Van Aartsen: afspraken met EU over subsidies tuinbouw niet herzien

ROTTERDAM, 7 JUNI. Minister Van Aartsen (landbouw, natuurbeheer en visserij) is vooralsnog niet van plan in Brussel de verdeling van de Europese structuurfondsen ter discussie te stellen. Hij voelt er evenmin voor om de tuinbouw te ontzien bij verdere aanscherping van milieu-normen. Wel wil de bewindsman extra geld uittrekken om het voor tuinbouwers eenvoudiger te maken vanuit het Westland naar het Eemsmondgebied te verhuizen.

Dat is het resultaat van een - ingelast - overleg, dat de bewindsman gisteren heeft gehad met een brede delegatie uit de tuinbouw. De sector wordt opnieuw door een crisis bedreigd, doordat de prijzen van zowel glasgroenten als bloemen al drie à vier jaar onder zware druk staan. Het overleg vond plaats nadat de voorzitter van de afdeling tuinbouw van de federatie van land- en tuinbouworganisaties (LTO), Marius Varekamp, vorige week 'alarm sloeg'.

Van Aartsen vindt de term crisis te zwaar, zo zei hij na afloop van het beraad, maar hij erkent wel dat de tuinbouw het 'moeilijk heeft'. Afgesproken is dat de delegatie uit de tuinbouw eisen en wensen nauwkeurig gaat onderbouwen. Van Aartsen zal op zijn beurt de gegevens bestuderen die de vertegenwoordigers hebben overlegd. Volgende week spreken bewindsman en tuinbouwers opnieuw.

De minister liet weten zich waar mogelijk nationaal en internationaal te willen inzetten om de problemen van de Nederlandse tuinbouw het hoofd te kunnen bieden. De sector zelf zou intussen met nadere uitwerkingen en ideeën moeten komen die tot oplossingen kunnen leiden. Probleem voor Van Aartsen is dat veel van de problemen waarmee de tuinbouw kampt voortkomen uit afspraken die de Europese ministers tijdens de top in Edinburgh hebben gemaakt en die liggen voor de komende vijf jaar vast.

Het zijn de toenemende lasten, die vooral door lagere overheden worden opgelegd, gevoegd bij 'unfaire concurrentie' uit vooral de Zuideuropese landen, die het de tuinbouwers onmogelijk maken goede prijzen voor hun produkten te vragen. De harde gulden verslechtert de concurrentiepositie nog verder, zo vindt de sector. Vooral de eenzijdige Europese en nationale ondersteuning van de tuinbouw in de zuidelijke EU-lidstaten, maar ook in Frankrijk en Duitsland zorgt voor een groter aanbod en lagere prijzen.

De werkgeversorganisatie in de tuinbouw - LTO Nederland - en de voedingsbonden van FNV en CNV hebben inmiddels laten weten het overleg over de tuinbouw-CAO vrijdag te zullen hervatten. Dat overleg heeft twee maanden stilgelegen. De bonden hebben enige weken actie gevoerd, nadat ze het overleg half april afbraken. LTO Nederland verlangt een vergaande flexibilisering van de arbeidstijden en ziet niets in het voorstel van de voedingsbonden een minimale CAO overeen te komen. Volgens de Voedingsbond FNV heeft LTO Nederland het initiatief genomen voor hervatting van het overleg.

De bonden handhaven, zo verklaarde een woordvoerder, hun oorspronkelijke voorstel, een overeenkomst voor één jaar met prijscompensatie en een loonsverhoging van 0,5 procent per 1 januari volgend jaar. Voor arbeiders met zogeheten C-contracten zou het mogelijk moeten zijn 20 procent meer of minder te werken. Nu is dat nog 50 procent. Verder vragen de bonden uitbreiding van de loonstrookjes en versoepeling van deeltijdwerk. Studiecommissies zouden zaken als een wijziging van de VUT-regeling, de toekomst van vakantiebonnen en een nieuw functie-classificatiesysteem moeten bekijken.

De bonden blijven actie voeren om de druk op de werkgevers zo groot mogelijk te houden. De Voedingsbond FNV zal de komende weken in diverse regio's nauwgezet de naleving van de cao controleren. Eventueel neemt de bond juridische stappen om toepassing af te dwingen.