaatsen komen er 7.000 in de vier grote steden terecht, 9.000 in de provincies en de rest wordt via landelijke projecten verspreid. Voorbeelden van landelijke projecten zijn afspraken met de schoonmaaksector en de metaalbranche. Een deel van de 20.000 banen komt in zogenoemde instroompools, waarbij langdurig werklozen werkervaring opdoen. Voor een deel gaat het hierbij om bestaande arbeid; in andere gevallen om nieuwe arbeidsplaatsen. Het gaat in het laatste geval om werk dat nu veelal 'grijs' of 'zwart' wordt gedaan. De bedoeling is 'verborgen' werkgelegenheid zichtbaar te maken.

Instroomprojecten van de vakcentrales FNV en CNV behoren tot de 57 experimenten, evenals een project dat vanuit de uitzendorganisatie Vedior is opgezet met steun van arbeidsbureaus, werkgevers- en werknemersorganisaties. Ook kleinere projecten behoren tot de experimenten, zoals de tijdelijke uitzending van werkloze academici vanuit Wageningen naar het buitenland. Verder richt een aantal projecten zich speciaal op allochtonen.