Ook prostituées van buiten de EU moeten legaal kunnen werken

Als binnenkort het bordeelverbod wordt opgeheven is prostitutie in Nederland legaal. Maar niet voor allen: circa de helft van de prostituées die nu in Nederland werken, namelijk allen die afkomstig zijn uit landen buiten de Europese Unie, zal geen werkvergunning kunnen krijgen. Marjan Wijers e.a. vrezen het ontstaan van een nieuw illegaal circuit. Speciale bemiddelingsbureaus kunnen uitkomst bieden.

In april kondigde minister Sorgdrager van justitie aan met een voorstel tot afschaffing van het bordeelverbod te zullen komen. De exploitatie van prostitutie wordt een legale bezigheid, tenzij de prostituée op de een of andere manier wordt gedwongen. Als dit voorstel door het parlement komt, zullen prostituées de arbeidsrechtelijke bescherming krijgen die andere werkende burgers al sinds jaar en dag genieten. Wij juichen dit in beginsel toe. Echter, voor een belangrijk deel van de prostituées dreigt er weinig te veranderen, althans niet ten goede. Dat is voor de prostituées die van buiten de Europese Unie afkomstig zijn en die voor hun arbeid in Nederland een werkvergunning nodig hebben, op dit moment naar schatting de helft van alle personen die in Nederland in de prostitutie werken.

Wanneer een niet-EU onderdaan in Nederland wil komen werken, wordt eerst bekeken of er geen Nederlanders of EU-ingezetenen zijn die de betreffende arbeid kunnen verrichten. Pas wanneer er in de kaartenbakken van de arbeidsbureaus geen geschikte Nederlanse kandidaten voorkomen, kan vergunning worden verkregen om iemand van buiten de EU voor het werk aan te trekken. Dit geldt voor aspergestekers, voetballers en artiesten, kortom: voor alle vormen van arbeid. Prostituées zijn de enigen die hiervan dreigen te worden uitgezonderd. Een Algemene Maatregel van Bestuur die klaar ligt voor ondertekening bepaalt dat nooit vergunning kan worden verleend voor 'werkzaamheden die geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verrichten van seksuele handelingen met derden dan wel voor derden'. Daarmee worden praktisch alle legale mogelijkheden voor niet-EU-onderdanen om in Nederland in de prostitutie te werken uitgesloten.

Het is illusoir te denken dat een verbod zal bewerkstelligen dat er geen buitenlandse vrouwen meer in Nederland in de prostitutie zullen (komen) werken. Gezien de internationalisering van de arbeidsmarkt en de relatief open grenzen zal het waarschijnlijk even effectief zijn als het huidige bordeelverbod is in het verbieden van bordelen. Wat het wél zal bewerkstelligen is een vlucht in de illegaliteit. Dit verhoogt het risico op dwang, geweld en uitbuiting van deze groep en ondergraaft het tot nu toe opgebouwde vrouwenhandelbeleid, dat juist gebaseerd is op vergroting van zichtbaarheid en bereikbaarheid van deze groep en verlaging van de aangiftedrempel. Ongetwijfeld zal het ook weer leiden tot een gedoogbeleid, in het ergste geval zelfs tot een tamelijk willekeurig opjaag- en uitzettingsbeleid. Dat zal het vertrouwen van eventuele slachtoffers van vrouwenhandel in de politie niet bevorderen en geeft criminelen een extra middel om de vrouwen onder druk te zetten.

Exploitanten van prostitutiebedrijven die binnen de wettelijke mogelijkheden willen werken hebben alleen maar last van een verbod dat niet kan worden gehandhaafd. Het illegale circuit van buitenlandse vrouwen is veel goedkoper en ontneemt de levensvatbaarheid aan de nieuwe sector. Dat kan zelfs voor de meest goedwillende exploitant reden zijn om de wet te ontduiken.

Er zijn betere en minder botte instrumenten denkbaar om de arbeid van buitenlanders in de prostitutie te reguleren. Verschillende organisaties die zich de belangen van prostituées aantrekken - Stichting de Rode Draad, Mr. A. de Graaf Stichting, Stichting tegen Vrouwenhandel, Stichting Man/vrouw en prostitutie en de Vereniging van Exploitanten van Relaxbedrijven - zijn het over een aantal uitgangsunten voor zo'n regeling eens. Prostitutie is arbeid waarop alle gebruikelijke regelingen van toepassing zijn. Exploitatie van prostitutie is onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar. De positie van de prostituée ten opzichte van de exploitant moet, gezien de aard van de arbeid, worden versterkt. In beginsel wordt een werkgever/werkne-mer-verhouding in de prostitutie afgewezen: de voorkeur van direct betrokkenen gaat uit naar facilitaire bedrijven die diensten leveren aan de zelfstandige prostituée en haar klant.

De nieuwe Wet arbeid vreemdelingen (WAV) koppelt bescherming van de Nederlandse arbeidsmarkt aan bescherming van de migrant. Dat betekent voor prostitutie dat een weg gevonden moet worden het aantal te verstrekken vergunningen te begrenzen. Onverkorte toepassing van de WAV, die immers uitgaat van bij het arbeidsbureau ingeschreven werkzoekenden, zou ertoe leiden dat ongelimiteerd vergunningen moeten worden verstrekt.

Bovendien moet worden voorkomen dat prostituées, doordat de vergunning aan de werkgever wordt verstrekt, in een afhankelijke positie terecht komen. En ten slotte moet worden voorkomen dat vergunningen worden verstrekt aan malafide bedrijven, zoals in het verleden is gebeurd met het verlenen van artiestenvisa. Gezocht moet dus worden naar een regeling die het voor niet-EU-onderdanen mogelijk maakt onder bepaalde voorwaarden in Nederland in de prostitutie te werken. Een regeling die praktisch handhaafbaar is en in haar effecten de verschillende doelen dient: bescherming van de vrouwen tegen vrouwenhandel en andere vormen van geweld en uitbuiting, waarborging van onafhankelijkheid van de prostituée ten opzichte van exploitanten, beperking van de toestroom van illegalen naar Nederland.

Een constructie die aan deze uitgangspunten in belangrijke mate tegemoetkomt, is die van een bemiddelingsbureau. Er komen enige regionaal (of één landelijk) opererende bureaus die het recht krijgen een gelimiteerd aantal vrouwen van buiten de EU voor arbeid in de prostitutie toe te laten. Niet de bedrijven, maar het bureau treedt op als werkgever. Met een vergunning kan de vrouw in een legaal bedrijf terecht, waar controle door de verschillende betrokken instanties mogelijk is. Via het bureau heeft de overheid zicht op de prostituées van buiten de EU.

Het bureau is verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van de vrouwen die het in dienst heeft en voor wie het een werkplek heeft geregeld. Waar nodig kan het bureau optreden als vertegenwoordiger van de vrouwen naar instanties als verzekeringsmaatschappijen, banken en dergelijke. Op deze wijze werkt een dergelijk bureau zowel beschermend als beperkend. Het beschermt de vrouwen die legaal in Nederland werken, voorkomt illegaliteit, maakt toezicht op werkomstandigheden mogelijk, verzekert de onafhankelijkheid van de vrouwen ten opzichte van de exploitant en beperkt de toestroom van illegalen.

Een andere opening biedt de arbeidsvoorzieningenwet. Onder het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening kunnen op deelterreinen speciale commissies worden gevormd. Zo zijn er speciale commissies voor artiesten en musici, voor de zeevaart en voor voetballers. Zoiets zou ook voorstelbaar zijn voor de prostitutiesector. Een bemiddelingsbureau zou aan zo'n speciale commissie kunnen worden gekoppeld.

Zonder enig politiek debat van betekenis blokkeert de nu gereedliggende maatregel op voorhand elke oplossing voor een regeling van de positie van de buitenlandse vrouwen. Daarmee wordt de winst van opheffing van het bordeelverbod voor wat betreft de buitenlandse vrouwen en de bestrijding van vrouwenhandel bij voorbaat teniet gedaan. Dat is ongewenst en niet nodig.

Gezien de consequenties van het voorgenomen verbod op prostitutie door buitenlandse vrouwen zou het op z'n minst voor de hand liggen de invoering aan te houden tot de parlementaire behandeling van het nieuwe wetsvoorstel. Het politieke debat kan dan gevoerd worden op de plek waar het hoort en met de juiste partijen - de organisaties op het gebied van prostitutie van vrouwenhandel, de gemeenten, de politie en het Openbaar Ministerie. Dat is het onderwerp meer dan waard.