Kamer wil uitleg van Ritzen over tegenvaller

DEN HAAG, 7 JUNI. Minister-president Kok heeft vandaag in de Tweede Kamer gezegd dat de financiële tegenvaller van 550 miljoen gulden die is ontstaan door het afwijzen van de prestatiebeurs “een probleem is voor het hele kabinet”. Het gat voor dit jaar van ongeveer 180 miljoen zal worden opgevangen door “taakstellende onderuitputting op alle departementen”, aldus Kok. Hij verwacht dat uitgaven aan het einde van het jaar zozeer zullen meevallen dat met daarmee dit tekort zal worden gedekt. Verder is besloten een nieuw wetsontwerp in te dienen zodat de prestatiebeurs in september volgend jaar kan worden ingevoerd. “Via een andere weg” zal de afschaffing van de kinderbijslag voor studerende kinderen boven de 18 alsnog worden geregeld, hetgeen 110 miljoen in 1996 oplevert. De overige 250 miljoen gulden die Ritzen nog tekort komt volgend jaar zal “worden betrokken bij de bergotingsbesprekingen voor 1996”, aldus Kok.De drie regeringsfracties in de Tweede Kamer (PvdA, VVD en D66) vinden ook dat Ritzen niet zelf volledig voor het ontstane gat op zijn begroting hoeft op te draaien, zo lieten ze vanmorgen al weten. Alledrie zijn er tegen dat de student de dupe wordt van de onstane situatie. Geen van de drie coalitiepartners vindt dat Ritzen het 'studeerbaarheids'-potje dat bestemd is voor een betere kwaliteit van het onderwijs, van 500 miljoen hoeft aan te spreken. Volgens Kamerlid De Vries (VVD) kan Ritzen niet eenvoudig hetzelfde voorstel opnieuw indienen, in de hoop dat de nieuwe Eerste Kamer zijn voorstel wel zal aannemen.

De verwerping door de Eerste Kamer maakt een einde aan het krappe tijdschema voor invoering van de wet, dat Ritzen al veel kritiek heeft opgeleverd. Vooral de begin vorige maand uitgelekte mededeling in de 'uitvoeringstoets' door de Informatie Beheer Groep dat een geslaagde invoering van de nieuwe wet per 1 september “bijzonder kritiek” zou worden leidde tot veel kritiek.