Ken Loach voedt het debat in Spanje

MADRID, 7 JUNI. Met volle zalen in de grote steden mocht de speelfilm Land and Freedom van de Britse regisseur Ken Loach zich de afgelopen maanden in Spanje in een onverwacht grote belangstelling verheugen. Opmerkelijk, omdat de film handelt over de traumatische crisis in het Republikeinse kamp in de burgeroorlog gedurende de meidagen van 1937, die uiteindelijk in belangrijke mate zou bijdragen tot de zege van Franco. Een deel van de recente geschiedenis waar de ene helft van Spanje geen belangstelling voor heeft, terwijl de andere helft er niet graag aan herinnerd wordt, zo luidde de algemene opvatting, die nu evenwel in snel tempo herzien wordt.

Te oordelen naar de filmkritieken en het deel van het publiek dat met applaus en geëmotioneerd de bioscoop verlaat mag de film, die hier onder de titel Tierra y Libertad is uitgebracht, een succes heten. Dat de film vorige maand een belangrijke kanshebber was voor de Gouden Palm werd in Spanje bijna als nationale triomf ervaren.

Dat de Burgeroorlog evenwel glad ijs blijft, bewijst de felle kritiek die de film losmaakt. Terwijl Loach naar eigen zeggen een stuk van Spanjes geschiedenis uit de vergeethoek heeft willen halen, bestaat in brede kring wrevel over de manier waarop de regisseur de complexe en bloedige afrekening onder de Republikeinen heeft weergegeven. “Een onderhoudende film, maar uit historisch oogpunt een ramp”, meent Antonio Elorza, historicus en columnist van het dagblad El País. “Ken Loach zet met deze film zijn geloofwaardigheid op het spel. Het is een pamflet geworden, geen geschiedschrijving.”

De film beschrijft de lotgevallen van een jonge, werkloze Britse communist die na een propaganda-avond besluit naar Spanje af te reizen om zich aan te sluiten in de strijd tegen het fascisme. Hij belandt aan het Noordelijke front van Aragón in de milities van de POUM, de kleine Trotskistisch-leninistische organisatie binnen het Republikeinse kamp. Samen met de anarchistische groepen rond de invloedrijke vakbond CNT kreeg de POUM het in de loop van 1936 aan de stok met een gelegenheidscoalitie van sociaal-democraten, liberalen en - vooral - de communisten. Breekpunten vormde het proces van landcollectivisering en het onderbrengen van de onafhankelijke milities in een nieuw republikeins volksleger. Tegen de achtergrond speelde vooral de wens van Stalin via de communisten zijn invloed binnen de Republiek te versterken.

In de chaotische strijd, die uiteindelijk begin mei 1937 zou leiden tot straatgevechten in het republikeinse Barcelona, moesten de milities van de POUM en de anarchisten uiteindelijk het onderspit delven. De rellen, waarin volgens schattingen 500 mensen werden gedood en duizend gewonden vielen, gingen gepaard met moordpartijen en verdwijningen in geheime gevangenissen. POUM-leider Andrés Nin werd in een uitgebreidde lastercampagne door de communisten uitgemaakt voor collaborateur van Franco. Nin werd met behulp van Stalins geheime politie ontvoerd, naar beproefd recept gemarteld om bekentenissen af te dwingen en vermoord. POUM-militieleden, die hun leven hadden ingezet aan het front, verdwenen in de gevangenissen, de organisatie werd verboden.

Hoewel hij een geromantiseerd verhaal vertelt, repte Loach in de Spaanse pers over het uitgebreid napluizen van historisch bronnenmateriaal. Maar terwijl de strijd zich nu juist toespitste op de vaak complexe verschillen binnen Republikeins links, husselt de regisseur rijkelijk met de historische details die bepalend waren voor het onderscheid, zo wil de kritiek. “Van het eerste tot het laatste beeld klopt er niets van”, luidt het harde oordeel van historicus Elorza. “Het begint al met de titel Tierra y Libertad. Dat was een anarchistische strijdgroepering en niet een militie van de POUM. Net als de strijdkreet No Pasaran, die in de film tijdens de communistische bijeenkomst in Engeland wordt gescandeerd, een anarchistische kreet was. En dat je in die periode met een communistische partijkaart in de POUM-militie terecht kwam, is onwaarschijnlijk.”

Loach leunt in zijn film in niet geringe mate op het boek Hommage to Catalonia van George Orwell. De laatstgenoemde sloot zich - min of meer bij toeval - aan bij een POUM-militie aan het Aragonese front, belandde in de mei-gevechten in Barcelona en maakte vervolgens aan den lijve de jacht op de POUM-leden mee. Zijn ervaringen gelden als een accuraat ooggetuigenverslag, waarbij de schrijver overigens geen misverstand laat bestaan over de rol van de communisten en hun banden met het regime in Moskou. Loach - zelf van trotskistischen huize - heeft zich volgens zijn critici echter laten verleiden om de wraakoefening op de stalinisten nog eens over te doen en heeft zich daarbij in de feiten verslikt.

Bij de oude gestaalde kaders van de Spaanse communistische partij heerst begrijpelijkerwijs enig onbehagen over de film van Loach. Santiago Carrillo - de inmiddels tachtigjarige peetvader van het Spaanse communisme - greep de gelegenheid aan om andermaal het eigen straatje schoon te vegen. De film geeft een goed beeld van de realiteit van het Aragonese slagveld, zo schreef Carrillo (die volgens zijn tegenstanders overigens zelden zijn gezicht liet zien in de frontlinies) in het dagblad El País. Maar door de 'overdreven' kritiek op de rol van Stalin wordt die van de werkelijke vijand “het fascisme, Franco, Hitler en Mussolini” onderbelicht, mokte de hoogbejaarde ex-partijchef. “In plaats daarvan ontstaat een beeld van een Republiek die de moeite van het verdedigen niet waard lijkt.”

De oude communistenleider heeft volgens verschillende bronnen zo zijn eigen steentje bijgedragen aan de meedogenloze onderdrukking van de Trotzkisten voordat hij naar Moskou vluchtte. Een onderwerp waar Carrillo in zijn publieke bijdrage aan de discussie echter geen woord aan vuil maakt. “Carrillo kampt natuurlijk met een slecht geweten in deze kwestie”, meent historicus Elorza.

Hoewel de discussie hiermee enigszins blijft steken in het herhalen van oude zetten en ondanks de kritiek vormt Tierra y Libertad een aanzet voor het verwerken van Spanjes Republikeinse broedertwisten. “Maar het blijft een zaak waar veel mensen zich ongemakkelijk bij voelen”, aldus Elorza. “De burgeroorlog is uiteindelijk een strijd met alleen maar verliezers. Het is een onderbewust taboe, een onderwerp van zelfcensuur waarbij iedereen wel enige notie heeft van waar zijn familie stond, maar de details liever begraven laat in het verleden.” De stammenstrijd binnen links, waarbij hardhandig een eind werd gemaakt aan illusies en idealen, maken de zaken er niet minder gevoelig op.

Het succes in de bioscopen - de film is welliswaar geen blockbuster, maar draait nu al geruime tijd in de grote publieksbioscopen - lijkt echter de weg vrij te maken voor publieksfilms over de burgeroorlog van eigen bodem. De Catalaanse regisseur Vicente Aranda (68) - maker van de in Spanje veelgeprezen film La pasión turca - begint deze zomer met het draaien van zijn film Libertarias over de lotgevallen van de vrouwelijke soldaten in de anarchistische milities aan het front van Aragón. Onmiddelijk daarna wil Aranda beginnen aan een film over de verdediging van Madrid, een van de belangrijkste episodes uit de Republikeinse strijd tegen de nationalistische troepen. Aranda verliet naar eigen zeggen 'oprecht geëmotioneerd en dankbaar' de bioscoop na het zien van de film van zijn Britse collega. “De Spanjaarden zijn het slachtoffer van de foute opvatting dat alles over de Burgeroorlog is gezegd en iedereen moe is van die geschiedenis. Dat is niet waar en het bewijs hebben we nu in het enthousiasme dat is ontstaan rond Tierra y Libertad.”

    • Steven Adolf