Juichstemming op obligatiemarkten

ROTTERDAM, 7 juni 1995. De afgelopen maand konden de toonaangevende obligatiemarkten onder aanvoering van de VS wederom bogen op behoorlijke koerswinsten. Zo steeg de totale opbrengst (koerswinst en rente) van de Nederlandse 10-jarige staatslening met meer dan 3 procent en liet de 30-jaars lening een koerswinst van 5 procent zien. De Europese periferie, waartoe Frankrijk inmiddels wordt gerekend, had moeite om de rentedalingen van de 'hard-core' landen bij te houden.

Verenigde Staten. Mei begon met het nieuws dat de groei van het BBP in het eerste kwartaal tot 2,8 procent was gedaald tegen 5,1 procent in het vierde kwartaal van 1994. Geluiden over een economische afzwakking in de VS waren begin mei nog gemengd van aard. Er werd nog steeds rekening gehouden met de mogelijkheid dat de Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, de rente zou verhogen. Naarmate de maand vorderde wezen steeds meer indicatoren erop dat zeven renteverhogingen in de VS hun werk goed hebben gedaan. Zo waren de (rentegevoelige) autoverkopen in de maand april met 11,3 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Als klap op de vuurpijl gold het nieuws dat het aantal banen in april met 7.000 was gedaald en in mei met maar liefst 101.000. De tekenen van een afzwakkende economie met een gedempte inflatie hadden tot gevolg dat het effectief rendement op 30-jaars Treasury-bonds kon dalen tot onder de 7 procent en nu al tegen het niveau van 6,5 procent aanzit.

Inmiddels gaan er al stemmen op die roepen om een renteverlaging. De Fed heeft vaker aangegeven dat het verschil tussen de lange en de korte rente een belangrijke maatstaf is voor het monetaire beleid. Het verschil tussen 10-en 3 maands rente staat momenteel op een niveau van 0,5 procent; het laagste van de afgelopen 5 jaar. De kans op een renteverlaging is hierdoor zeker toegenomen.

Nederland. Ook de Nederlandse rentemarkt trok profijt van de goede stemming in de VS. Macro-economische cijfers die wezen op een gematigde groei en afnemende inflatie (in april: 2,3 pct) zorgde ervoor dat het effectief rendement van de 7,75 procent 10-jaars staatslening onder de 7 procent kwam. Het technisch steunniveau van het effectief rendement op 6,9 procent werd met enige strubbelingen genomen, waarna ook het volgende steunniveau op 6,75 procent neerwaarts werd doorbroken.

Ook op de geldmarkt daalde de rente. De Nederlandsche Bank bracht onafhankelijk van de Bundesbank de speciale-beleningsrente in twee stappen omlaag tot 4,2 procent. De officiële Nederlandse tarieven zijn nu al drie keer onafhankelijk van de Bundesbank verlaagd. Tenslotte werd in mei een nieuwe 10-jaars staatslening uitgegeven met een coupon van 7,0 procent. Omdat hierop voor 8,75 miljard gulden werd ingeschreven heeft de Agent van Financiën nog meer dan een half jaar de tijd heeft om minder dan een kwart van de financieringsbehoefte te dekken.

Frankrijk. De nieuwe Franse premier Juppé heeft de obligatiebeleggers laten schrikken. Zijn verklaring dat de bestrijding van de hoge werkloosheid de komende jaren absolute prioriteit zal hebben viel moeilijk te rijmen met zijn voornemen om het begrotingstekort binnen de EMU-limiet te houden en het 'franc-fort' beleid te continueren. In ieder geval heeft hij aangegeven waar zijn prioriteit ligt: niet bij de obligatiebeleggers maar bij het electoraat. Net nu het zo goed leek te gaan met de Franse rente - het Nederlands-Franse renteverschil was afgenomen tot minder dan 0,5 procent - moesten de koersen van Franse obligaties een veer laten. Hoewel die zich inmiddels enigszins hebben hersteld, blijven de financiële markten de aktiviteiten van Juppé met argusogen volgen.

Bron: IRIS, Institute for Research and Investment Services, joint venture Rabobank/Robecogroep