Haat en heimwee voeden extreem-rechts in Elzas

Frankrijk kiest de komende twee zondagen 37.000 burgemeesters en gemeenteraadsleden. De opkomst van extreem-rechts is een belangrijk thema.

MULHOUSE/JUNGHOLTZ, 7 JUNI. Mulhouse is een van de steden waar het Front National (FN) serieus kans maakt om het burgemeesterschap te veroveren. Le Pen haalde in deze stad - met 110.000 inwoners de tweede stad van de Elzas - bij de afgelopen presidentsverkiezingen met 27 procent van de stemmen een record. Gérard Freulet (46), politicoloog, oud-Kamerlid, hotelier, lijsttrekker en kandidaat-burgemeester weet wel waarom: “De Le Pen-stem was vooral een protest tegen de corruptie. Iedere dag wordt wel ergens tegen een minister of een andere politicus een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. De helft van de Franse kiezers voelt zich miskend. In de Elzas worden de bezwaren nog sterker gevoeld. Wij zijn Parijs zat. Men luistert niet naar het gewone volk, in Parijs is iedereen directeur. Wij houden van bekwaam verricht werk. Hier is minder corruptie. Wij behoren tot het Rhein Lebensraum, ik bedoel niets in de nazi-betekenis, wij maken deel uit van de cultuur van het Rijnland.”

De Elzas heeft de extreem-rechtse uitslagen tot in de twintig, dertig en soms veertig procent betrekkelijk gelaten over zich heen laten komen. Maar één man heeft de stormbal gehesen. Roland Schmitt (44) is in dubbele staking. Als werknemer van France Télécom protesteert hij tegen de privatiseringsgolf die over Europa rolt. Als burgemeester van de Elzasser gemeente Jungholtz, ten noordwesten van Mulhouse, weigert hij het feest ter ere van de vijftigste verjaardag van de bevrijding te organiseren. Bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op 23 april heeft 36 procent van zijn 680 dorpsgenoten op extreem-rechts gestemd. “Ik werd overvallen door schaamte tijdens de recente herdenking van de deportatie van de joden op de Israelitische Begraafplaats hier in de gemeente”, schreef de burgemeester zijn dorpsgenoten. “Ik voel mij niet gerechtigd een herdenkingsfeest te organiseren dat zo in tegenspraak is met een verkiezingsuitslag die uitdrukt dat de begane wreedheden zijn vergeten.”

“Ik weet ook niet waarom een derde van de mensen hier op Jean-Marie Le Pen heeft gestemd. Waarschijnlijk kennen de meeste stemmers op het Front National zijn programma niet eens. Maar ik vind het hypocriet met deze uitslag straks de bevrijding van het nazi-juk te vieren. Ik kan geen vrome toespraken over vrede en veiligheid houden.”

Pag.5: 'Stem op Le Pen is dorpsverschijnsel'

De werkkamer van de hoogste autoriteit van Jungholtz is niet veel breder dan zijn bureau. Genoeg voor een part-time burgemeester die voor duizend gulden per maand naast een volle baan in Mulhouse de belangen van een lieflijke gemeente in de uitlopers van de Vogezen behartigt. Een zak verse pains au chocolat onderstreept de hartelijkheid van de ontvangst om acht uur 's morgens.

De extreem-rechtse stemming in dit lelieblanke dorp, zonder immigratie, zonder dramatische werkloosheid, waar de achterdeur niet op slot hoeft en dat in 1992 vóór Maastricht stemde, is des te navranter omdat Jungholtz in februari 1945 werd bevrijd door een regiment Marokkaanse bergtroepen. De haat heeft desondanks dreigende proporties aangenomen. De vrouw van de burgemeester kreeg net nog een anoniem telefoontje waarin werd meegedeeld dat de burgemeester “om zeep” zou worden geholpen. Zijn daad van verzet tegen extreem rechts wordt niet overal bewonderd.

Zijn geestelijke tegenvoeter, Gérard Freulet (46), zetelt in een groot en vol directievertrek in niet al te groot en niet al te modern hotel in het centrum van Mulhouse. Voorbij de receptie, het sleutelbord en de koffiekeuken. De rijzende ster van extreem rechts zegt: “Er wordt zo veel onzin over ons verteld. Het Front National zou niet internationaal zijn? Mijn moeder is Duits, ik ben tweetalig, mijn vrouw is Italiaans. Kijk maar, ik heb altijd Duits, Frans en Zwitsers geld op zak. Wij zijn in de eerste plaats patriottisch. Wij willen onze tradities volgen. Ik zeg: Elzas, land van kerkklokken en niet van moskeeën. Wij zijn tegen Schengen, maar niet tegen Europa. Ik ken Nederland goed. Ik heb in Stavoren een boot gekocht. Ik ben vaak naar de Hiswa geweest. Hoewel, als ik Amsterdam zie, ik weet niet hoe lang ik daar nog komen kan... Dat Ajax, dat net gewonnen heeft, zijn dat Hollanders? Die kennen de Nederlandse geschiedenis niet eens.”

Freulet doet zijn gooi naar de macht met een zonnige affiche en een programma in stripvorm. Mulhouse Passionnément heet de lijst. De naam Front National komt er niet in voor. Freulet leidt een lijst 'voor mensen van alle gezindten om samen de problemen van de stad aan te pakken'. “Men wordt hier gek van de onveiligheid. Sommigen zien in mij de verlosser die er eindelijk wat aan gaat doen.”

Freulet is gevoelig over de band met Le Pen. Hij staat nu niet meer met de leider van extreem rechts op de foto. Het veel gebruikte Le Pen-spandoek La France pour tous les Français doet hem te veel denken aan Vichy, Pétain en de collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. Overigens wijkt de beleidsvisie van Freulet niet sterk af. Hij is tien jaar geleden uit Chiracs RPR gestapt omdat die tegen de doodstraf was. Nu “kopieert de RPR-kandidaat in Mulhouse mijn programma. 70 Procent van de strafzaken is tegen Turken. Laatst is hier op een kleuterschool een traditioneel carnavalsfeest geschrapt omdat het pijnlijk was voor mohammedanen. Terwijl religie in Frankrijk van oudsher op school geen rol speelt. Onze kinderen worden vreemdelingen op hun eigen school en in ons land. Moskees? Prima, als wij daar ook kathedralen mogen bouwen.”

Op het marktplein van Cernay, een stadje op een half uur rijden van Mulhouse door de glooiende wijnheuvels, staan een paar Noordafrikanen onvrolijk bijeen in de motregen. Hamid (48) is vier jaar werkloos, het kunnen er ook vijf zijn. Hij heeft jaren in fabrieken in de buurt gewerkt, meest in de textiel. Amar (47) werkt nog steeds in de textiel. Hij heeft zijn gezin (vrouw en zes kinderen) in 1977 uit Algerije gehaald. “We worden gepest en beledigd, op school, in de fabriek, in het café. Het klimaat is hard en gemeen.”

Cernay is geen bijzonder mooi of bijzonder lelijk stadje. De werkloosheid is er niet speciaal hoog. Le Pen heeft er wel 32,7 procent gehaald. Volgens Jean-Claude Delbarre, lijsttrekker van links, is de fout gemaakt de gastarbeiders bij elkaar in flatgebouwen te plaatsen, “dat geeft gettootjes”.

Marie-Paule (74), op makkelijke slofschoenen, een half stokbrood in haar boodschappentas, op de markt: “Die mensen moeten meer integreren. Cernay is Cernay niet meer. Er zijn hier altijd immigranten geweest, vooral Italianen. Dat ging prima, die gingen gewoon op in Cernay. Maar 'zij' zijn arrogant, zij passen zich niet aan. Als ik in het buitenland ben, hou ik me toch ook aan de regels van het land?”

Hamid, zonder werk, leeft van een uitkering van 625 gulden per maand. Zijn vrouw en kinderen wonen in Algerije. Hij heeft een Algerijns paspoort. Teruggaan? “Ook zonder burgeroorlog denk ik er niet aan. Mijn wortels zijn hier. Wat wil je, na dertig jaar hier werken?” Amar: “Wij voelen ons Frans, maar door alle vernederingen worden we steeds meer op onze Algerijnse identiteit gedrukt.”

Cernay is een toonbeeld van alledaagse discriminatie en falende integratie. Niet uniek voor Frankrijk, maar men uit het hier kennelijk makkelijker. In Mulhouse wordt minder openlijk blijk gegeven van de afkeer voor buitenlanders, de stembusstrijd is er des te harder. FN-kandidaat Freulet staat de socialist Jean-Marie Bockel (45), die al zes jaar burgemeester van de stad is, naar het politieke leven. Bockel, advocaat en oud-minister, voert hard campagne voor herverkiezing met 'De wil om samen te leven'.

“Mijn grootste angst is dat op het laatste moment irrationele reacties de overhand krijgen. Het is natuurlijk een catastrofe als extreem rechts het stadhuis wint.”

Bockel verdedigt zijn eerste ambstermijn door erop te wijzen dat de verouderde industriestad die hij aantrof zich weer begint te herstellen en net een tweede ster van de groene Michelin-gids heeft gekregen. Met 20.000 immigranten zijn de integratie-problemen aanzienlijk, - de 'Bijlmers' van Noord-Mulhouse zien er niet gezellig maar ook niet echt dramatisch uit - maar “wegsturen van immigranten is niet aan de orde”.

Aan 'sociologische bespiegelingen' over de gestage opkomst van extreem rechts in de Elzas wil burgemeester Bockel zich in dit stadium niet wijden. “Ik leef al acht jaar met die realiteit”, verzucht hij. Zijn rechterhand, wethouder Eugène Riedweg heeft een historisch proefschrift geschreven over collaboratie in de Elzas tijdens de Duitse bezetting. Die bleek het hoogst te zijn in de streken die twee eeuwen af en aan in Duitse handen waren geweest. Hij zegt: “Ik vrees dat hier meer aanhang voor het Front National is omdat er iets van die mentaliteit en ideologie uit de Tweede Wereldoorlog is blijven hangen.”

Zo ver wil François Loos, RPR-lid van de Assemblée Nationale voor Wissembourg in het uiterste noord-oosten van de Elzas, niet gaan. “Er heerst in de Elzas een Germaans element, een sterke behoefte aan orde en netheid. Men veegt in mijn dorp iedere zaterdag het eigen stukje straat. Maar er is ook een Europese dimensie: hier in de grensstreek ervaart men de kloof tussen de Europese retoriek en de werkelijkheid. Duitsers met de zelfde bekwaamheden verdienen meer en wonen mooier. Dat ziet men. Het heeft in de loop der jaren een licht inferioriteitsgevoel gekweekt.”

Heimwee naar een ordelijke wereld of haat tegen alles wat anders is? Het is niet met zekerheid te zeggen waarom de Elzas vlucht in een afkeer van vreemdelingen, die elders in Frankrijk vooral voorkomt waar de werkloosheid hoog is (het noorden) of de immigratie uit Noord-Afrika het grootst is (zuid-Frankrijk).

Kamerlid Loos: “Het blijft bizar, er zijn hier honderden dorpen waar veertig procent Front National heeft gestemd, terwijl er maar twee Arabische families wonen. Dat FN-stemmen is ook echt een dorps-verschijnsel. Een gratis protest bij nationale en Europese verkiezingen, maar men is te verstandig om het bij gemeenteraadsverkiezingen te herhalen.”