Opgefokte versie van Bill Cosby

Crooklyn. Regie: Spike Lee. Met: Alfre Woodard, Delroy Lindo, Spike Lee. Over enkele weken uit te brengen door Universal.

Onmiskenbaar is de regisseur van Crooklyn dezelfde als van Do the right thing. Ook nu weer belanden we, de eerste beelden al, in zo'n typische zonovergoten buurt ergens in New York. We herkennen de baseball-petjes, de landerige poses op de trappen voor de huizen, de supermarkt op de hoek, de ruzietjes, de lol, het lawaai. Alleen het laatste is in Crooklyn iets prominenter, en dat is zacht uitgedrukt. Het is oorverdovend, murw makend, allesoverheersend. Iedere scène behangt Lee met populaire 'zwarte' songs uit de jaren zeventig, tussendoor staat radio of televisie nog aan, zingt de buurman een lied en schreeuwen de personages elkaar stijf.

Het is het 'me and my people', dat Lee ook nu weer heeft geïnspireerd. Ongetwijfeld wil hij, door middel van het krakeel en lijfelijke geweld, de warmte en de gezelligheid van het nest weergeven, want de andere kant ervan is natuurlijk betrokkenheid bij elkaar, liefde die zich via een omweg uit, een sterk 'wij'-gevoel. Daar is niets op tegen, alleen lukt het hem deze keer niet uit te stijgen boven die schematische schijn. Integendeel.

Debet daaraan is vast en zeker het gebrek aan dramatische hoogtepunten, Crooklyn is één en al sferisch portret. Het gezin Carmichael - hardwerkende moeder, musicerende, niets-verdienende vader en vijf luidruchtige kinderen - is er de kern van. We nemen kennis van de afkeer van de kinderen van bonen en hun zwak voor snoepgoed, hun kinderlijke diefstalletjes in de supermarkt - waaruit terloops de spanning tussen de ethnische groepen nog even blijkt - de financiële zorgen van de moeder, de nonchalance dienaangaande van de vader, van hun problemen met het energiebedrijf, en van hun vindingrijkheid als het op schelden aankomt. Kernpunt in deze opgefokte versie van de Bill Cosby Show is de logeerpartij van het dochtertje des huizes bij welvarende en kakkineuze familieleden in het Zuiden en de dood van de moeder.

Wat, afgezien van de heimwee van het dochtertje naar de weliswaar armoedige maar gezellige omstandigheden thuis, aangrijpend moet zijn aan haar verblijf in het Zuiden blijft onduidelijk. Lee tracht vergeefs zoiets als meeslepende nostalgie op te roepen. Vergeefs is ook de dood van de moeder, die de strijdende partijen in het gezin waarschijnlijk moet verbroederen, maar die slechts aanleiding geeft tot een over-sentimenteel treffen tussen vader en dochter op de fameuze stoep voor het huis, aan het slot van de film.

Crooklyn wordt hier niet uitgebracht in de bioscopen, wat opmerkelijk is voor een film van Spike Lee. Opmerkelijker nog is evenwel, dat hij een zo slechte film als deze weet te maken. Alles is even machteloos, slap en onbelangwekkend. Clockers heet Lee's nieuwste film. Ik weet nu al dat hij beter is dan Crooklyn: dat kan niet anders.